Op weg naar zijn pensioen kiest Jan Rabelink nadrukkelijk voor vrijwilligerswerk. Een zwart gat zal hem niet overkomen. Waar Jan aansluit wordt hij meestal penningmeester. Vijftien jaar is hij secretaris/penningmeester van de Twentse Mattheuspassion. Ook vervult hij de functie van vice-voorzitter van Culturele Raad in Oldenzaal. Als voorzitter, later penningmeester, staat Rabelink aan de wieg van de Vereniging van Gepensioneerden van fonds PGB. Jan Rabelink: “Al voor mijn pensioen ben ik bewust de weg van de vrijwilliger opgegaan.” kilometer of 25 tot Haaksbergen. Dan door naar de familie in Doetinchem. Gekozen is voor de oostelijke route via Maastricht, Ardennen en Vézelay. Dan de zware Pyreneeën over Spanje Stempels van haltes op weg naar Santiago. in. “We reden vijf weken lang gemiddeld 85 kilometer per dag. Soms haalden we maar 40 kilometer, andere keren wel 120. De aankomst bij de kathedraal is een emotioneel gebeuren. Je hebt onderweg het nodige beleefd. Al moet ik zeggen dat je op de fiets minder contact met de mensen maakt dan wandelend. We zijn jaren later wandelend vanuit Léon en Porto naar Santiago gegaan.” De twee fietsers vertrekken dagelijks in een strak ritme. Zeven uur op, half acht ontbijten en acht uur echt rijden. Waar de volgende overnachting zal zijn? Ze zien wel. Tegen een uur of vier begint het zoeken naar een slaapplaats voor een schappelijke prijs. “Op onze leeftijd nog kamperen, vonden we niets. We reisden van hotelletje naar hotelletje. Eén keer bleek alles gesloten. Wat te doen? We gingen in een zaakje wat drinken en vroegen de eigenaar of hij een slaapplaats voor ons wist. Hij ging bellen. Ja hoor. We kregen een door hem getekend kaartje mee. Duidelijk. Eerst een stuk fietsen, dan het spoor over en linksaf. Moet lukken. Wij weer op de fiets. Geen spoor te bekennen. In het volgende dorp lieten we het kaartje zien en legden uit waar we moesten wezen. Die twee strepen op het kaartje? Niks geen spoor. Dat waren de draden tussen de hoogspanningsmasten.” Jan en Dineke rijden terug en vinden de hen beloofde slaapplaats. Dit keer een oude caravan. “Je kon slapen en douchen. Daar was dan ook alles mee gezegd. Ogen dicht en slapen maar. Meer heb je ook niet nodig. Ach, een andere keer overnachtten we in een oud kasteel.” Theo leoné 29
30 Online Touch Home