Bijzondere verkiezingen Jos Heymans is politiek columnist De verkiezingen van dit jaar gaan de geschiedenisboekjes in. Misschien vanwege de uitslag, maar dat weten we nog niet. Het wordt sowieso een bijzondere verkiezing vanwege alle extra regels waaraan we ons moeten houden. Voor het eerst mogen 70-plussers per brief stemmen, maar de rest van ons moet in persoon naar het stemlokaal. We zijn niet gebonden aan die ene verkiezingsdag, woensdag 17 maart, we mogen ook al op maandag en dinsdag gaan stemmen. De spreiding van kiezers moet het risico op besmetting met het coronavirus zo klein mogelijk maken. Corona bepaalt het hele stemproces. De leden van het stembureau die vooraf een gezondheidscheck ondergaan, krijgen er een extra mannetje of vrouwtje bij. Die ziet erop toe dat we anderhalve meter afstand bewaren, een mondkapje dragen en onze handen desinfecteren. En informeert of we coronaachtige klachten hebben. Zo ja, dan mag u niet naar binnen. Heeft u al deze hindernissen genomen, dan loopt u naar de tafel met stembureauleden om uw identiteitsbewijs te tonen. Niet afgeven, dat mag niet! U houdt paspoort of rijbewijs tegen het kuchscherm, dat u scheidt van de stembureauleden. De stemhokjes staan op anderhalve meter van elkaar en worden met regelmaat gereinigd. In sommige gemeenten mag u het rode potlood na gebruik houden, de volgende kiezer krijgt een nieuwe. Bij het risico op besmetting wordt niets aan het toeval overgelaten. Toch zijn er burgemeesters die bang zijn dat de verkiezingen een nieuwe corona-uitbraak veroorzaken en daarom pleiten voor uitstel. Het gaat maar om een handjevol en bovendien niet van grote gemeenten, maar toch 30 oefenen zij met hun stellingname lichte druk uit op het kabinet en de Tweede Kamer. Minister Ollongren van Binnenlandse Zaken, verantwoordelijk voor een goed verloop van de verkiezingen, peinst niet over uitstel en wordt daarin gesteund door nagenoeg de hele Tweede Kamer. Maar dat kan in de resterende weken, als de druk verder wordt opgevoerd en de aantallen besmettingen exploderen, altijd nog veranderen. Ook om een andere reden zijn de verkiezingen bijzonder. Voor het eerst doen 37 politieke partijen mee, een naoorlogs record. Het hadden er ook 41 kunnen zijn, maar vier partijen met soms onbegrijpelijke, soms voor de hand liggende namen als Evert!, Jongerenpartij, Healthy Earth en Zorgend Nederland voldeden niet aan de spelregels. Er valt in ieder geval genoeg te kiezen. Maar dat is nog niet zo eenvoudig, want de meeste verkiezingsprogramma’s lijken erg op elkaar. En de teksten zijn vaak zo omfloerst, dat je geen idee hebt waar de partij precies voor staat. Neem nu de toekomst van de pensioenen. Bij de grote partijen overheerst vaag taalgebruik; ze spreken over solidariteit tussen generaties (CDA), de vrijheid om te kiezen voor pensioenopbouw die past bij voorkeuren (D66), iedereen gaat individueel sparen en collectief beleggen (GroenLinks), en zo verder. Slechts een paar partijen (onder andere PVV, SP, 50PLUS, ChristenUnie) spreken zich uit over zaken die centraal staan in de pensioendiscussie: de rekenrente en de indexering van de uitkering. Maar ook dan heb je er niet veel aan. Verkiezingsprogramma’s verdwijnen na de stembusgang in de prullenmand. In de formatie van een nieuw kabinet gaat het vooral om de gunfactor (wie mag meedoen en wie absoluut niet?) en om een paar in beton gegoten uitgangspunten. PVV en Forum voor Democratie maken geen kans op een plaatsje aan de formatietafel, omdat de meeste grote partijen samenwerking met die twee uitsluiten. De SP zet zichzelf buitenspel omdat Lilian Marijnissen niet met de VVD wil regeren. Wie met een schuin oog naar de peilingen kijkt, ziet dat een kabinet zonder de VVD schier onmogelijk is. Wie wil dat de plannen van een partij ook daadwerkelijk in het regeerakkoord terechtkomen, moet niet stemmen op een kleintje. Hoe sympathiek misschien ook, van partijen als Jezus Leeft!, Trots op Nederland en Partij voor de Republiek hoort u na 17 maart helemaal niets meer. Van de wat bekendere partijen is het bijvoorbeeld zeer de vraag of Henk Krol een zetel weet te veroveren. En door alle interne ruzies blijft 50PLUS een kleine partij die geen inbreng zal hebben in de kabinetsformatie. Waar het inhoudelijk om draait, zijn de standpunten waarmee een partij zich profileert. Bij D66 heette dat vroeger kroonjuwelen, maar dat woord mag niet meer worden gebruikt sinds de partij het referendum, de gekozen burgemeester en dito ministerpresident heeft ingeleverd voor regeringsdeelname. Ook bijna alle andere partijen hebben in het verleden moeten inleveren op diepgewortelde uitgangspunten om aangehaakt te blijven bij de vorming van een nieuw kabinet. Het wordt dus nog een hele klus voor de kiezer om te bepalen welk hokje rood gekleurd gaat worden. Wat dat betreft zijn het geen bijzondere verkiezingen. cO luMN
31 Online Touch Home