Bestuur VVG kiest voor een realistische koers De discussie over het nieuwe pensioenstelsel kan komende maanden ongemeen fel worden. In de Tweede Kamer (en daarna de Eerste Kamer) heeft de parlementaire behandeling plaats. Dat zal ongetwijfeld met veel publicitair geweld gepaard gaan. Ondertussen worden elders de messen geslepen. De Koepel Gepensioneerden en andere ouderenorganisaties lijken te verschuiven van een ‘ja mits’opstelling naar een ‘nee tenzij’. Onze Koepel Gepensioneerden was eerst voorzichtig positief, mits er in de definitieve wetgeving en in de overgang naar het nieuwe stelsel een aantal verbeteringen zou komen voor de gepensioneerden. Dat vertrouwen is flink op de proef gesteld, vandaar dat men niet meer wil meewerken, tenzij er alsnog aanpassingen komen. Men bereidt zich zelfs al voor op acties, publiek en juridisch. Andere partijen, zoals de Stichting Pensioenbehoud en de KBO Brabant, zijn al veel eerder op het juridische oorlogspad gegaan. Waar stond en staat de VVG? Voor ons had dat nieuwe pensioenstelsel niet gehoeven. Ons pensioensysteem is volgens internationale vergelijkingen een van de beste ter wereld. Waarom een goed stelsel volledig op de kop gooien met alle risico’s dat de invoering op grote praktische problemen stuit? Een aantal knelpunten (nabestaandenpensioen, het pensioen makkelijker meenemen bij carrièreswitches, pensioen voor zzp’ers, meer zicht op het ‘eigen potje’) hadden mogelijk ook binnen het bestaande stelsel kunnen worden opgelost. Als er daarnaast een realistischer beleid rond de rekenrente en de buffereisen zou worden gevoerd, zou er veel eerder geïndexeerd kunnen worden. En inderdaad, af en toe ook eerder gekort, net zoals in het nieuwe pensioenstelsel. Dit perspectief is echter niet realistisch. Sociale partners en (vooralsnog) een meerderheid in het parlement kiezen – na jaren van overleg en onderhandeling; overigens met minimale betrokkenheid van gepensioneerden - wél voor een nieuw stelsel. Daarin wordt immers ten opzichte van het huidige stelsel een aantal van de genoemde problemen opgelost. Als de tegenstanders hun zin krijgen en dat nieuwe stelsel weten tegen te houden, blijft vooralsnog alles bij het oude. Met rigide regels en weinig kans op indexatie. Het kan dan lang duren voordat er politiek draagvlak is om in het bestaande stelsel wijzigingen aan te brengen. Om die reden kiest het bestuur van de VVG er vooralsnog voor zich erbij neer te leggen als er een parlementaire meerderheid blijkt te zijn voor het nieuwe stelsel. Wel steunen we van harte de acties van de Koepel Gepensioneerden en andere ouderenorganisaties om verbeteringen voor elkaar te krijgen. “Voor ons had dat nieuwe stelsel niet gehoeven“ Waar zet de VVG zich voor in De gepensioneerden moeten meer invloed krijgen zowel bij de overgang naar het nieuwe stelsel als in het nieuwe stelsel zelf; bij het invaren in het nieuwe stelsel moeten de gepensioneerden zoveel als mogelijk en redelijk is gecompenseerd worden voor de opgelopen nadelen uit het verleden. En …… wat ook heel belangrijk is: we willen niet wachten tot het nieuwe stelsel er in 2026 of 2027 is. We willen dat in de jaren daar naartoe er al meer geïndexeerd wordt. Het ziet ernaar uit dat dat kan; de ontwikkeling van de rente en de versoepeling van de regels lijken daarvoor soelaas te bieden. PGB heeft aangegeven optimaal gebruik te willen maken van de indexatieruimte. Daar zijn wij het hartgrondig mee eens. Dat is voor het bestuur van de VVG voor de komende jaren een van de belangrijke speerpunten, zowel binnen PGB als landelijk via de Koepel. Gepensioneerden hebben daar direct baat bij. De actieve werknemers en de ‘slapers’ natuurlijk ook, maar bij hun komt de uitkering wat later. Namens het bestuur, Fieneke van den Brink, bestuurslid Jos van Rijsingen, vice-voorzitter Ombudsman Pensioenen, een apart onderdeel ondergebracht bij Kifid (de geschilleninstantie voor financiële dienstverleners) of het oprichten van een aparte rechtspersoon, schrijft het ministerie. Voor wat betreft onafhankelijkheid wordt aan bestuurders en medewerkers de eis gesteld dat zij in het jaar direct voorafgaand aan hun betrokkenheid bij de geschilleninstantie niet werkzaam zijn geweest bij of enige functie bekleed hebben bij een pensioenuitvoerder of een beroepsorganisatie. Hiermee wordt niet bedoeld het lid zijn van een vakvereniging of beroepsvereniging. De leden van het bestuur hebben zitting op persoonlijke titel. Dit is van belang omdat de bij een geschil betrokken partijen voldoende vertrouwen moeten kunnen hebben in een eerlijke behandeling van hun geschil. ‘Ook onafhankelijkheid ten opzichte van de overheid is van belang. Daarom past terughoudendheid bij het aanvaarden en uitoefenen van bevoegdheden van de minister in het kader van geschilleninstanties.’ Uitgangspunt is om de kosten voor de burger om een geschil aan te brengen zo laag mogelijk te houden. Die kosten moeten in elk geval lager zijn dan de kosten die gemaakt zouden moeten worden voor een gang naar de civiele rechter. Dit is een van de zaken die de minister kan toetsen bij het wel of niet aanwijzen van een geschilleninstantie. Bij Kifid is het bijvoorbeeld zo dat het aanbrengen van een geschil kosteloos is voor de consument. R.P. 11
12 Online Touch Home