perspectief op indexatie kan worden gerealiseerd. De beslissingen in het parlement worden genomen door een nieuwe Tweede Kamer waarvan we niet weten wat hun kennis van de materie is. Ze zijn, op een uitzondering na, in ieder geval niet op grond van de pensioenkennis op de lijst gezet. Een zorgelijke aangelegenheid.’’ Inmiddels is wel een aantal door de Koepel ingebrachte wensen vervuld. ‘’In het toekomstig stelsel gaat gerekend worden met het projectierendement in plaats van de nu verlammende risicovrije rente (RTS) en de geschatte langere termijn renteverwachtingen (de UFR). Buffervorming is niet meer nodig. Daardoor kunnen kortingen eerder aan de orde zijn, maar er zijn veel meer kansen op indexering. Ander voordeel is dat we bij het nieuwe, op de premie gebaseerde stelsel, eindelijk (als het goed is) af zijn van de steeds terugkerende discussie ‘jong/oud’. Pensioenfondsen moeten meten bij de deelnemers en gepensioneerden hoeveel risico’s ze wel of niet willen nemen als het om de beleggingen gaat. Op basis daarvan wordt over alle generaties gemiddeld (het uniform beleggen) gespreid belegd. Tenslotte is een deel van onze wensen ingevuld ten aanzien van de overgangsfase, omdat met de bril op van het toekomstig stelsel is gekeken naar de overbruggingsperiode. Met als resultaat dat pensioenfondsen nu in 5 jaren tijd mogen toegroeien van een dekkingsgraad van nu ongeveer 90% naar 95% in 2026, als zij bereid zijn over te stappen op het nieuwe stelsel.’’ Wat er nu aan voorstellen ligt is echter in de ogen van de Koepel lang niet voldoende. ‘’Er zijn nog grote vragen rondom de toedeling van de rendementen aan de gepensioneerden. Voor de pensioenuitkeringen blijft de risicovrije rente als een zwaard van Damocles boven ons hoofd hangen en is het volstrekt onduidelijk wat met de te meten risicohouding binnen de pensioenfondsen wordt gedaan. Ook de bestuurlijke rol van gepensioneerden in het pensioenfonds roept nog veel vragen op, omdat de vakbonden (lees werknemers) een erg dominante rol spelen en omdat er ten onrechte een maximum is aan het percentage gepensioneerden in het bestuur (max. 25%). Grote vraagtekens zijn er ook over het invaren in het nieuwe stelsel, het toedelen van collectief vermogen naar meer persoonlijke vermogens. Deze verdeling moet ‘evenwichtig’ zijn maar niemand heeft gedefinieerd wat evenwichtig is en dus kan het door iedereen naar eigen believen worden ingekleurd.’’ Bij die transitie zijn voor de Koepel uiteindelijk twee dingen erg belangrijk: wat gebeurt er in de periode voorafgaande aan de overstap en in hoeverre krijgen de gepensioneerden gecompenseerd voor de jarenlange tekorten die zij hebben opgelopen door het dragen van het lage renterisico en subsidiëren van te lage premie (inmiddels met een waarde van ruim 100 miljard euro). Met andere woorden: hoe wordt ontstane onevenwichtigheid hersteld in de zoektocht naar evenwichtigheid. In de jaren tot 2026 blijft er vooral een grote kortingsdreiging door het doorgaan met een rente die glijdend alleen maar lager wordt en met een nog lagere renteverwachting die de dekkingsgraad de komende jaren nog verder naar beneden trekt. ‘’Het gaat zonder verdere aanpassingen nooit lukken om op de zogenoemde richtdekkingsgraad van 95% te komen. En dus dreigen er grote kortingen. De enige oplossing is, naast wat pleisterwerk, de pensioenfondsen de mogelijkheid te geven om het projectierendement van het toekomstig stelsel ook nu al te mogen gebruiken in de overgangsfase. Daarmee komt de dekkingsgraad ruim boven de kortingsgrens en ontstaat er enig perspectief op indexatie. Voordeel is ook, dat de premie niet zo torenhoog hoeft te zijn en de opbouw voor actieven in stand kan blijven.’’ Ruud Peys Toelichting op Koepel bijdrage internet consultatie pensioenakkoord In de nieuwsbrief van de Koepel, terug te lezen op de website https//:www.koepelgepensioneerden.nl zijn de belangrijkste elementen van de opvattingen van de Koepel en vragen over de wetsvoorstellen aangegeven. Omdat verschillende lid-organisaties gevraagd hebben om wat meer inzicht te geven in de ingrediënten plaatste de Koepel op de site een uitgebreide samenvatting van de inbreng alsmede links naar andere aan het pensioenakkoord gerelateerde onderwerpen. Help mijn bank gaat dicht Vanaf mei vorig jaar kreeg KBO-PCOB ineens heel veel klachten van leden dat hun bankfiliaal sluit. Wat is er aan de hand? Om dat te peilen, startten zij het meldpunt Bank Dicht! Bijna achthonderd senioren meldden een sluiting en vertelden wat dat voor hen betekent. KBO-PCOB-lid Cees van Tiggelen legt de resultaten voor aan Chris Buijink, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Banken Het artikel is te vinden op de website van de Koepel Gepensioneerden https://www.koepelgepensioneerden.nl/2021/01/help-mijn-bank-gaat-dicht/ 25
26 Online Touch Home