WOORDENBRIJ BETEKENISSEN OP EEN RIJTJE Verklarende woordenlijst (2) bij de nieuwe pensioenregels bij PGB de beleggingsresultaten. Wordt er winst gemaakt dan komt er meer in, wordt er verlies gemaakt, dan krimpen ze. Dit keer geven we uitleg over woorden die te maken hebben met indexatie, toeslagen, verhogen en verlagen van pensioenen en het beleggingsbeleid. Koopkracht De koopkracht geeft aan hoeveel goederen en diensten je kunt kopen met je inkomen. Dit is afhankelijk van de prijzen van goederen en diensten, maar uiteraard ook van je (totale) inkomen. Indexatie Het verhogen van de opgebouwde pensioenrechten of -uitkering met een toeslag. De hoogte van die toeslag is afhankelijk van wettelijke regels en het toeslagbeleid van een pensioenfonds. In de nieuwe pensioenregels spreken we niet meer van indexatie van je pensioen(uitkering), maar van het verhogen of verlagen van het pensioenvermogen (je persoonlijke pensioenpot) dat de basis is voor de pensioenuitkering. Dekkingsgraad De dekkingsgraad geeft de verhouding aan tussen de financiële middelen (het vermogen) en de pensioenverplichtingen (alle pensioenen die nu en in de toekomst moeten worden uitgekeerd). Een dekkingsgraad van 100% betekent dat er op dat moment precies genoeg geld is om alle pensioenen tot in de verre toekomst te betalen. 30 Beleidsdekkingsgraad De beleidsdekkingsgraad is het gemiddelde van de dekkingsgraden van de afgelopen twaalf maanden. Dit verandert minder snel omhoog of omlaag dan de ‘actuele dekkingsgraad’. De beleidsdekkingsgraad is, volgens de huidige regels, bepalend voor het indexatiebesluit. Bij het toepassen van de nieuwe regels wordt de dekkingsgraad minder belangrijk, omdat de verhoging/verlaging van de pensioenpotjes daar niet van afhankelijk is. De pensioenpotjes gaan meebewegen met Het pensioenpotje Deze term wordt gebruikt voor het deel van het pensioenvermogen dat in het pensioenfonds aanwezig is om uw pensioenuitkering van te betalen. Je bouwt dit pensioenpotje op tot je met pensioen gaat en daarna wordt het gebruikt om je pensioenuitkering van te betalen. Met alle pensioenpotjes samen wordt er een levenslange pensioenuitkering betaald. Het pensioenpotje is geen individuele spaarrekening. Het geld wordt collectief beheerd door het pensioenfonds. Als je overlijdt, blijft het eventueel resterende geld in het pensioenfonds om daarmee potjes die leeg zijn omdat er ook mensen ouder worden dan gemiddeld, weer aan te vullen. Risicohouding De risicohouding geeft aan hoeveel risico een groep deelnemers wil en kan lopen bij het beleggen van hun pensioenpotje. Het combineert de risicobereidheid (hoeveel risico wíl men nemen) en risicodraagkracht (hoeveel risico kán men nemen). De risicohouding wordt in leeftijdscohorten vastgesteld en is de basis voor het beleggingsbeleid. Risicopreferentieonderzoek Een onderzoek onder de deelnemers van een pensioenfonds om de risicohouding vast te stellen. Er wordt dus vastgesteld hoeveel risico de deelnemers kúnnen en wíllen nemen bij het beleggen van het pensioengeld. Volgens de nieuwe regels moet een dergelijk onderzoek regelmatig gedaan worden. Leeftijdscohort Een groep mensen tussen leeftijd XX en leeftijd YY. Bij voorbeeld: leeftijdscohorten van vijf jaar. Dat wil zeggen alle mensen die tussen de 20 en 25 jaar zijn samen, mensen die tussen de 25 en 30 jaar zijn samen, mensen die tussen de 30 en 35 jaar zijn samen …… en zo verder. Lifecycle beleggen Het beleggen van de pensioenpotjes wordt afgestemd op de looptijd tot de pensioenleeftijd en de looptijd tot gemiddeld overlijden. Hoe langer die looptijd nog is (dus hoe jonger men is) hoe meer risico genomen kan worden met de beleggingen. Meer risico betekent meer kans op stijgingen, maar ook meer kans op dalingen. Als je jong bent en er dus langer de tijd is, kan een verlaging nog worden goedgemaakt, als je oud bent kan dat minder goed. Bij lifestyle beleggen wordt daarom de mate van risico nemen bij het beleggen, verlaagd als men ouder wordt. Spreiding verhogen / verlagen van pensioenvermogen De resultaten van de beleggingen worden als de nieuwe regels gelden niet in één jaar verwerkt in je persoonlijke pensioenpot, maar in drie jaar (bij de solidaire premieregeling) of in vijf jaar (bij de flexibele premieregeling). Dus zowel een positief resultaat (verhogen) als een negatief resultaat (verlagen) wordt niet in een keer toegekend, maar uitgespreid. Hiermee worden sterke dalingen van de uitkering zoveel mogelijk voorkomen. De uitleg van de woorden is kort, bondig en op hoofdlijnen weergegeven. Uiteraard is er vaak veel meer over te vertellen. Daarvoor is hier geen ruimte. Er kunnen dan ook geen rechten aan worden ontleend.
31 Online Touch Home