34

De Corinthiërs keken liever naar de buitenkant en hun uitspraken over Paulus waren vurige pijlen. En zeer waarschijnlijk deed het Paulus wel wat als mens, maar hij had het schild van het geloof en hij wist waarvoor hij stond. Hij wist dat hij aangesteld was als apostel en als leraar. We zouden dan ook naar zijn woorden luisteren. En het is een geweldige boodschap: God heeft vrede gemaakt! Want indien wij, toen we vijanden waren, verzoend werden met God door de dood van Zijn Zoon, veel meer zullen wij, verzoend geworden, gered worden in Zijn leven. Rom.5:10 NCV … en door Hem het al weder (of: wederzijds tot) Zichzelf te verzoenen, vrede gemaakt hebbend (lett: vrede doende) door het bloed van Zijn kruis, door Hem, hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is Kol.1:20 NCV Tot God verzoend betekent eveneens: je bent aan elkaar gegeven, allemaal, als met God verzoende mensen. Dan is het logisch dat je ook met elkaar vanuit verzoening, vanuit vrede, omgaat. Dat zegt Paulus niet voor niets in 1 Thessalonicenzen: houdt vrede onder elkaar. Bij de Thessalonicenzen had hij ook het woord gebracht en zij hadden het aangenomen. Niet als een woord van mensen, zegt Paulus, maar wat het werkelijk ís: als het woord van God. Dat was anders dan bij de Corinthiërs, voor hen was het zó nodig, dat de verzoening ook onderling zou doorwerken. 34

35 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication