20

Cricket in een notendop Cricket, na voetbal de populairste sport ter wereld. Twee spelers die een bal van de ‘bowler’ ver het veld in moet slaan waarna de slagmannen het op het lopen zetten om zoveel mogelijk runs op het bord te zetten. Maar hoe zit het nu precies. Waterwegsport.nl probeerde het voor de ‘leek’ op een rijtje te zetten! Cricket is een teamsport waarbij twee teams (elf tegen elf) elkaar bestrijden met als inzet zoveel mogelijk ‘runs’ te maken. Elk team krijgt een battingbeurt (slagbeurt) en een bowl- en fieldingbeurt (gooi en veldbeurt) Het team met de meeste runs wint. kruisen na een geslagen bal. Wordt een bal over de grond het veld uitgeslagen dan betekent dit direct vier punten, er hoeft niet te worden gelopen. Dat zelfde geldt een 6, een bal die door de lucht het veld verlaat. In de hoogste Nederlandse divisie, de Topklasse, worden 2x50 overs gespeeld. een over is zes ballen op rij. Er wordt gespeeld op een groot speelveld, met een pitch (kunst/ gras), in het midden met een lengte van 22 meter. Op dit slagperk staan aan beide zijden twee wickets. Een wicket bestaat uit drie stumps (paaltjes) met twee bails (dwarshoutjes) erop. Start een team met batten dan wil deze zoveel mogelijk runs maken. Er wordt een run gescoord als de batsmen elkaar Tegenover de battende partij staat de fieldende of veldpartij. Dit team tracht de tegenstander op een zo laag mogelijk aantal runs te houden. Van de veldpartij hebben de bowlers (werpers) de opdracht om de batsmen uit te krijgen. Dat kan door het wicket (hekkie) te raken, de batsman gevangen te laten gaan of LBW (leg before wicket) als de batsman de bal op zijn benen krijgt en deze het wicket zou hebben geraakt. Ook kan een batsman run out gaan, dan is hij te laat binnen de lijnen. Zijn tienvan de elf spelers out (uit) binnen het aantal te spelen overs dan is deze partij all out (allemaal uit). De als tweede battende partij dient het eerder gemaakte totaal te overtreffen. Eindigen de totalen precies gelijk dan is sprake van een tie (gelijkspel). Cricket termen: Century: 100 runs gecoord door een batsman Boundary: Buitenlijnen van het speelveld How is that: Is hij uit !? De fielders vragen aan de umpire, meestal met veel kabaal, of de batsman uit is. Well Bowled: Compliment aan bowler door ploeggenoten Well caught: Compliment aan fielder voor mooie vangbal LBW: Leg before wicket. Manier van uitgaan wanneer de batsman zijn been voor het wicket heeft waardoor de bal tegengehouden wordt en het wicket geraakt zou zijn. Not out: Voorbeeld 80 not out: 80 runs maar nog niet uit door tijd of het behalen van het target. Big six: Bal wordt door batsman direct uit het speelveld geslagen. Wide ball: Gebowlde bal die buiten bereik van batsman gaat waardoor hij niet te spelen is. De tegenpartij krijgt een run en de bal moet worden overgebowled. Run out: 1 van de batsmen komt te laat binnen tijdens het runnen en is uit. Pitch: speelveld tussen de wickets waarop de bowlers bowlen naar de batmen. All out: Battende partij is uit en alle batsmen zijn geweest.

21 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication