13

Of zoals de NBG-vertaling zegt: “Verblijdt u in de Heer, te allen tijde!” En dan die herhaling: “Wederom zal ik zeggen: Verblijdt u!” Dat zijn prachtige woorden, maar laten we dat eerst eens eventjes nader bezien en definiëren. Wat betekent dat “verheug je”, oftewel “verblijd je”? Het lijkt simpel, maar wat ís dat nu eigenlijk? In de eerste plaats moet je vaststellen dat, als zo’n oproep “verheug je of verblijd je” gedaan wordt, ook meteen wordt verondersteld dat er “een heugelijk feit” is, want je verheugt je altijd in of om iets. Je kan niet zomaar iemand het commando geven: ‘Verheug je.’ ‘Ja’, vraag je dan, ‘waarin dan wel?’ Of: ‘Waarom dan wel?’ Dat betekent dus dat er iets moet zijn dat een reden geeft om je verheugen. Dat is de veronderstelling: er is een heugelijk feit, of er zijn heugelijke feiten. En vervolgens geldt daar dan die aansporing – en dat klinkt hier door – namelijk: om dit te vieren, om dit als een feest te beleven. Want ja, dat is wat het betekent: “verheug je”. Wat Paulus hier eigenlijk zegt is: ‘Verheug je in de Heer, altijd … er is een reden om je te verblijden.’ Hoe was die uitspraak ook alweer? “Het leven is een feest” – waar trouwens lang niet iedereen het mee eens is – “maar je moet zelf de slingers ophangen”. Er is in elk geval een reden om ons te verheugen … en vervolgens gaan wij dit vieren en dat is wat ‘verheugen’ is. Je daarin verblijden en je op dat heugelijk feit focussen; je op je paasbest te kleden en de slingers ophangen. Want als je een feest gaat vieren, tref je aanpassingen om dat feestelijk aan te kleden. 14

14 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication