11

2. Het woord ‘vader’ Eerst het woord ‘vader’. Het Griekse woord daarvoor is (net als in het Latijn): pater. Dat is wat hier dus door Paulus is opgetekend: hij buigt zijn knieën voor God en die is Vader. Vervolgens staat er: “… vanuit wie elk vaderschap in hemelen en op aarde wordt genoemd …”. Hier staat in feite een vrijwel identiek woord: patria. Daar zie je nog steeds datzelfde grondwoord in, en dat betekent letterlijk: ‘het zijn van vader’, oftewel vaderschap. De NBG-vertaling en de Statenvertaling, en datzelfde fenomeen zie je ook in andere talen (in het Engels en in het Duits), geven het niet met ‘vaderschap’ weer. Dat is geen kritiek, helemaal niet, want het klinkt ook wat vreemd. Maar het punt is dat men het woord ‘vaderschap’ vertaalt met ‘geslacht’. Of eventueel elders – het woord komt nog een paar keer voor in het Nieuwe Testament – met ‘stam’. Het idee daarbij is dat een familie (zoals de Telos-vertaling dat heeft), een gezin, een geslacht of zelfs een hele stam, gebaseerd is op, en zijn oorsprong vindt in, ‘vader’. Vader is degene die aan het begin staat, hij is de oorsprong, de origine van dat wat hij heeft voortgebracht: zijn nazaat. We hebben vele woorden die daaraan gekoppeld zijn, in feite is ook een grootvader een vader, een stamvader, een aartsvader. Trouwens, het woordje ‘aartsvader’ dat is het woord patriarch. Dat is wel grappig, want wij spreken daar ook nog wel over. Zoals dat het vanouds ook geregeld was: families waren patriarchaal. Tegen dat patriarchale concept is men later heel

12 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication