9

De eerste schep van het monster Sven beoordeelt plantmonster in uitzoekbak Grote spinnende watertor Gewapend met een schepnet, werphark en een scherpe blik gaat hydrobiologisch analist Sven van Dijk op pad. Sinds anderhalf jaar onderzoekt hij voor het waterschap wat er leeft in het Zeeuwse water. Tot zijn taken behoren het bemonsteren van oppervlaktewater en het analyseren van de verzamelde monsters. In de auto geeft Sven aan waar vandaag de bemonstering plaatsvindt: “We gaan naar de bredere waterloop halverwege de Verkavelingsweg bij Westdorpe, in ZeeuwsVlaanderen. Daar hebben we een meetlocatie die we gebruiken voor rapportages aan de Europese Unie voor de Kaderrichtlijn Water, maar ook voor een watersysteemanalyse. Dit water stroomt af naar gemaal Othene.” Een kijkje onder water Eenmaal ter plekke begint Sven met een monster te nemen van de beplanting. Hij gebruikt hiervoor een werphark en is enthousiast over het resultaat. “Ik zie hier de fonteinkruiden die typerend zijn voor het zoetere water in dit gebied." Verder treffen we tussen de beplanting een staafwants aan. “Dat is ook een indicatie van veel klein leven in het water.” Droogte laat sporen na Daarna volgen monsters van de diertjes in het water, die met een schepnet worden genomen. Tijdens het afdalen in de waterloop wijst Sven ons op minder gunstige omstandigheden. “Kijk, normaal gesproken zou het waterpeil tot hier moeten staan, maar door de zeer droge zomer staat het veel lager. Hierdoor staat een groot deel van de oever droog. Dat beperkt de leefruimte voor planten en waterdieren. Die zijn juist afhankelijk van ondiepe, waterrijke zones om zich te ontwikkelen." Het eerste monster levert direct een verrassing op. Tussen de vangst " De gevlekte platte waterwants is een zeldzame soort. Tot 2025 was deze soort nog nooit gevonden door Scheldestromen." ontdekt Sven een grote spinnende watertor. “Dit is een beschermde soort, dus die gaat meteen terug.” Sven neemt daarna nog drie monsters. Daarin treffen we erwtenmossels, grote poelslakken en platte waterwantsen aan. “Dit zijn wel de soorten die we kunnen verwachten." De monsters worden hier genomen over een traject van vijf meter. “Niet alles is ter plekke te herkennen, zoals larven en bepaalde kevers. Deze gaan in de bemonsteringsbak om in het lab verder te onderzoeken." Scheldestromen | herfst 2026 9

10 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication