19

k PLANTEN kerd De stinkende lis (Iris foetidissima) dankt z’n naam aan de wat bittere, knoflookachtige geur. Hetzelfde aroma kom je tegen bij Helleborus foetidus, maar je ruikt het alleen als je de plant aanraakt. De bekende Vlaamse plantkundige en arts Dodoens (1517-1585) schreef er al over. Hij noemde de plant ‘Wantluyscruyt’ en raadde zelfs aan om bedwantsen te doden met het sap uit de bladeren. Officieel komt Iris foetidissima niet in ons land voor, maar als je de Floron Verspreidingsatlas (www.verspreidingsatlas.nl) bekijkt, zie je verschillende rode stipjes staan. Vooral in het westen van het land en in Zeeland is de plant ingeburgerd, al blijft hij zeldzaam. In Frankrijk en zeker in Bretagne is dat anders: daar zag ik gave en welige exemplaren vlak langs de kustlijn groeien. Ze hadden totaal geen last van de zeewind, wat natuurlijk komt door het dikke, taaie en leerachtige loof. Glimmend rood Het is altijd leerzaam om planten in hun natuurlijke leefomgeving te observeren. In donkere, vochtige bossen zag ik welige planten met loof van wel 80 cm hoog. Maar ook op kalkrotsen in de volle zon staat Iris foetidissima er prachtig bij, al is hij dan wel een stuk gedrongener. Ik heb ze ook gezien in droge duinbosjes, langs hagen en droge struwelen. Kortom, de stinkende lis groeit praktisch overal. Op de kwekerij is dat niet anders. Onder de eikenwal, waar zo langzamerhand al flinke bomen staan en het de afgelopen zomer gort- en gortdroog was, gaven ze geen krimp. Sterker nog, op het moment dat ik dit schrijf - eind oktober - staan ze volop in de bes. Het is jammer dat deze iris zo weinig wordt aangeboden. Ook hoveniers en tuinarchitecten gebruiken hem nauwelijks. Misschien komt dat omdat de bloemen niet zo opvallen. Ze zijn somber lilapurper op een geelwitte basis. Bovendien zitten ze, als ze in juni verschijnen, meestal half verscholen tussen het loof. Pas als de vruchten zich ontwikkelen wordt de plant aantrekkelijker. Dan gaan de bloemstengels wat overhangen en wordt hun vertakking duidelijker zichtbaar. Rond oktober springen de doosvruchten open en zie je de grote, glimmende zaden. Ze vallen er niet uit: meestal blijven ze tot het voorjaar in de halfgeopende vrucht zitten. Een prachtig gezicht! Niet voor niets worden deze zaadstanden vaak in droogboeketten gebruikt. Ook het blad heeft sierwaarde. Midden in de winter is het nog puntgaaf, groen en glanzend en geeft het een prachtig verticaal effect. Superieur Iedereen heeft wel een plekje voor deze plant. En staat hij eenmaal in de tuin, dan zoekt hij zelf z’n weg. Hier en daar zullen de grote, oranje zaden kiemen. Vaak gebeurt dat op de onmogelijkste plekken, maar lastig wordt Iris foetidissima nooit. Als je naar hem op zoek gaat, koop dan de selectie ‘Citrina’. Die laatste toevoeging slaat op de kleur van de bloemen, die in dit geval citroengeel zijn en wat groter. Het blad is ook wat breder en robuuster, maar de grootste winst zit bij de vruchten. Die zijn veel dikker en bevatten veel grotere zaden. Kortom, een superieure plant! Tekst Hans Kramer Hans Kramer Hans Kramer is kweker. Op zijn kwekerij De Hessenhof (www.hessenhof.nl) in het Gelderse Ede vind je een grote keuze aan biologisch geteelde vaste planten, die op de eigen kwekerij worden opgekweekt en vermeerderd. Hans is een pleitbezorger van sterke, botanische soorten, die je ook in de natuur kunt aantreffen en die in de tuin jarenlang meegaan. G R O E I&BL O E I–J AN U AR I/FE BR U AR I–2019 49 Foto: GAP Photos

20 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication