3

nog volop wordt gevoerd. Vakorganisatie FNV zit er geharnast in en voelt de hete adem van zijn leden in de nek. Ook de organisaties van gepensioneerden voeren de publicitaire druk op. De VVG ondersteunt het manifest Red ons Pensioenstelsel (zie elders in ExPress). Andere rekenrente 50Plus Tweede Kamerlid Martin van Rooijen heeft inmiddels een initiatiefwetsvoorstel ingediend om komende jaren een bodem van 2 procent in de rekenrente te leggen. Verder hebben onze koepel KNVG en zusterorganisatie NVOG eind september nog een uitermate constructief voorstel gedaan om het vastgelopen overleg over compensatie, maar dat zal het hele gat niet dichten. Het risico is levensgroot dat hiervoor naar de goedgevulde pensioenpotten wordt gelonkt. En dan wordt de kans dat er ooit geïndexeerd kan worden nóg kleiner. Het Verantwoordingsorgaan heeft er bij het pensioenbestuur voor gepleit de verschillende toekomstscenario’s die denkbaar zijn in beeld te brengen en zo mogelijk door te rekenen. Dat is een flinke klus omdat de pensioendiscussie de pensioenen tussen sociale partners en kabinet vlot te trekken. Het is een alternatief voor de huidige, voorgeschreven rekenrente waarmee de verplichtingen van een fonds worden uitgerekend. Het is een rendement dat naar de toekomst stabieler en reëler is. Deze zogenoemde macrostabiele rentevoet (MSR) gaat uit van het te verwachten rendement, maar de inflatie wordt daarop in mindering gebracht. Een overheidscommissie mag Premie hetzelfde en toch omhoog! Het Verantwoordingsorgaan moet erop toezien dat het bestuur van het pensioenfonds de belangen van alle groepen recht doet. Dat heet evenwichtige belangenafweging. Ook bij de vaststelling van de pensioenpremie die de actieve deelnemers (samen met de werkgevers) moeten opbrengen, is dat aan de orde. Als vertegenwoordigers van de gepensioneerden in het Verantwoordingsorgaan kijken we natuurlijk of de 65/66/67+’ers recht wordt gedaan. De pensioenpremie voor de basisregeling blijft volgend jaar 24 procent. En toch gaan de mensen meer betalen. De pensioenrichtleeftijd gaat met name omhoog naar 68 jaar. Dat betekent dat vanaf 2018 de opbouw ervan uitgaat dat de pensioendeelnemer pas met pensioen gaat als hij/zij 68 is! Eigenlijk had dit tot een premiereductie kunnen leiden bepalen met welke gegevens (zoals de hoogte van de inflatie) moet worden gerekend. Deze methode kan leiden tot een rekenrendement van tussen de 2 à 3 procent. Heel belangrijk is dat in de communicatie wordt benadrukt dat dit geen potverteren is. Inderdaad, wel wat eerder kans op een stukje indexatie, maar dat tegen alleszins aanvaardbare risico’s. En indexeren is niet alleen van belang voor de gepensioneerden. De actieve deelnemers - onze werkende kinderen! - hebben er ook alle belang bij dat hun toekomstige rechten worden opgeplust. Belangen jongeren Als een gepensioneerde over afgelopen jaren al 10 tot 15 procent indexatie is misgelopen, geldt datzelfde voor de opgebouwde rechten van de werkende. Als de enorme buffers in de pensioenvermogens worden afgeroomd om het afschaffen van de doorsneepremie te financieren, zijn indexaties verder weg dan ooit. Dat is nú in het nadeel van de gepensioneerden maar in de toekomst (als zij ook zijn gepensioneerd) van de werkenden. De belangen van jongeren en gepensioneerden lopen in de praktijk dus veel minder ver uiteen dan in de publiciteit aanhoudend wordt gesuggereerd. Jos van Rijsingen, voorzitter VVG-PGB van 1,3 procent. Het pensioenfondsbestuur handhaaft echter de 24 procent en dus is er sprake van een verhoging. In theorie had men er ook nog een stukje extra verhoging op los kunnen laten, maar dat vond men teveel van het goede. Dus niet én de pensioenleeftijd omhoog én ook de pensioenpremie. Overigens werd vorig jaar de premie met 2,5 procent verhoogd in plaats van met de, normaal gesproken, maximale 2 procent. Al met al vindt het bestuur van het pensioenfonds dat de ‘pijn’ tussen de diverse groepen deelnemers/gepensioneerden voldoende evenwichtig is verdeeld. Het Verantwoordingsorgaan was het hier mee eens, ook de gepensioneerden in dit orgaan. Op dezelfde dag dat het Verantwoordingsorgaan hiermee instemde, werd ook duidelijk dat de dekkingsgraad zich zodanig heeft ontwikkeld dat de kans op verplichte korting van de rechten en uitkeringen komend jaren nagenoeg nul is. Jos van Rijsingen 3

4 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication