7

Gepensioneerden kunnen niet individueel bezwaar maken VVG moet het doen met hoorrecht over invoering van het nieuwe pensioenstelsel Verenigingen van gepensioneerden zoals onze VVG-PGB krijgen een hoorrecht over de manier waarop het nieuwe pensioenstelsel moet worden ingevoerd. En vooral: hoe bestaande pensioenrechten moeten worden ingepast in dat nieuwe stelsel. In pensioenjargon: een hoorrecht over het transitieplan voor het invaren van bestaande pensioenrechten naar het nieuwe stelsel. Van zo'n vereniging moet dan wel een substantieel deel van de gepensioneerden lid zijn. Daaronder wordt verstaan dat een vereniging minstens 1000 leden heeft, of, wanneer dat niet het geval is, dat minstens tien procent van de gepensioneerden lid is. VVG-PGB voldoet hieraan ruimschoots. Dat blijkt uit het wetsvoorstel voor een nieuw pensioenstelsel dat minister carola Schouten eind maart naar de Kamer heeft gestuurd. Het hoorrecht voor verenigingen van gepensioneerden komt min of meer in de plaats van het individueel bezwaarrecht dat gepensioneerden en andere deelnemers anders mogelijk zouden hebben gehad. In het wetsvoorstel ziet Schouten slechts een kleine rol voor de gepensioneerden en gewezen deelnemers (mensen die in het verleden een potje hebben opgebouwd bij een bepaald fonds maar daar nu niet meer actief zijn. In het jargon meestal slapers genoemd.). Schouten zegt dat het vooral de sociale partners zijn (vakbonden en werkgevers) die uitmaken hoe het invaren moet geschieden. Gepensioneerden en slapers hebben daar in haar ogen formeel niets over te vertellen. Om die groepen toch iets van een inbreng te geven, wordt dus voorgesteld een hoorrecht in te stellen. De minister zegt het zo: “Een vereniging van pensioengerechtigden die een substantieel aantal van de pensioengerechtigden bij het pensioenfonds vertegenwoordigt, wordt in de gelegenheid gesteld te worden gehoord of schriftelijk inbreng te kunnen geven over het transitieplan. Over in elk geval de invulling van het begrip substantieel worden in lagere regelgeving nadere regels gesteld.” Ook het Verantwoordingsorgaan speelt een rol (zie apart kader). Een vereniging van gepensioneerden – in ons geval dus VVG-PGB - die gehoord “Eventueel oordeel is niet bindend“ wil worden, moet zich melden bij de sociale partners, die dan verplicht zijn uit te leggen hoe zij tot hun keuzes zijn gekomen. En wat de gevolgen daarvan zijn voor de verschillende groepen (werkenden, gepensioneerden, slapers) binnen een fonds. Verenigingen kunnen daar dan kennis van nemen en hun oordeel geven. Bindend is dat oordeel niet; wel moet het oordeel uitgesproken worden op een zodanig tijdstip, dat aangevoerde overwegingen nog van invloed kunnen zijn op de uiteindelijke besluitvorming. De minister ziet het hoorrecht als een mes dat aan twee kanten snijdt: enerzijds biedt het de garantie dat belanghebbenden tijdig worden geïnformeerd over plannen die voor hun grote gevolgen kunnen hebben. Anderzijds zorgt het ervoor, dat standpunten en overwegingen van deze belanghebbenden kunnen worden meegenomen bij de besluitvorming.” VVG-PGB heeft, zoals eerder gemeld, een aparte deskundigencommissie Pensioenen & Hoorrecht ingesteld om met name deze nieuwe taak optimaal in te kunnen vullen. Voorzitter van die commissie is Fieneke van den Brink. Deze werkgroep helpt het bestuur van de VVG en de door de VVG voorgedragen leden in het PGB-bestuur en de benoemde leden in het Verantwoordingsorgaan, door alle pensioenontwikkelingen te volgen en gevraagd of ongevraagd advies uit te brengen aan het bestuur over de onderwerpen die voor gepensioneerden van belang zijn. R.P. Verantwoordingsorgaan wordt advies gevraagd Naast het hoorrecht voor de VVG is er nog een inspraaktraject waarlangs gepensioneerden zich kunnen laten horen. Het bestuur van het pensioenfonds moet namelijk ook het verantwoordingsorgaan (VO) advies vragen over het plan om over te stappen. Meer concreet moet daarbij worden uitgelegd hoe bij de collectieve waardeoverdracht de verschillende groepen deelnemers en gepensioneerden evenwichtig (fair) worden behandeld. Als het verantwoordingsorgaan een negatief advies uitbrengt (bijvoorbeeld omdat niet alle groepen fair worden behandeld) dan moet het fondsbestuur aan de sociale partners (werkgevers en vakbonden) vragen hun voornemen te heroverwegen en eventueel aan te passen. Als één groep van belanghebbenden (bijvoorbeeld de gepensioneerden) binnen het verantwoordingsorgaan negatief staat tegenover het voorgenomen besluit, dan moet het pensioenfonds de sociale partners óók vragen hun verzoek tot invaren te heroverwegen. Binnen de groep van gepensioneerden in het verantwoordingsorgaan van PGB is de VVG met drie zetels sterk vertegenwoordigd.Een verzoek tot heroverwegen betekent niet automatisch dat sociale partners hun standpunt aanpassen. Het zet wel druk op de ketel bij alle partijen, ook in de fase van de voorbereiding, om alle belangen – ook die van gepensioneerden – zorgvuldig mee te nemen. Jos van Rijsingen VO-voorzitter 7

8 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication