0

Goed Bericht

Goed Bericht Altijd blij en onbezorgd?! André Piet Stichting GoedBericht

Colofon Titel: Goed Bericht Tweede jaargang, nr.1 – Altijd blij en onbezorgd?! © 2022 André Piet, goedbericht.nl Eerste druk: januari 2022 Uitgever: Stichting GoedBericht, Rijnsburg Alle rechten voorbehouden Samenstelling & vormgeving: Evangelie Om Niet, evangelieomniet.nl In samenwerking met Germa van Stralen ISSN 2772 7947 NUR 707

INHOUD INLEIDING 11 1. Een reden om je te verblijden 13 2. Het feit dat Jezus Christus Heer is 15 3. Hij is de Heer van allen 17 4. Je mag je altijd verblijden 21 5. De Heer is nabij 23 6. Een ongelimiteerde Bron van vreugde 27 7. Een geweldige wétenschap 29 8. Met dankzegging bekendmaken 33 9. De vrede van de God 37 10. Het allerbeste einde 41 Noten 43 7

Bron: Piet, A. (2019). Altijd blij en onbezorgd?! GoedBericht, https://goedbericht.nl/lezingen/altijd-blij-en-onbezorgd/ Bijbelteksten: werkvertaling op basis van Interlinear Scripture Analyzer (scripture4all.org). Overige vertalingen: de NBG-vertaling (NBG51) van het Nederlands Bijbelgenootschap. 8

“Verheug je in de Heer, altijd! Wederom zal ik zeggen: verheug je! Laat jullie inschikkelijkheid alle mensen bekend worden. De Heer is nabij. Weest in geen ding bezorgd, maar laat in alles, in gebed en smeking met dankzegging, jullie verzoeken bekend worden naar God toe. En de vrede van de God, die superieur is boven elk denken, zal als in een vesting de harten en gedachten van jullie bewaren, in Christus Jezus.” Filippiërs 4:4-7 9

10

INLEIDING “Altijd blij en onbezorgd?!”, met zowel een vraagteken als een uitroepteken. Het uitroepteken is waar het om gaat, maar het vraagteken is daarin gelegen, dat je je als mens natuurlijk de vraag kunt stellen: is dat wel haalbaar voor ons? Kan een mens dat? Kan een mens altijd blij zijn … en ook nog eens altijd onbezorgd? En je zou dan natuurlijk de vraag kunnen stellen: gaat het hier over een truc? Is het een techniek die je moet leren om in een bepaalde mentale staat te komen? Een meditatie of een ander kunstje, waardoor je in zo’n toestand geraakt van blijdschap en onbezorgdheid? Wat ik wil vertellen is: het is geen techniek. Het heeft te maken met een wétenschap. Dat wil zeggen: het is niet iets wat je doet, maar het is iets dat je moet weten om de vruchten ervan te plukken. En dat is ook de reden dat ik u wil meenemen naar een viertal verzen in Filippiërs 4. Paulus schreef deze brief aan de Filippiërs, in de streek bij Saloniki en Macedonië. En de kracht van de woorden in Filippiërs 4 is daarin gelegen dat Paulus deze brief vanuit de gevangenis schreef. Het feit dat hij in de gevangenis gezeten, zoveel vreugde heeft! Er is in heel het Nieuwe Testament geen brief te vinden die zo het accent legt op vreugde en blijdschap en je te verheugen. Nota bene geschreven door iemand die in de gevangenis zat en zoveel had meegemaakt en ogenschijnlijk ook zoveel reden had 11

om zich zorgen te maken. En juist het feit dat hij dat schrijft – dat hij anderen verblijdt en aanspoort om je te verblijden – geeft aan: dat is niet zomaar uit de hemel komen vallen van iemand die geen idee had hoe zwaar en moeilijk het leven kon zijn. Nee, dat wist Paulus heel erg goed en in die omstandigheden schrijft hij deze dingen. Dat geeft ons des te meer reden om onze oren te spitsen: die man moet wérkelijk iets te melden hebben … 12

1. Een reden om je te verblijden In Filippiërs 4 roept Paulus op om “ons altijd te verblijden” en “in geen ding bezorgd te zijn”. Dit is niet de eerste keer dat Paulus dit schreef. In hoofdstuk 3 lees je ook dat hij deze aansporing deed. Wat bedoelt hij daarmee? En is dat wel haalbaar voor een mens? Het antwoord daarop is verrassend. Filippiërs 4:4-8, vier verzen … Dat suggereert al dat we iets te vieren hebben. En dat klopt ook: “Verheug je in de Heer, altijd.” Laten we eerst die vier verzen lezen, voordat we daar wat op gaan inzoomen. Overigens, dit is een vertaling die vooral aansluit op een letterlijke vertaling1 van het origineel. “Verheug je in de Heer, altijd! Wederom zal ik zeggen: verheug je! Laat jullie inschikkelijkheid alle mensen bekend worden. De Heer is nabij. Weest in geen ding bezorgd, maar laat in alles, in gebed en smeking met dankzegging, jullie verzoeken bekend worden naar God toe. En de vrede van de God, die superieur is boven elk denken, zal als in een vesting de harten en gedachten van jullie bewaren, in Christus Jezus.” Deze vier verzen zijn het onderwerp en, zoals gebruikelijk, beginnen we gewoon bij het begin. De route is in die zin dus heel simpel. We beginnen bij deze mooie woorden: “Verheug je in de Heer, altijd.” 13

Of zoals de NBG-vertaling zegt: “Verblijdt u in de Heer, te allen tijde!” En dan die herhaling: “Wederom zal ik zeggen: Verblijdt u!” Dat zijn prachtige woorden, maar laten we dat eerst eens eventjes nader bezien en definiëren. Wat betekent dat “verheug je”, oftewel “verblijd je”? Het lijkt simpel, maar wat ís dat nu eigenlijk? In de eerste plaats moet je vaststellen dat, als zo’n oproep “verheug je of verblijd je” gedaan wordt, ook meteen wordt verondersteld dat er “een heugelijk feit” is, want je verheugt je altijd in of om iets. Je kan niet zomaar iemand het commando geven: ‘Verheug je.’ ‘Ja’, vraag je dan, ‘waarin dan wel?’ Of: ‘Waarom dan wel?’ Dat betekent dus dat er iets moet zijn dat een reden geeft om je verheugen. Dat is de veronderstelling: er is een heugelijk feit, of er zijn heugelijke feiten. En vervolgens geldt daar dan die aansporing – en dat klinkt hier door – namelijk: om dit te vieren, om dit als een feest te beleven. Want ja, dat is wat het betekent: “verheug je”. Wat Paulus hier eigenlijk zegt is: ‘Verheug je in de Heer, altijd … er is een reden om je te verblijden.’ Hoe was die uitspraak ook alweer? “Het leven is een feest” – waar trouwens lang niet iedereen het mee eens is – “maar je moet zelf de slingers ophangen”. Er is in elk geval een reden om ons te verheugen … en vervolgens gaan wij dit vieren en dat is wat ‘verheugen’ is. Je daarin verblijden en je op dat heugelijk feit focussen; je op je paasbest te kleden en de slingers ophangen. Want als je een feest gaat vieren, tref je aanpassingen om dat feestelijk aan te kleden. 14

2. Het feit dat Jezus Christus Heer is Wij hadden vroeger bij ons op de kwekerij een Egyptenaar werken die probeerde Nederlands te leren. En toen had mijn vader hem een oude Statenvertaling gegeven. Hij kon goed leren en leerde hele Bijbelpassages uit zijn hoofd. En toen zei hij op een ochtend een keer: “Ik heb iets geleerd.” Hij vertelde wat hij gelezen had in Spreuken 15:15, en hij noemde de woorden. Hij wist niet precies hoe je dat moest uitspreken, maar ik hoor het hem nog zeggen: “Voor de blijmoediege ies et altied fiest.” Dat is een anekdote die me altijd bij zal blijven. En ik moet er nog iets bij zeggen: ik denk dat dat buitengewoon belangrijk is. “Verheug je” is natuurlijk het grote geheim van wat in Filippiërs 3 en 4 staat. En dit is niet zomaar ‘be happy’. Dat is ook zo’n uitspraak en zelfs een lied: “Don’t worry, be happy.” Ja, oké, maar hoe dan wel? Waarin verheug je je dan? En waarom moet je dan zo happy wezen? Hoezo ‘je geen zorgen maken’? Het gaat om de woorden “in de Heer”. Dat wil zeggen: het feit dat er iemand is die Heer is, is de reden dat je je altijd kunt, en mag, verheugen. Ik moet er wel iets bij vermelden. De gangbare voorstelling van dat begrip ‘Heer’ is nu niet bepaald een goede reden om deze oproep van Paulus te begrijpen. Want zo heb ik het in het verleden vaak genoeg gehoord, dat mensen zeggen: 15

‘Kijk, God is in Jezus Christus Redder. Dat is een reden om je te verblijden. Maar Hij is niet alleen Redder, Hij is ook Heer. En dat wijst op onze verantwoordelijkheid. Dat geeft aan dat wij niet alleen maar mooie dingen krijgen, maar dat wij ook plichten hebben.’ Het ene is een verlichting: gelukkig is Hij het die jou redt. Maar het feit dat hij jouw Heer is betekent: dat jij dan wel moet doen wat Hij zegt. Dat is de gedachte. De andere kant van het verhaal is dus dat het zou wijzen op onze verantwoordelijkheid, en dan is het een last die op je gedrukt wordt. Dat is het gangbare verhaal: het is niet alleen maar mooi, het is niet alleen maar genade, het is óók wet. Het is niet alleen maar een voorrecht, het is ook nog eens een keertje een plicht en dat is jouw verantwoordelijkheid … Maar dat kan niet waar zijn, want dan zou het namelijk geen Bron van vreugde zijn, terwijl het dat nu juist wél is. Deze redenatie maakt de oproep compleet onbegrijpelijk. Want als dat waar zou zijn – ja, Hij is jouw Redder, maar Hij is ook jouw Heer en dat betekent dat jij iets moet doen – hoe kan Paulus dan schrijven: “Verheug je in het feit dat Hij de Heer is”? Dat geeft direct aan dat het feit dat Hij Heer is, een reden is om je te verblijden! Ik zeg u: het feit dat Jezus Christus Heer is, is net zo goed verlichting. Overigens ‘verlichting’ in de dubbele zin van het woord. Niet alleen maar verlichting in de zin dat het een last van je af neemt, maar ook verlichting in de zin van: het doet het duister opklaren. Het maakt je denken – en alles in je hart en om je heen – Licht. 16

3. Hij is de Heer van allen Het Griekse woord voor ‘Heer’ is Kurios en de betekenis van dat woord is dat Hij alles beheerst of onder controle heeft. Dat is wat ‘Heer’ betekent. En als ik het zo zeg, begrijp je ook meteen waarom het een Bron van vreugde is: er is Iemand die alles beheerst, die alles beschikt, die alles in Zijn hand heeft, die alles onder controle heeft. Ja, en als je dát beseft, dan is dat een reden om je te verblijden, of niet soms? Ik zal kort een aantal voorbeelden geven van hoe het gegeven dat Hij Kurios is, een Bron van vreugde is. In 1 Korinthe 1:31 staat: “… opdat het zij, gelijk geschreven staat: Wie roemt, roeme in de Heer.” Oftewel: het feit dat Hij Kurios is, is een reden om te roemen. Nog een vers: Romeinen 10:12. Daar staat: “… één en dezelfde is Heer van allen, rijk voor allen, die Hem aanroepen …”. Let op: “Heer van allen” betekent niet – zoals in de NBG-vertaling ten onrechte staat – ‘Heer over allen’. Nee, Heer van allen, dat is een heel groot verschil. “Heer van allen” wil gewoon zeggen dat: Hij de Heer van mij, de Heer van jou, en de Heer van ál die miljarden mensen, is. Hij is hun Heer. Hij is hun Eigenaar. Ik begrijp best dat men aan dat gegeven gemorreld heeft, want hoe was het ook alweer …? In de Heidelbergse catechismus staat dat “Uw enige troost in leven en sterven is, dat u het eigendom bent van Jezus Christus”. 17

En dat wordt dan als ‘exclusief gegeven’ gepresenteerd. Hij is ‘de Heer van gelóvigen’ … Nee, Hij is de Heer van allen! Hij is de Heer van iedereen. Gelovigen erkennen dat. Hij is Eigenaar van iedereen, oftewel: elk mens is Zijn eigendom. Dát is het Evangelie. Dat is de enige troost: niet alleen maar voor een exclusief groepje, het is de waarheid voor elk mens. Me dunkt een reden om je te verblijden, om tegen iedereen te vertellen: ‘Hij is jouw redder, Hij is jouw Heer, want je bent van Hem, je bent namelijk gekocht en betaald.’ Ja, dat geldt voor élk mens. En het bijzondere van een gelovige is, dat je dat mag erkennen. De waarheid is onverminderd van toepassing op elk creatuur, op elk mensenkind. In 1 Korinthe 15:58 heb je het ook weer. “… wees standvastig, onwankelbaar, te allen tijde overvloedig in het werk van de Heer, wetende, dat uw arbeid niet vergeefs is in de Heer.” Arbeid die vanuit Hem geschiedt, is niet vergeefs. Waarom? Omdat Hij Heer is. En dat is toch een reden om je te verblijden: dat hetgeen je doet niet vergeefs, niet voor niks, is? Het is een reden om te roemen, het is iets wat je bemoedigt. 18

Paulus zegt in 2 Korinthe 2:12: “Toen ik nu te Troas was gekomen … en mij een deur geopend was in de Heer …” Kijk, als de Heer alles onder controle heeft, dan is Hij dus ook bij machte om deuren te openen en te sluiten als Hij dat goed acht. Oftewel: Hij heeft alles onder controle en dat is dus altijd weer een Bron van vreugde en van kracht. Dat staat in Efeze 6:10. “Voorts, wees krachtig in de Heer en in de sterkte van Zijn macht.” Iedere keer “in de Heer”. Ook hier weer in die Kurios, want in Hem vind je alle kracht die je nodig hebt. Zie je? Je hebt zoveel reden om juist daarom omhoog te kijken. Naar Hem die het allemaal onder controle heeft, die met recht Kurios is. En aangezien dat altijd zo is, heb je altijd die Bron van vreugde. Het leven heeft talloze variabelen. Als er één ‘constante’ in het leven is, dan is dat: dat het allemaal voortdurend verandert. De wisselingen van het lot, de omstandigheden, privé of in je werk. Wat dacht u trouwens van de gevoelsmatige wisselingen? Je kunt door van alles worden belast en beladen … Kortom, dat is allemaal aan variatie, wisselingen, onderhevig. En we zeggen dan: “Het leven heeft zijn vreugde en zijn verdriet. Een lach en een traan.” Maar er is in ál die variatie één Constante … En dat is: er is één Heer. 19

Namelijk: Hem die alles beschikt en die alles in handen heeft en bij wie het allemaal in goede handen is. Nou, neem me niet kwalijk, dat is toch een gewéldige Bron van vreugde?! En een Bron van vreugde die er dus ook áltijd is. Want dan mogen de omstandigheden in uw leven of, nog breder, in uw omgeving of in heel de wereld, voortdurend veranderen en soms heel belastend zijn – ik doe daar niks aan af … Er is één Constante: er is één Heer. En Hij heeft alles op een Goddelijke wijze in de hand. En aangezien dat zo is, hebben we altijd die Bron ter beschikking om ons te verheugen. Dat heugelijk feit is er altijd! Het feit dat dit de waarheid is, dat moet je wéten en je moet het ook beseffen. 20

4. Je mag je altijd verblijden Paulus zegt: “Verheug je in de Heer, altijd. Wederom zal ik zeggen: verheug je!” En ik zei al, deze brief borrelt van vreugde en hij wordt niet moe dat te herhalen. Het is heel grappig, deze week had ik een app-wisseling met iemand en toen kwamen deze dingen ook ter sprake. Ik sprak iemand die een beetje bedroefd was en toen werd er gereageerd: ‘Goh, André, word je nu nooit moe om dat te herhalen?’ En toen moest ik hieraan denken, aan deze woorden: “Wederom zal ik zeggen …”. Ik zei: ‘Nee, natuurlijk word ik niet moe. Ik word toch ook niet moe om elke dag te drinken en te eten?’ Dat zijn dingen die je voortdurend, elke dag, weer nodig hebt. En dat geldt voor zulke geestelijke, mentale vitaminen ook, die heb je iedere keer weer nodig. Paulus schrijft in hoofdstuk 3, vers 1 – dat is leuk zoals hij dat formuleert – : “Voor het overige, mijn broeders, verheug je in de Heer.” Ziet u? En hij vervolgt: “Dezelfde dingen aan jullie te schrijven is voor mij inderdaad niet vervelend, voor jullie echter zekerheid.” Paulus zegt: ‘Ik vind het niet vervelend en niet bezwaarlijk om dat te doen.’ Het bepaalt je meteen weer eventjes bij de les. Het zet je denken en je focus weer op scherp, dat is waar het om gaat. Want met al die wisselingen van het lot, is het zo gemakkelijk 21

dat je weer afgeleid en afgetrokken wordt van de dingen waar het wérkelijk om gaat. En dat gaat altijd weer ten koste van de vreugde. Daarom is het belangrijk en noodzakelijk iedere keer weer daarbij bepaald te worden. Paulus zegt dat het voor hem niet vervelend is om telkens weer deze zelfde dingen te schrijven, want voor de lezers van zijn brieven “is het zekerheid”. Dat wil zeggen: het bevestigt je alleen maar in precies datgene, waar je vastheid in moet krijgen, wil je in de praktijk ook wérkelijk de vreugde beleven. Je kan natuurlijk gaan theoretiseren over ‘een blij leven’, maar dit zijn typisch van die dingen waar je het niet over moet hébben, het is juist de bedoeling dat je daaruit lééft. We praten niet over blijdschap, we praten vanuit blijdschap, anders is het theorie. Dat je je gewoon altijd mag verblijden. Niet ‘moet verblijden’, je mag je altijd verblijden. Er is ook altijd een reden óm je te verblijden! 22

5. De Heer is nabij Filippiërs 4:5. Paulus schrijft dan: “Laat jullie inschikkelijkheid alle mensen bekend worden.” Nu is dat een lastig verhaal, want hoe je dit leest hangt namelijk af van de vertaling die je voor je hebt. Als je een Statenvertaling hebt, staat hier ‘bescheidenheid’. In de herziene Statenvertaling staat ‘welwillendheid’, daar kom ik later nog op terug. ‘Bescheidenheid’, dat is nét niet helemaal de gedachte. Want dat is namelijk een ander Grieks woord, dat wordt meestal weergegeven met ‘zachtmoedigheid’. De NBG-vertaling zegt ‘vriendelijkheid’: “Uw vriendelijkheid zij alle mensen bekend.” ‘Vriendelijkheid’ zit er tegenaan, maar dat is nét weer even anders. Dat is namelijk ook weer een ander Grieks woord. Er wordt elders wel over ‘gastvrijheid’ gesproken, maar in dit vers wordt dat niet zo vertaald. Geschiften.nl – waar ik met heel veel waardering over spreek – geeft, zoals in de Statenvertaling kennelijk ook staat weergegeven, ‘welwillendheid’. Ik denk dat dat inderdaad de gedachte is. Of ‘inschikkelijkheid’; de Telos-vertaling, de voormalige Voorhoeve-vertaling, zegt ‘inschikkelijkheid’. Ik zeg niet dat deze begrippen totaal verschillend zijn – ik denk dat er voor een groot gedeelte overlap is – , maar het neemt niet weg: inschikkelijkheid of welwillendheid is toch iets anders dan pure vriendelijkheid. 23

Het Griekse woord is ‘epieikēs’ en heeft de betekenis van ‘zich schikken in de omstandigheden’. Dat is inschikkelijkheid, maar ook welwillendheid. Het is dus niet alleen maar naar ménsen, want dat is vriendelijkheid: je bent vriendelijk naar andere mensen toe. Maar ‘inschikkelijkheid’ is een houding die te maken heeft met de omstandigheden die zich voordoen, en het vermogen om je daar in en naar te schikken. Er zijn zoveel dingen in het leven die je nu eenmaal niet kunt sturen, en dan komt het erop aan dat je dat welwillend accepteert. En dat is iets anders dan de houding ‘het is niet anders’, want daar kan zelfs wrok in zitten … dat is geen inschikkelijkheid. In dezelfde brief, Filippiërs 2:14-15, had Paulus al gesproken over: “Dat we alles zonder morren zouden doen, als lichtende sterren.” Dat is het: zonder morren je aanpassen. ‘Inschikkelijkheid’ wil zeggen: het vermogen je aan te passen. Ik vind het wel leuk dat het woordje ‘schikken’ erin zit, want ‘schik’ heeft nog iets te maken met dat je het met plezier doet. Er zit vreugde in. Er is een Engelse spreuk, die in het Nederlands meestal verkeerd wordt weergegeven, die luidt: “The survival of the fittest.” ‘De overleving van de sterkste’, zo wordt dit veelal vertaald. Maar als je goed luistert betekent “the survival of the fittest” niet ‘de overleving van de sterkste’, maar de overleving van degene die zich het beste aanpast. De fittest is degene die ‘zich fit’, die zich aanpast aan de omstandigheden, die overleeft. De survival of the fittest is dus niet de sterkste. Feitelijk is dat zelfs een pleonasme, want degene die overleeft is sowieso de sterkste, daarom overleeft hij juist. Het is niet dubbelop, nee … wie overleeft? Dat is degene die in staat is zich aan te passen aan de 24

omstandigheden, aan de wisselingen, en zich daar welwillend in schikt. Om een lang verhaal kort te maken, Paulus zegt hier dat alle mensen zouden weten hoe je in staat bent je te schikken. En dit heeft alles te maken met wat hij in het voorgaande vers gezegd heeft, namelijk: dat je je verblijdt in het feit dat er één Heer is, die alles in handen heeft. Wat betekent dat Hij alle omstandigheden stuurt, leidt en daarin Zijn weg gaat. En Zijn weg heeft niet alleen de beste uitkomst, maar ook de route die Hij daarin kiest is het beste. Zijn weg is de beste, altijd. Als je dat weet, is dat een wetenschap die als vrucht heeft: • dat je je verblijdt; • dat het je de kracht geeft, het vermogen. De logica is dat je je dus ook schikt. En dus dat je ook niet mort, in tegendeel: dat je de dingen welwillend accepteert en dat je je daarin voegt. En dat dát bescheidenheid en vriendelijkheid tot gevolg heeft, allemaal tot je dienst, maar die welwillendheid, die inschikkelijkheid, is het beslissende element. Wat ik benadruk is: het gaat om het feit “Hij is Heer”. Ik hoef niet eens terug te verwijzen, want dat had Paulus niet alleen maar in het voorgaande vers gezegd, hij zegt het hier weer: “Laat jullie inschikkelijkheid alle mensen bekend worden.” Ja, hoezo? Nou, hij vervolgt: “De Heer is nabij.” Die Heer waar je je altijd in kunt verblijden, want Hij heeft namelijk altijd alles in de hand. 25

Alles is in goede handen. Hij is nabij en dat is de basis om je te schikken. Ik vind het prachtig zoals dat hier geformuleerd wordt. Het maakt inderdaad dat je je schikt, en dat je daar zelfs een reputatie door krijgt. Het suggereert trouwens ook dat mensen van nature helemaal niet zo inschikkelijk zijn, daarom valt het zo op als je het wel bent. Mensen doen niet anders dan morren en klagen. En als er dus iets is wat onderscheidend is, dan is het wel inschikkelijkheid. Namelijk die welwillende gezindheid in het leven, en de mentaliteit die uitstraalt: ze kunnen allemaal mopperen en klagen wat ze willen, maar ik weet dat het allemaal in goede handen is. Dit is niet dat ongemotiveerde en oppervlakkige “don't worry, be happy”, want dat vertelt namelijk niet het geheim. Paulus geeft het geheim aan: “Er is een Heer.” En ook mensen in de christelijke wereld begrijpen dat niet. Dat klinkt misschien niet zo aardig, maar het is echt zo. Sterker nog, ‘in de Heer’ is een beetje een spotterm. Mensen zeggen: ‘Nou, die is in de Heer.’ Ja, waarom zeggen ze dat? Omdat het eigenlijk nietszeggend is. Christenen kunnen vaak al niet uitleggen waarom het een vreugde is, want ze hebben er iets dat belastend is van gemaakt. Ze weten niet dat alles écht in goede handen is en dat Hij de Heer van allen is. Kortom: zij missen die wérkelijke vreugde. 26

6. Een ongelimiteerde Bron van vreugde Als Paulus op de Heer van allen wijst, dan wijst hij op een ongelimiteerde Bron van vreugde. En Paulus, vanuit de gevangenis, die bepaald wist waar hij het over had, zegt tegen de Filippiërs: ‘Daar’ – bij die Heer – ‘moet je wezen.’ En Paulus ging ze daarin gewoon voor. Het was niet dat hij het aan anderen schreef terwijl hij het zelf niet had. Nee, hij zegt: ‘Ik wil graag dat jullie delen in dat wat ikzelf mag kennen’, wat die Filippiërs trouwens ook kenden. Hij herinnert hen eraan, dat is feitelijk wat hij doet. De Heer is nabij, Hij is er altijd! Het gaat er niet zozeer om dat de komst van de Heer – Zijn parousia2 – nabij is, het gaat om de Heer zèlf; Hij is altijd dichtbij. In Handelingen 17 is Paulus in Athene op de Areopagus aan het woord, en dan spreekt hij over de God die hemel en aarde gemaakt heeft en dan zegt hij daarover in vers 27: “… hoewel Hij niet ver is van een ieder van ons.” Hoezo? Nou (vers 28): “… in Hem leven wij, bewegen wij ons en zijn wij.” Daarom. En zo is God ook niet ver weg, Hij is onze leefomgeving want Hij omvat heel de schepping. In Hem leven wij en waar je ook heen gaat, je komt nooit buiten Hem. Dat zegt David in Psalm 139: “Steeg ik ten hemel, U bent daar. En maakte ik het dodenrijk tot mijn sponde, U bent daar net zo goed. Waarheen kan ik vluchten voor Uw aangezicht?” Dat kan helemaal niet. God omgeeft mij van achteren en van voren, ik kan nooit voor 27

Hem vluchten. Waar ik ook ga en in welke omstandigheden ik ook ben en in welke gevoelens ik mij ook bevind, Hij is er altijd. Oké, je rekent daar niet altijd mee, je beseft het niet altijd en de meeste mensen weten het domweg niet. Maar wil je hieruit kunnen putten, dan moet je wel wéten dat die Bron er is. Dat lijkt me nogal duidelijk. En dat is precies wat je eigenlijk doet op het moment dat je het Evangelie vertelt. Je vertelt een goed bericht zodat ze op de hoogte zijn, zodat ze het wéten. Je kunt je alleen maar verheugen als je een goed bericht hoort. En op het moment dat je het wéét, kun je er ook uit gaan leven. En ik zei al: de omstandigheden in het leven zijn zo wisselend dat we voortdurend, echt dagelijks, weer hieraan herinnerd dienen te worden. Dit zijn woorden waar je echt geen genoeg van kunt krijgen; om er elke dag weer opnieuw bij bepaald te worden. Je wordt wakker en meteen Filippiërs 4: Hij is er. Dat is waar het om gaat. Dan maak je een goede start en stap je met het goede been uit bed. Gewoon in deze waarheid staan, dan kan het ook niet meer misgaan. De Heer is nabij! 28

7. Een geweldige wétenschap Vers 6 – ik refereerde er eerder al aan – : “Weest in geen ding bezorgd.” Er staat dus niet: “Je mag niet bezorgd zijn.” Als je het pedagogisch bekijkt is dat natuurlijk een bizar commando. Iemand is bezorgd en dan zeg jij tegen iemand: ‘Je mag niet bezorgd zijn.’ Wat je dan feitelijk doet, is nog een hele grote zorg neerleggen bij de zorgen die de ander al heeft. Toch? Want hij of zij was al bezorgd en nu ga je die persoon ook nog eens vertellen dat dát niet mag! Oké, je moet geattendeerd worden op bepaalde dingen die je misschien vergeten bent, maar je bent niet voor je lol bezorgd. Je ligt natuurlijk niet voor de lol ’s nachts wakker. Er zijn zoveel redenen om bezorgd te zijn en dan krijg je óók nog eens te horen – ik noem dat ‘evangelisch wetticisme’ – ‘je mag niet bezorgd zijn’ of ‘je moet je verblijden’. Dat zijn lasten die een mens niet kan dragen. Je kunt niet ‘op commando’ blij zijn, je kunt niet zeggen: ‘Ik krijg nu te horen dat ik niet bezorgd mag zijn, dus dan leg ik mijn zorgen neer.’ Zo werkt dat niet, dat weten we allemaal. Maar dat zégt Paulus ook niet. Het gaat er niet om dat je ‘niet bezorgd mag zijn’. Wat hij zegt is: er is een Heer en dus wordt er voor je gezorgd. En weet je wat de grote kracht daarvan is? Dan wordt niet verteld wat je moet doen, dan wordt jou geen techniek voorgehouden, nee, je wordt ontzorgd. Want op dat moment dat je je realiseert: er wordt voor mij, en 29

voor deze wereld, gezorgd want er is een Heer, dan betekent dat dat je met recht ontzorgd wordt, en dát is het grote geheim. Ja, je hemelse Vader weet wat je nodig hebt. Dacht je dat Hij jou vergeten was, of zo? Het is één ding dat dat de waarheid is, maar het gaat erom dat je erbij bepaald wordt. Er zijn zoveel redenen waarom mensen zich zorgen maken. Eerder ging het al even over allerlei dompers op de vreugde, die ervoor zorgen dat je je niet verblijdt, maar dat is hetzelfde. Mensen kunnen zich zorgen maken over hun huwelijk, over hun gezin, over de kinderen, over de gezondheid of over het werk, enzovoorts. Maar wát een enorm verschil maakt het als je weet: er is een Heer. En er is één God, Die werkelijk God is en de dingen beschikt. Er wordt dus voor mij gezorgd. Op het moment dat dát Licht straalt, verdwijnen de zorgen. Waarom? De omstandigheden worden niet anders, maar ineens ben ik me ervan bewust: wacht even, waar ik onder gebukt ga, is niet mijn zaak. Dat ligt niet op mijn bordje, dat is Zíjn zaak. Ik kan die wereld niet dragen, dat is heel vermoeiend … Er zijn zoveel dingen waar wij ons zorgen over maken en nóóit heeft dat een rendement. Ooit hoorde ik een mooie oneliner: “Zorgen moet je doen, niet maken.” Je zorgt voor familie, je naasten, et cetera. Ik bedoel: daar doe je iets voor, daar heeft de ander iets aan. Maar zorgen maken heeft geen enkel rendement. Ik heb nog nooit iemand horen zeggen: ‘Nou, ik heb gelukkig heel de nacht wakker gelegen, bezorgd geweest en daar heb ik wel iets aan gehad.’ Sterker nog, het heeft een negatief rendement, want je nachtrust is verspild. Kortom: het levert helemaal niks op voor waar je bezorgd om bent. 30

Het feit dat je je geen zorgen maakt, is niet oppervlakkig, het is juist echte ernst, als je tenminste het geheim kent. Je neemt namelijk de waarheid ernstig dat er één God is en één Heer, en dat ontzorgt je, dat verlicht je. Dat wil zeggen: alle lasten worden dan ineens van je afgenomen. Dat is een geweldige wétenschap. “Weest in geen ding bezorgd, maar laat in alles, in gebed en smeking met dankzegging, jullie verzoeken bekend worden naar God toe …” Het feit dat Paulus hier “in alles” zegt, is zo mooi. Eerst, in vers 4, was het “altijd”, nu is het “in alles”. 31

32

8. Met dankzegging bekendmaken Mensen vragen weleens: ‘Mag ik daarvoor bidden?’ Ik zou niet wéten waar je niet voor zou mogen bidden. In alle omstandigheden zijn er dingen, dat je verzoeken hebt, waar je zo ernstig van hoopt dat dat op een bepaalde wijze zou worden opgelost. Je hebt een gebed, een bede, een verzoek en je smeekt God dat het zo zou gaan. En Paulus zegt: ‘Doe dat maar gerust.’ Als het iets is dat op jouw hart drukt, bid ervoor. Paulus zegt: ‘In alles. Door gebed en smeking met dankzegging.’ Want waar het om gaat is, wat ik hier ook onderstreepte, een combinatie die misschien niet direct voor de hand ligt. Mensen bidden wel, maar als je weet dat er één Heer is, dan ga je dat doen met dankzegging. Dat is dus eigenlijk al bij voorbaat dank. Mogelijk ben je ziek en je bidt de Heer voor genezing. Dat kan, waarom niet? Waarom zou je de Heer niet mogen bidden om genezing? Hij kan je toch genezen? Ja, natuurlijk … maar dan staat er een heel leger mensen klaar die zeggen: ‘Hij gaat dat ook doen.’ Alleen dát heb ik niet gelezen in de Schrift, tenminste niet in verband met deze tijd. Maar het is wel zo dat wát de Heer ook doet, het altijd goed is. Dus hier kun je Hem bij voorbaat danken voor het feit dat, wat Hij ook doet, Zijn weg altijd de beste is. Iemand zei ooit eens: ‘Als wij om zilver vragen, dan geeft God goud.’ 33

Dan heb ik een leuke theologische vraag: als wij om zilver vragen en God geeft goud, heeft Hij jouw gebed dan verhoord, ja of nee? Die is moeilijk, hè? Ik bedoel deze vraag is moeilijk, maar eigenlijk is hij heel eenvoudig want God geeft namelijk het beste. Je weet namelijk nooit wat je vraagt. Je vraagt natuurlijk dingen die je vurig hoopt, maar of dit het beste is … dat weet je niet. Waarom niet? Omdat je als mens slechts een heel beperkt gezichtsveld hebt, je weet helemaal niet wat het beste voor jou is. Maar je weet één ding wel. Dat is dat God, alles zal laten samenwerken ten goede. Rom.8:28 Alles! Filippiërs 4:19. “Mijn God zal in al jullie behoeften naar Zijn rijkdom, in heerlijkheid, compleet voorzien, in Christus Jezus.” Hij heeft jouw leven, en heel de schepping, in Zijn hand, en Hij leidt alle dingen naar Zijn voornemen. Dit alles betekent dat we bij al onze gebeden en smekingen, waar we onze verzoeken, onze vragen neerleggen; altijd bij voorbaat al kunnen gaan danken voor het feit dat, wat Hij ook gaat doen, Zijn weg altijd de beste is. En dat is toch geweldig? Weer een reden om je te verblijden, inderdaad met dankzegging. Onze verzoeken maken we bekend bij God. Terwijl onze inschikkelijkheid bekend is bij alle mensen. Dat zijn de verhoudingen. En weet je wat dan zo geweldig is? Op het moment dat je bidt en smeekt met dankzegging, word je er ineens bij bepaald: er is een Heer, die als een Vader voor mij zorgt. 34

Voor wie niets onmogelijk is. En vandaar dat vers 7 vervolgt – dat is zo’n schitterende afsluiting van deze perikoop – : “En de vrede van de God, die superieur is boven elk denken, zal als in een vesting de harten en gedachten van jullie bewaren, in Christus Jezus.” 35

36

9. De vrede van de God Laten we eens eventjes wat nader naar vers 7 van Filippiërs 4 kijken. Ten eerste was er dit, er staat hier: “de vrede van God”. Dat is belangrijk, er staat niet: ‘de vrede met God’. Elders spreekt Paulus, bijvoorbeeld in Romeinen 5, dat wij “vrede hebben met God”, maar dat is iets heel anders. Vrede met God wil zeggen: er was eerst sprake van vijandschap. Ik was van Hem vervreemd, maar nu ik Hem mag kennen als Vader, is er vrede naar Hem toe. Dat zegt dus iets over de relatie tussen mij en Hem. Dat is de vrede mét God. Ik kan Hem recht in de ogen kijken en de verhouding tussen Hem en mij is er een van vrede, van harmonie; waar de vijandschap en de vervreemding totaal verdwenen is. Maar de vrede van God – neem die term gewoon heel letterlijk – is de vrede die God Zelf heeft. God heeft vrede. Waarom? Wel, God weet: alles gaat naar Mijn plan. Er gaat bij Hem niets mis. Waarom hebben wij geen vrede of waarom zijn wij bezorgd en waarom hebben wij geen vreugde? Omdat wij denken dat er van alles misgaat. Dáárom ben je bezorgd. Maar denkt u nu werkelijk dat Gods troon wankelt met alle vragen en moeite die wij hebben? 37

Omdat het daar op aarde allemaal zo moeilijk gaat? ‘Wat moet Ik nu, zeg?’ Nee, het geweldige is: er is één GOD. Die Schepper is van hemel en aarde. Die alles overziet. Die alles kent. En alles gaat naar de Raad, naar de bedoeling, van Zijn wil. Ik zeg weleens een keertje: ‘Hij is nog steeds op plan A’, maar eigenlijk moet ik niet eens in die termen praten. Er is geen ‘plan A’, want er is maar één plan. ‘Plan A’ suggereert dat er nog een ‘plan B’ zou zijn. Nee, er is helemaal geen ‘plan B’ en ook geen ‘plan A’. God heeft een plan van tijdperken (aeonen), en dat gaat minutieus – tot in het kleinste detail – , volledig goed, in alle opzichten! Dat is een onvoorstelbare wetenschap, daar begrijpen wij niks van. Daarom staat er: “De vrede van de God.” Ik hou van dat lidwoord ‘de’. De vrede die Hij heeft is superieur, Filippiërs 4:7. Dat wil zeggen: het gaat elk denken te boven. “Alle verstand”, zegt de NBG-vertaling. Geen mens begrijpt dat. Sommige mensen denken dat je alleen maar die vrede kunt hebben, als je ook gaat begrijpen waarom de dingen zijn. ‘Ik begrijp nu waarom God dat doet.’ Alsof je dan pas vrede hebt. Ik geloof er geen bal van. Wat begrijpen wij nu? Wij zijn – bij wijze van spreken – een emmertje en de schepping, die God in handen heeft, is heel de oceaan. 38

En die oceaan krijg je niet in een emmertje, hoor. Dat is ook helemaal niet de bedoeling. Waarom zou ik moeten begrijpen waarom de dingen gaan zoals ze gaan? Weet u wat meer dan genoeg is? Om Hem te vertrouwen. Dat Hij begrijpt waarom de dingen gaan zoals ze gaan. En omdat ik Hem vertrouw, heb ik vrede; de vrede die Hijzelf heeft. Hoe staat het geschreven in een lied? “… een sterke hand, die nooit heeft misgetast …” En in de berijmde psalm 89: “… hoe ’t vast gebouw van Uwe gunstbewijzen, naar Uw gemaakt bestek, in eeuwigheid zal rijzen …” Zo hoor ik dat nu ineens weer in mijn hoofd zingen en dan gaat het mij om dat: “naar Zijn gemaakt bestek”. Ja, Hij heeft een plan als een architect en daarin is alles tot in detail, en in fase, opgetekend en het gaat perfect. Dát is de vrede van God. Ik begrijp er geen bal van en ik hoef het ook helemaal niet te begrijpen. Hij heeft alles in handen en “… de vrede van de God, die superieur is boven elk denken” – dat noemen ze met een mooi woord het ‘transcendeert’, het gaat elk begrip te boven – “zal als in een vesting de harten en gedachten van jullie bewaren, in Christus Jezus.” Dit vind je meestal niet zo in de vertalingen, maar het woord dat hier gebruikt wordt is ‘bewaken’. Zoals een burcht bewaakt wordt met wachters. 39

Het Griekse woord dat hier gebruikt wordt, heeft namelijk te maken met schildwachten. De vrede van de God die superieur is boven elk denken, zal als in een vesting bewaken … wat? Nou, de harten en gedachten van jullie. Dus wat er staat – “de harten” – wil zeggen ons innerlijk, wat erin zit, de binnenkant, het centrum. “De gedachten”, zijn al die mentale processen die voortdurend in de weer zijn, maar die meestal zo ineffectief zijn doordat er zorgen aan te pas komen. Zorgen maken is ineffectief, want dan ga je iedere keer hetzelfde rondje draaien. Je komt er geen stap mee verder. Maar als je nu je gedachten effectief wil gebruiken – dat klinkt misschien wat vreemd zoals ik het nu zeg, heel rationeel – maar dat is het resultaat van dat je de vrede van God kent. Dan zijn namelijk een heleboel dingen, waarover je je misschien naar de mens zorgen zou maken, ineens van je afgevallen en dan kun je je denken effectief gebruiken, waar je denkvermogen ook voor gegeven is. Er staat hier: “als in een vesting worden de harten en gedachten van jullie bewaakt”. Gevoelens, gedachten worden beschermd. Hoe? Wel, door die vrede van God die superieur is boven elk denken. En dat betekent dat alle innerlijke processen die in je gedachten, in je hart, aan de binnenkant, gaande zijn, worden bewaakt, beschermd als door een dikke muur. Hoe? Wel, door die vrede die God Zelf heeft. 40

10. Het allerbeste einde “De vrede van de God …”, en dan staat erbij – ter afsluiting – : “in Christus Jezus”. Want ja, dáár is onze positie. Daar had Paulus in deze brief ook al eerder over geschreven, en eigenlijk is dat het uitgangspunt. Hij schrijft aan gelovigen, aan mensen die weten: ik ben verbonden met Christus Jezus en met Hem gestorven, met Hem in nieuw leven, God rekent mij als één met Hem en Zijn toekomst is mijn toekomst. In Christus Jezus zijn wij. En in dat besef dagelijks te mogen leven, is het gróótste wat er is. Díe vreugde en díe vrede en dát leven, zonder die belasting van zorgen maken, is niet iets wat is weggelegd voor de toekomst, dat is nu al gewoon beschikbaar, nabij. Je moet het wéten, je moet er iedere keer weer aan herinnerd worden. Je moet eerst weten, dat zei ik al; begrijp wat het betekent dat er één Heer is. Dat alles in goede handen is. Het laatste wat ik er over wil zeggen, is dat er hindernissen zijn die het je echt onmogelijk maken om die vrede werkelijk te kennen, omdat er gedachten – leerstellingen – zijn die je ervan weerhouden. Als je bijvoorbeeld denkt dat het ooit in het verleden mis is gegaan, dan heb je geen God. Dan heeft Hij dus niet alles onder controle. Dat is helaas wel wat de theologie ons heeft willen wijsmaken en nog steeds: ‘het is ooit misgegaan en nu gaat God redden.’ Dat is eigenlijk alweer ‘plan B’ … maar dan heb je geen Heer. Dan is het dus niet onder controle, het is een drama! 41

Je zou nu kunnen zeggen: ‘Dat is alleen maar een leer.’ Nee, het heeft direct gevolgen voor heel je denken, voor je hart en voor je gedachten. Het zet je op een dwaalspoor. En als je eenmaal in dat stramien denkt ‘het is ooit misgegaan’, dan is natuurlijk de volgende stap: het komt ook nooit meer goed. Maar wij wéten – dat is de essentie van het Goede Bericht – : alles is in Zijn hand, er gaat nooit iets mis en Hij brengt alles tot het allerbeste einde voor heel de schepping, voor heel de mensheid, voor iedereen. 1Kor.15:22-28; Kol.1:20 Dát is geluk en dát is vrede. 42

Noten 1 Voor degenen die dat niet kennen, ik ben gewend om de interlineair erop na te slaan. De interlineair is een woord-voorwoord weergave vanuit het origineel waarop mijn werkvertaling is gebaseerd. Het is een nogal letterlijke vertaling. Op de website van Scripture4all.org is een Nederlandse interlineair te vinden, die als pdf kan worden gedownload voor bijvoorbeeld tablet of smartphone. Een volledige interlineair van zowel het Oude als het Nieuwe Testament. Meer informatie: https://www.scripture4all.org/ 2 Het Griekse woord ‘parousia’ betekent letterlijk ‘aanwezigheid’ of ‘presentie’ en staat dus tegenover het begrip ‘afwezigheid’. Het duidt niet alleen op het moment van aankomst maar ook op het navolgende verblijf, een periode. Bron: Piet, A. (2020) 1Korinthe 15:23 – vervolgens (1). GoedBericht, https://goedbericht.nl/rubriek/1korinthe-1523vervolgens-die-van-christus-zijn/ 43

44

goedbericht.nl GoedBericht wijst op de ene GOD die alles beschikt en bij wie nooit iets mis gaat. Zij wijst op Jezus Christus als Redder der wereld. Jazeker, van alle mensen. Omdat GOD nooit laat varen de werken van Zijn handen! Uitgangspunt is de Bijbelse boodschap zoals Paulus dit als “apostel en leermeester van de natiën” heeft mogen bekendmaken. GoedBericht wil uitsluitend wijzen op wat “er staat geschreven”. Want “de Schrift” bewijst én verklaart zichzelf. goedbericht.nl In samenwerking met: Stichting Evangelie Om Niet Het Evangelie spreekt van de ene God, Die OM NIET alle mensen redt, verzoent, levend maakt en rechtvaardigt! Gratis online boeken lezen, delen en downloaden (de publicaties zijn ook OM NIET als uitgave op papier verkrijgbaar) evangelieomniet.nl 45

1 Online Touch

Index

  1. 1
  2. 2
  3. 3
  4. 4
  5. 5
  6. 6
  7. 7
  8. 8
  9. 9
  10. 10
  11. 11
  12. 12
  13. 13
  14. 14
  15. 15
  16. 16
  17. 17
  18. 18
  19. 19
  20. 20
  21. 21
  22. 22
  23. 23
  24. 24
  25. 25
  26. 26
  27. 27
  28. 28
  29. 29
  30. 30
  31. 31
  32. 32
  33. 33
  34. 34
  35. 35
  36. 36
  37. 37
  38. 38
  39. 39
  40. 40
  41. 41
  42. 42
  43. 43
  44. 44
  45. 45
  46. 46
Home


You need flash player to view this online publication