De behandelingen van apneu Er zijn verschillende manieren om obstructief apneu te behandelen. Alle behandelingstechnieken concentreren zich vooral op het terugdringen van de ademstops. Tegenwoordig is er daarnaast in de behandeling meer aandacht voor het verminderen van de klachten. Aantal ademstops Wanneer krijgt u een behandeling? Dat moet een slaaponderzoek uitwijzen. Het slaaponderzoek meet hoeveel ademstops en bijna ademstops u per uur heeft. Ze noemen dat de apneu hypopneu index (ahi). Heeft u meer dan 30 (bijna) ademstops per uur dan noemen we dat ernstig, 15 - 30 stops wordt beschouwd als matig en een ahi van 5 - 15 is licht. Bij een ahi van meer dan 15 wordt altijd behandeld. Bij een lichte ahi van 5 - 15 kan behandeling nodig zijn als het gepaard gaat met een aantal klachten. Het aantal ademstops is weliswaar klein, maar het is goed mogelijk dat ze zeer lang duren en daardoor toch aanmerkelijke gevolgen hebben. Tijdens het slaaponderzoek meet men ook het zuurstofgehalte in het bloed. … en uw klachten Sinds de nieuwe richtlijn voor artsen ‘Richtlijn OSA bij volwassenen’ (2018) draait het bij apneu niet meer alleen om ademstilstanden. Men gaat ervan uit dat het aantal ademstops in veel gevallen te weinig zegt. Er zijn mensen met veel ademstops en weinig klachten. Er zijn mensen met weinig ademstops en veel klachten. Wat nu? Uit onderzoek komt naar voren dat de daling van het zuurstofgehalte in het bloed bij iedere ademstop wel eens veelzeggender kan zijn. Maar hoe vaak en hoeveel moet het zuurstofgehalte in het bloed dalen om te gaan behandelen? Daar zijn (nog) geen precieze wetenschappelijke cijfers over. De werkgroep die de richtlijn heeft opgesteld beveelt aan om naast de ademstops (ahi) en het zuurstofgehalte de klachten mee te laten spelen in het bepalen van de behandeling. Cpap De meest toegepaste behandeling, zeker bij ernstig apneu, is de cpap (spreek uit: siepep). Dat is een blaasapparaat met slang en masker dat door overdruk ervoor zorgt dat de keel niet dichtvalt. Een cpap geneest de apneu niet. Het is een hulpmiddel dat de rest van het leven nodig is bij het slapen. Dat geldt ook voor de hulpmiddelen spt en mra. In het begin heeft bijna iedereen moeite met het dragen van het masker. Toch zijn er in 2020 zo’n 235.000 mensen in Nederland die er elke nacht mee slapen. En er komen er elk jaar ongeveer 25.000 bij. Voor veel gebruikers is de cpap inmiddels hun beste vriend, omdat die hen in staat stelt weer (redelijk) normaal te functioneren. De cpap was het eerste hulpmiddel dat vergoed werd. Positietherapie Veel van de lichte tot matige apneus blijken veroorzaakt te worden doordat men op de rug slaapt. Vroeger kreeg men dan het advies een tennisbal achter in het T-shirt te naaien om rugligging te voorkomen. Maar dat werkte niet, omdat mensen in de nacht van de ene op de andere zij willen draaien. Tegenwoordig is er slaappositietherapie (spt). Je draagt hierbij een klein apparaatje op de borst dat een kleine trilling geeft als je op je rug blijft liggen. Dat blijkt uiterst effectief bij licht en matig apneu en comfortabel. De spt wordt sinds 2017 vergoed. tekst: Piet-Heijn van Mechelen Mra Een andere veel gebruikte oplossing is het mandibulair repositie apparaat (mra). Dit is een op maat gemaakte mondbeugel die ’s nachts de onderkaak naar voren houdt en daarmee ook de tong. Zo ontstaat er achterin de luchtweg meer ruimte. Ook het mra moet iedere nacht gedragen worden wil het effect hebben. Sinds 2010 wordt het mra in Nederland vergoed door de basisverzekering. Inmiddels zijn er ruim 70.000 mensen die iedere nacht met een mra slapen. Veel meer informatie over het mra kunt u lezen in onze mra special, een extra uitgave van de ApneuVereniging die helemaal gewijd is aan het mra. 12 | apneuspecial
13 Online Touch Home