SEPTEMBER 2023 ExPress zelf belangrijk vindt. Wil je zoveel mogelijke zekerheid over de hoogte en stabiliteit van je pensioenuitkering of wil je de kans dat je meer pensioen gaat ontvangen zo groot mogelijk maken. Duidelijk is dat je niet zelf een individuele keuze voor de regeling kunt maken; dat doen sociale partners voor iedereen, zowel voor de actieve deelnemers (werknemers), als de slapers en de huidige gepensioneerden voor wie de pensioenregeling in die bedrijfstak of onderneming geldt. In de solidaire regeling zijn maatregelen opgenomen die de kans op daling van het ingegane pensioen matigen, maar omgekeerd dus ook de stijging wat kunnen beperken. Het blijft een zogenoemde variabele uitkering, maar met minder hoge pieken en zeker minder diepe dalen. Daar staat tegenover dat het in de flexibele regeling mogelijk is om als je met pensioen gaat te kiezen voor een nagenoeg vaste uitkering, die dan vergelijkbaar is met wat we de laatste jaren kennen (weinig tot geen indexatie), of een variabele uitkering waarbij de pieken hoger zullen zijn, maar ook de dalen groter kunnen worden. Ook voor de huidige gepensioneerden zal het bij deze regeling eenmalig mogelijk zijn om zelf de keuze voor ‘vast’ of ‘variabel’ te maken als de nieuwe wet wordt ingevoerd (uiterlijk 1 januari 2028) en de sociale partners kiezen voor de flexibele regeling. Omdat we als VVG denken dat de meeste gepensioneerden toch graag iets meer kans willen hebben op een hoger pensioen, terwijl de kans op daling van het pensioen zo minimaal mogelijk is, wordt in de Position Paper een voorkeur uitgesproken voor de solidaire regeling voor gepensioneerden. We realiseren ons terdege dat er sociale partners zullen zijn die vanuit de optiek van de actieve deelnemers en/of pensioen als arbeidsvoorwaarde in de arbeidsmarkt, toch een voorkeur hebben voor de flexibele regeling. Daarom hebben wij in het Position Paper aangegeven dat in dat geval berekeningen moeten uitwijzen dat dit – ook op termijn – naar verwachting voor gepensioneerden niet nadeliger is. Ook in de flexibele regeling zullen er overigens afspraken kunnen worden gemaakt die de daling van een pensioen iets kunnen matigen en derhalve de stijging ook. Moet de compensatie voor een andere premiesystematiek – als die nodig is – betaald worden uit het pensioenfonds? In ons Position Paper zijn wij daar duidelijk over. Als er voor bepaalde groepen (met name werknemers ouder dan circa 45 jaar) compensatie nodig is voor de zogenaamde ‘afschaffing van de doorsneesystematiek’, mag die compensatie naar onze mening niet betaald worden uit de pot van het pensioen-fonds. Daarvoor is de pot immers niet opgebouwd. De wetgever heeft de mogelijkheid gegeven om hiervoor extra premie te kunnen betalen, zodat er wel een compensatie via het pensioen plaats kan vinden, maar betaald door sociale partners. Wat gebeurt er als er geen oude werkgever meer is? De wet zegt dat er een werkgever moet zijn die besluit om over te gaan naar een regeling in de nieuwe wet. Als die er niet meer is, kan die vraag niet worden gesteld en beantwoord en kan er niet worden overgegaan. Dat betekent dat de huidige regels uit het oude regime van kracht blijven. Tot nu toe lijkt daar niet veel aan te doen. Wat dat concreet gaat betekenen wordt nog verder uitgewerkt. We willen hierover in overleg blijven met PGB, zo hebben we in de Position Paper vastgelegd. 21 Position Paper
22 Online Touch Home