HetBlaadje Nummer 2 Jaargang 19 Juli 2025 Pagina 6 In gesprek met mevrouw Eerkens over de oorlogstijd ’40-‘45 te Sellingen DoorAnjet Rotgers en Tina Johannes Aan de Hassebergerweg woont mevrouw Eerkens. Ze is de 90 al gepasseerd, maar woont nog met volle tevredenheid in haar vrijstaande woning aan de Hassebergerweg, op een steenworp afstand van haar dochter. Mevrouw Eerkens woonde vroeger in de ”boerderij van Sassen”, tegenover de snackbar. Haar meisjesnaam is Hennie Sassen.Ondanks dat ze nog maar een klein meisje was in oorlogstijd, weet ze er nog veel over te vertellen. Toen de oorlog uitbrak, kwamen de Duitsers op 10 mei 1940 Sellingen binnenvallen. Ze begonnen met het stuk slaan van de benzinepompen in het dorp, onder andere de pomp bij de Smederij van Rieks Smid, een smid in het dorp. Beide werden vernield. Later bouwden ze kazematten (betonnen bunkers) en uitkijktorens. Aan het Ruiten-Aa-kanaal staan 80 jaar na dato nog steeds een paar van deze bunkers. Hennie herinnert zich nog een uitkijktoren. Deze stond in de buurt van het dorp, op de kruising Dennenweg/ Bovendiepsterweg / Zevenmeersveenweg. Er werden een aantal bruggen en sluizen opgeblazen. Noodbruggen zorgden er voor dat het kanaal wel weer kon worden overgestoken. Ook de brug in de Sluisstraat (nu Hassebergerweg). De scholen bleven ondanks de bezetting de eerste jaren gewoon open. Hennie startte in het allereerste kleuterklasje van Sellingen, samen met haar overbuurjongen was zij de eerste kleuter van de school. Na de bevrijding ging de school dicht. De Binnenlandse Strijdkrachten (BS-ers) pakten de NSB-ers op en deze werden in de school opgesloten. Als kind kreeg ze in het gezin wel veel mee van wat er gebeurde. Bijv. dat Lammert Huizing en ds. Reinders werden opgepakt. Bij familie Huizing waren Joodse onderduikers verstopt en dit werd verraden. Lammert werd overgebracht naar Neuengamme. Beide mannen kwamen niet terug… Een monument ter nagedachtenis is te vinden op de hoek Beetserweg/Westerkamp. Aan de Hassebergerweg, in de haag, staat ook een monument. Deze is ter nagedachtenis aan Jan Albert de Roos. Hij is iets verderop aan de Hassebergerweg (toen nog Sluisstraat geheten) neergeschoten in de oorlog. Hennie kan zich dat zelf niet goed herinneren, haar man was als kind in de buurt en zag dit gebeuren. Jaren terug, toen haar man Wubbe nog leefde, kwam er familie van deze man kijken naar de plek waar het gebeurd is. Ze zijn toen bij hen binnen geweest en hebben met Wubbe erover kunnen praten. Ook weet ze dat er bij Wubbe op de boerderij een onderduiker was, die als ‘n zoon’ meehielp op de boerderij. Plotseling kwam er een tip binnen dat hij moest vluchten… Na de oorlog was er weer contact. Hij vertelde toen dat hij in de trein zat en er een razzia werd gehouden. Hij is uit de trein gesprongen en werd beschoten. Met een kogel in de schouder sprong hij het water in. Hij deed een rietstengel in zijn mond om te ademen en kon daardoor lang onder water blijven. Uiteindelijk kon hij zichzelf in veiligheid brengen. Hennie heeft zelf de oorlogstijd niet als vervelend ervaren, al gebeurden er natuurlijk wel nare dingen. Over het algemeen ging in Sellingen het gewone leven door. Het land werd bewerkt, je kon nog gewoon gymmen bij de gymnastiekvereniging SSS etc. Eten was wel voorradig. Ze hadden een moestuin, ze hielden varkens (stiekem werd er geslacht met hulp van een goede kennis). Later kwamen ook de distributiekaarten, een soort bonnenboekjes. Per bon kon je bijv. schoenen, suiker, stof, sigaretten, snoep halen. Hennie bewaarde ze nog. Op hun boerderij moesten af en toe ook Duitse soldaten logeren, soms waren deze zo jong (16/17) dat het eigenlijk sneu was dat deze jongens de oorlog in moesten, het waren nog “nuchtere koppies” zeiden ze in die tijd. Eén soldaat vroeg om Schwiebeln, maar moeder Sassen begreep hem niet. Ze liet hem van alles zien. Ook trok ze een lade open waarin uien zaten. De soldaat was dolblij. Tegen de tijd dat de geallieerden eraan kwamen, begonnen ze met het graven van loopgraven om de boerderij. Ook werd er een paardenvordering uitgeschreven door de vijand. Boeren moesten zich met hun paard bij café Timmer melden (nu Heeres Installatiebedrijf). Weigerde je dit, dan werd het paard ingevorderd. Als het paard werd goedgekeurd moest het worden vastgebonden aan het hek in de tuin van fam. Sassen. Als kind zat Hennie voor het raam, op haar knietjes op een stoel om het spektakel buiten te kunnen bekijken. De Duitsers zochten geschikte paarden uit om voor de wagens te kunnen spannen. Ze kan zich niet herinneren dat fietsen moesten worden ingeleverd, ze weet nog wél dat de banden op den duur massief waren en vreselijk veel geluid maakten op de weg. Er kwam ook een neef langs op de boerderij, deze bleek bij hen ondergedoken te zijn, omdat hij was opgeroepen voor het leger. Maar Hennie had hier geen besef van en vertelde vrolijk aan iemand anders, dat neef op bezoek was. Ze kreeg flink moppers van haar moeder, maar begreep daar niets van. Gelukkig waren veel Sellingers betrouwbaar en had dit geen nare consequenties. Ze had zelf twee oudere broers: Albert had de leeftijd om opgeroepen te worden om in dienst te gaan. Hij bleef thuis, maar bij onraad vluchtte hij naar de buren, huisarts Egbert Smit. Hij had daar op zolder een geheime plek. Broer Bé was jonger en hoefde zich geen zorgen te maken. Later in de oorlog kwamen er kinderen uit Rotterdam over, deze logeerden in Sellingen bij gezinnen om weer aan te sterken. Ze gingen zelfs mee naar school. Rotterdam was platgebombardeerd en in de Randstad was minder voedsel voor handen. Ze herinnert zich nog een jongetje dat in het begin vreselijk moest
7 Online Touch Home