JONG&AMBTENAAR Thuis op de steiger, in het gemeentehuis of bij het monument LIEKE HOUDT VAN STEEN, MAAR NOG MEER VAN MENSEN Op de steiger, naast de tekentafel, in het archief of de vergaderzaal. Lieke Droomers voelt zich overal thuis. ‘Ik kan met iedereen in het wereldje een gesprek voeren.’ ‘G ebouwengek’, Lieke Droomers was dat al op jonge leeftijd. Aan haar studieloopbaan is dat af te lezen. ‘Ik heb eerst mbo bouwkunde gedaan, de opleiding waarmee je aannemer kunt worden. Met een dag in de week praktijkles: metselen, timmeren, kozijnen stellen, daken leggen en stage bij diverse bouwbedrijven. Daarna ben ik bouwtechnische bedrijfskunde gaan doen, wat de weg opent naar een functie als projectontwikkelaar of -manager.’ PRAKTISCHE KENNIS Inmiddels weet ze, als architectuurhistoricus, ook moeiteloos de brug te slaan van bouwtechniek naar de historie en stijlkenmerken van gebouwen. ‘Zowel tijdens mijn opleiding als in mijn huidige werk merk ik hoe fijn het is dat ik ook die praktische kennis heb. Dat ik bakstenen in mijn handen heb gehad en niet alles uit een boek moest leren. Toch gaat mijn vak minder over steen dan over mensen, dat laatste misschien wel 80 procent. Aftasten wie tegenover je zit, inschatten of die persoon wel de monumentale waarde als uitgangspunt neemt, proberen met elkaar tot een plan te komen waarin cultuurhistorische waarden tot hun recht komen. Daar is zowel overtuigingskracht als mensenkennis voor nodig.’ Lieke vervolgt: ‘Of het nou op de bouwplaats is of op kantoor: ik kan met bouwvakkers gesprekken voeren over het toegepaste metselverband, maar ook met eigenaren van rijksmonumenten, architecten, wethouders. Het helpt als je weet waar je over praat.’ 22 Een flink deel van onze huidige leefomgeving is gebouwd of ontwikkeld na 1965: woningen, kantoren, winkelcentra, kerken, recreatiegebieden, scholen, kunst in de openbare ruimte. Voormalig staatssecretaris Gunay Uslu gaf begin 2023 de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed opdracht gebouwen uit deze periode te inventariseren, de kennis erover te vergroten en delen. Lieke kreeg bij de RCE de rol van projectleider ten behoeve van de inventarisatie en de te selecteren gebouwen. ‘In het Post 65-programma proberen we om dat wat typerend is voor die tijd, vast te leggen in verhaallijnen’, vertelt Lieke. ‘Niet meer door ze te inventariseren als kerk, woning, kantoor, school of boerderij, maar langs de lijn van maatschappelijke thema’s. Hierin zijn de belangrijkste veranderingen in de samenleving uiteengezet. Heel interessant hoe je die terugziet in de gebouwde omgeving.’ Waar Liekes liefde voor gebouwen ooit begon met kastelen (‘die blijken vaak behoorlijk nep’), breekt ze nu graag een lans voor het jonge gebouwde erfgoed uit de periode 19651990. Bouwsels uit die tijd worden niet door iedereen op waarde geschat. Sommigen vinden het zelfs vruchten van een ronduit lelijke periode uit de architectuurgeschiedenis. Lieke beseft dat om veel objecten (nog) geen traan gelaten zal worden als ze worden gesloopt. JONG ERFGOED ‘De waardering voor gebouwen uit de jaren 70 en 80 is er nog niet altijd. Maar op het moment dat je uitlegt waarom
23 Online Touch Home