30

VERKLARING WOORDEN DIE ALOM GEBRUIKT WORDEN Verklarende woordenlijst bij de nieuwe pensioenregels bij PGB De nieuwe pensioenregels kennen veel (nieuwe) woorden en begrippen. Hieronder wordt een aantal kort uitgelegd. In ons volgende nummer geven we uitleg over woorden die te maken hebben met indexatie, toeslagen en het beleggingsbeleid. Wet toekomst pensioenen (Wtp) De wet waarin de nieuwe pensioenregels zijn vastgelegd. Premieregeling Een pensioenregeling waarbij het geld (premie) dat werkgevers en werknemers inleggen het uitgangspunt vormt. De hoogte van de uiteindelijke pensioenuitkering is afhankelijk van de inleg en de behaalde resultaten, minus de kosten die het pensioenfonds moet maken. Solidaire premieregeling (SPR) Een pensioenregeling waarbij de werkgever en werknemer geld inleggen in individuele pensioenpotjes. Deze potjes worden gezamenlijk belegd. De resultaten worden, afhankelijk van de risico’s die de verschillende leeftijdsgroepen bij het beleggen willen/kunnen nemen, verdeeld over de individuele potjes. Het geld in het individuele potje wordt vanaf de pensioendatum omgezet in een variabele pensioenuitkering. Er is een reservepot (solidariteitsreserve) om eventuele dalingen van de pensioenuitkering te voorkomen of te beperken. Flexibele premieregeling (FPR) Een pensioenregeling waarbij werkgevers en werknemers geld inleggen in individuele pensioenpotjes. Deze potjes worden, samen met de andere individuele pensioenpotjes, belegd waarbij de deelnemer kan bepalen hoeveel risico hij/zij wil lopen (b.v. hoog, normaal of laag). Bij het verdelen van de resultaten over de individuele pensioenpotjes wordt rekening gehouden met het gelopen risico. Het geld in het individuele potje wordt vanaf de pensioendatum omgezet in een pensioenuitkering. Bij ingang van het pensioen kan men individueel kiezen voor een stabiele óf een variabele uitkering. Bij PGB kent deze regeling geen reservepot om schokken op te vangen. Invaren 30 Het omzetten van de al opgebouwde pensioenen naar de nieuwe pensioenregeling. Het vermogen van het pensioenfonds wordt daarvoor bij de start van de nieuwe regeling verdeeld over de individuele potjes. Daardoor gaan de nieuwe regels ook gelden voor de pensioenen die al zijn ingegaan. Men krijgt vooraf bericht wat dat gaat betekenen. Solidariteitsreserve Een gemeenschappelijke reservepot in de solidaire premieregeling die onder meer bedoeld is om dalingen van de pensioenuitkering te voorkomen of te beperken. Variabele uitkering De pensioenuitkering beweegt mee met de economie en kan stijgen of dalen. De hoogte van de uitkering en stijging/daling wordt bij PGB eenmaal per jaar bepaald. Bij de solidaire premieregeling wordt een eventuele daling van de uitkering zoveel mogelijk voorkomen door een aanvulling uit de solidariteitsreserve. Stabiele (vaste) uitkering Hierbij wordt de pensioenuitkering op het moment dat men met pensioen gaat vastgesteld. Deze zal daarna niet of maar heel beperkt wijzigen (omhoog of omlaag). Transitieplan Het plan waarin de afspraken staan die werkgevers en werknemers hebben gemaakt over de overgang naar de nieuwe pensioenregeling. In het plan staat welke regeling gaat gelden en wat er gebeurt met het pensioen dat nu al is opgebouwd. Bij PGB wordt voor ieder verplichte sector een apart transitieplan gemaakt. Werkgevers uit de niet-verplichte sectoren dienen een eigen transitieplan in. PGB kent meer dan 400 transitieplannen. Implementatieplan Het plan dat het pensioenfonds maakt waarin wordt aangegeven op welke manier de afspraken uit alle transitieplannen samen door het fonds concreet worden uitgevoerd en op welke wijze de deelnemers daarover worden geïnformeerd. Verantwoordingsorgaan (VO) Het verantwoordingsorgaan is een wettelijk verplicht orgaan dat bestaat uit een groep mensen waaraan het bestuur van een pensioenfonds verantwoording aflegt. Het VO adviseert het bestuur vooraf over beleidsvoornemens en geeft elk jaar een oordeel over het gevoerde beleid. Het VO bestaat bij PGB uit 15 leden, 5 namens de werkgevers, 5 namens de werknemers en 5 namens de gepensioneerden. Adviesrecht / Verzwaard adviesrecht Voordat het bestuur van het pensioenfonds de opgebouwde pensioenen kan invaren moet advies worden gevraagd aan het VO. Bij een negatief advies of nadere eisen van het VO, moet het bestuur dit voorleggen aan sociale partners (vakbonden en werkgevers) die het besluit opnieuw bekijken en zo nodig aanpassen. Als door sociale partners het besluit niet wordt aangepast, dan moet het bestuur dat schriftelijk mededelen aan het VO en aangeven waarom ze dat niet doen. Speciaal voor het advies over het invaarbesluit geldt een verzwaard adviesrecht. Als binnen het VO één geleding (werkgevers / werknemers / gepensioneerden) een negatief oordeel heeft kan dat in het uitgebrachte advies als minderheidsstandpunt worden opgenomen. Het bestuur zal ook dit aan sociale partners moeten melden om opnieuw te bekijken. Huidige regeling De regeling die nu geldt voor de deelnemers (ook gepensioneerden). Bij deze regeling gelden de huidige (oude) wettelijke pensioenregels. Als de opgebouwde pensioenen niet worden omgezet naar een van de nieuwe regelingen, blijven deze oude pensioenregels gelden; de pensioenen blijven achter in de oude regeling. Deelnemer Een persoon voor wie een pensioenregeling geldt. Dat kan betekenen: - dat er pensioen wordt opgebouwd (actieve deelnemer) - dat er in het verleden pensioen is opgebouwd maar nu niet meer én men nog niet met pensioen is (slaper) - dat er een pensioen wordt uitgekeerd (gepensioneerde) Sector Een bedrijfstak waarvan bedrijven deel uitmaken die vergelijkbare activiteiten en werkzaamheden verrichten. Bij PGB zijn 16 sectoren aangesloten. Basisregeling De standaardregeling van PGB, waarbij sociale partners op bepaalde onderdelen zelf keuzes kunnen maken. PGB kent nu twee basis regelingen en zal ook straks twee nieuwe basis regelingen kennen. Verplichte bedrijfstakpensioenregelingen Een pensioenregeling die voor een bedrijfstak (sector) geldt en die (door de minister) verplicht is gesteld voor alle bedrijven die in die bedrijfstak werkzaam zijn. Alle werkgevers uit die bedrijfstak zijn verplicht zich aan te sluiten bij het pensioenfonds en alle werknemers die daar werken zijn verplicht deel te nemen aan de pensioenregeling. Vrijwillige aansluitingen Werkgevers die voor hun pensioenregeling zijn aangesloten bij PGB die niet verplicht zijn om dat te doen. Als een werkgever vrijwillig is aangesloten, zijn alle werknemers die daar werken verplicht deel te nemen aan deze pensioenregeling. De uitleg van de woorden is kort, bondig en op hoofdlijnen weergegeven. Uiteraard is er vaak veel meer over te vertellen. Daarvoor is hier geen ruimte. Er kunnen dan ook geen rechten aan worden ontleend.

31 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication