36

Mijn groenplek “Ik houd van elk groen dat het verhaal vertelt van degene voor wie het is bestemd. Mijn tuin vertelt iets over mij. Mijn tuin is klein, met een plek om te zitten met familie, onder de druiven. Alle elementen zijn voor mij van waarde omdat ik ze bijna dagelijks aanraak als ik veeg, wat schoonmaak, een takje peterselie pluk, uitgebloeide bloemen wegknip. Dat is bijna een zen-ritueel.” Over bomen zegt hij: “Ik ken geen andere levende wezens die me meer aanspreken. Ik houd van hun grootte en vorm. Je krijgt er een relatie mee. In iedere tuin moet een boom. Hoe klein ook. Het kan altijd, zelfs op een balkon.” zijn voor insecten. Ook de circulaire economie is ‘hot’: techneuten bedenken van alles, de ontwerpers mogen het achteraf mooi maken. Waarom beginnen ontwerpers er niet mee?” Bewustzijn Dat is van later zorg.” Hij valt even stil, lacht: “Nou ben ik weer aan het lesgeven, he?” Promotie Over lesgeven gesproken: Lafaille inspireerde menig ontwerper binnen het Ontwerpinstituut dat hij oprichtte. Ook is hij initiatiefnemer van het jaarlijkse Tuinenfestival Appeltern. Het ontwerpvak ligt hem na aan het hart. “De beroepsgroep mag best wat meer doen om zichzelf te promoten. De filmbranche heeft de Oscars, de schrijvers hebben hun prij36 zen en boekenbal, de chefkoks hebben hun sterren. Dat soort dingen, daar haal je publiciteit mee, men heeft het erover, je leert de namen kennen. Als ik mijn cursisten vraag: noem eens vijf bekende Nederlandse tuinontwerpers, dan komen ze vaak niet verder dan drie. Dat is toch erg? We moeten echt meer doen, de handen ineenslaan en als vakgroep vertellen waar we goed in zijn. Meer voorop lopen, initiatieven nemen. Anders worden we links en rechts ingehaald door anderen. IVN bijvoorbeeld, gaat tuinen ontwerpen, tuinen die goed Lafaille was lange tijd betrokken bij het VHG Platform Ontwerpers. “Ik heb toen kunnen zien wat Branchevereniging VHG allemaal doet voor haar leden. Ze is op veel gebieden bezig en weet goede dingen te bereiken, zoals de btwverlaging. Ik denk dat VHG nog meer met anderen samen zou kunnen doen, waarbij dan vooral ook de achterbannen betrokken zijn. Laat iedereen meedenken over het begrip tuin en laten we dat via acties, televisieprogramma’s, schoolprogramma’s enzovoorts breed bekend maken. Zo kunnen we de ogen openen van mensen. Velen beschouwen natuur als iets dat moeilijk is, het is lastig, je moet het onderhouden, denken aan de bijen enzovoorts. Maar de mens is een onderdeel van de levende wereld, we staan er niet los van. De tuin is iets van onszelf. Dat bewustzijn, daar hoop ik op.”

37 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication