5

jongeren, wat minder bij de ouderen). Een van de grote veranderingen is dat iedereen voortaan binnen het fonds als het ware over een eigen potje beschikt. Volgens de minister is het grote voordeel daarvan dat de deelnemers en pensioengerechtigden de ontwikkeling van hun eigen pensioenvermogen beter kunnen volgen. Ook zullen zij beter herkennen hoe een en ander is geregeld. Daarvan verwacht de minister dat betrokkenen het pensioenstelsel zullen ervaren als transparanter, begrijpelijker en persoonlijker. En dat moet er dan weer toe leiden dat in de samenleving het draagvlak voor het pensioen toeneemt, evenals het vertrouwen. In de woorden van de minister: “Pensioen is de omvangrijkste secondaire arbeidsvoorwaarde, op jaarbasis leggen werkgevers bij pensioenfondsen momenteel ruim Aan haar blik te zien heeft minister Schouten zelf toch ook wel twijfels. De foto is gemaakt tijdens de persconferentie over de nieuwe wet, eind maart, waarbij de minister terzijde werd gestaan door FNV-voorman Tuur Elzinga en Ingrid Thijssen van de werkgevers. € 35 miljard in aan pensioenpremie in. Hiervan wordt circa een derde op werknemers verhaald. Om hiervoor voldoende draagvlak te behouden is het noodzakelijk dat werknemers kunnen inzien wat er met die premies gebeurt en hoe financieel-economische omstandigheden in hun pensioen doorwerken. Dit wetsvoorstel creëert hiervoor de voorwaarden.” Over al deze aspecten bevat de Memorie van Toelichting uitgebreide teksten. Het document is te vinden bij rijksoverheid.nl Ruud Peys Beter uit te leggen? Een van de doelen van de stelselwijziging is dat pensioen transparanter wordt, en beter uit te leggen aan de mensen. Of dat lukt, moet nog maar blijken. Voorlopig geven de teksten in bijvoorbeeld de 363 pagina's tellende Memorie van Toelichting niet heel veel moed. Hieronder enkele letterlijk overgenomen passages. Voer voor gevorderden, zullen we maar zeggen. • Een toekomstbestendig en solidair pensioenstelsel vergt een nieuw evenwicht tussen ambitie, zekerheid en kosten. Tegelijkertijd leeft de wens om de koopkracht van de pensioenen op peil te houden, door middel van een jaarlijkse aanpassing aan de prijs- of looninflatie (indexatie). De crisis van 2008 en de ontwikkeling van de financiële markten nadien hebben duidelijk gemaakt dat de combinatie van deze behoeften, zonder een drastische verlaging van de pensioenopbouw, voor veel sectoren en ondernemingen onbetaalbaar is geworden. Ook het nieuwe pensioenstelsel is gevoelig voor ontwikkelingen op financiële markten. De hoogte van kapitaalgedekte pensioenen is immers afhankelijk van – onder meer – beleggingsresultaten en renteontwikkelingen. De nieuwe pensioenovereenkomsten bieden echter wel betere mogelijkheden om hiermee om te gaan, door een meer gerichte toedeling van het beleggings- en het renterisico. • Het oogmerk is verder om het pensioen meer persoonlijk te maken, onder meer door het verband tussen de betaalde premies, geboekte rendementen en het te bereiken pensioen te verduidelijken. “Dit gaat niet samen met de doorsneesystematiek. In een dynamischer arbeidsmarkt en in een vergrijzende samenleving is het niet meer vanzelfsprekend dat iemand bereid is om in zijn jonge jaren bij te dragen aan de ‘doorsneesubsidie’, als steeds minder zeker is dat die in dezelfde mate terugkomt zodra hij ouder is. Daarmee leidt de doorsneesystematiek niet alleen tot een herverdeling tussen levensfases, maar ook tot benadeling van sommige groepen en een afname van pensioendraagvlak.” 5 FOTO: ANP/LAURENS VAN PUTTEN

6 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication