0

Goed Bericht Model vaderschap André Piet Stichting GoedBericht

Colofon: Titel: Goed Bericht Eerste jaargang nr.3 – Model vaderschap © 2021 André Piet, goedbericht.nl Verschijningsdatum: december 2021 Uitgever: Stichting GoedBericht, Rijnsburg Alle rechten voorbehouden Samenstelling & vormgeving: Evangelie Om Niet, evangelieomniet.nl In samenwerking met Germa van Stralen ISSN 2772 7947 NUR 707

INHOUD 1. Wat voorafging … 11 2. Het woord ‘vader’ 13 3. Een type van God 15 4. God, de Vader van de schepping 17 5. God, de Vader van Jezus Christus 21 6. God, de Vader van de gelovigen 25 7. God, de Vader van het universum 27 8. God is “Abba, Vader”! 31 Noten 37 Bijlage 1: Rijk in ontferming 41 Bijlage 2: Doden en toch levend 42 Bijlage 3: Duizelingwekkende hoogte! 43 Bijlage 4: De komende aeonen 44 Bijlage 5: De Eerste en de Laatste? 45

Bron: Piet, A. (2018). Model vaderschap. GoedBericht, https://goedbericht.nl/lezingen/model-vaderschap/ Bijbelteksten: werkvertaling op basis van Interlinear Scripture Analyzer (scripture4all.org). Overige vertalingen: de NBG-vertaling (NBG51) van het Nederlands Bijbelgenootschap.

“Ten gunste van dit buig in mijn knieën voor de Vader, vanuit wie elk vaderschap in hemelen en op aarde wordt genoemd …” Efeze 3:14-15

1. Wat voorafging … De titel is “Model vaderschap”. Wat is dat nu eigenlijk, vaderschap? En wat is het model daarvan? U kent het, de uitspraak, of het spreekwoord, dat zegt: “Vader worden is een gunst, vader zijn een hele kunst.” Maar de kunst van het ‘vader zijn’ is niet het onderwerp, het gaat eigenlijk nog dieper. Niet zozeer: hoe ben je vader, maar wat is vaderschap? Niet: hoe zou je als vader moeten zijn, maar wat betekent het dat iemand vader is? Of wat betekent het dat iemand jouw vader is? Wat is de essentie daar nu van? En waar het vandaan komt. Spreken we God aan als Vader omdat Hij als een Vader is, of spreken we van ‘vaders’ omdat hun rol van God is afgekeken? Oftewel: wat was er eerder? Een zeer basale vraag! En wat betekent het dat God “Abba, Vader” is? Het is om die reden dat we begonnen zijn in het bijbelgedeelte van Efeze 3. Daar waar Paulus, juist in het voorgaande, zulke onvoorstelbare grootse dingen naar voren heeft gebracht, over dat wat ons bezit is1. Ons, ik bedoel: wij die mogen geloven, aan wie dat geschenk is gegeven … ook dat staat in Efeze 2:5-8. Het is geen enkele roem als Hij je ogen heeft geopend, prijs Hem! Met het uitzicht dat Hij ál die ogen gaat openen, maar daarover straks meer.

Paulus had geweldige dingen verteld, over wat ons bezit is, wat ons eigendom is, wat onze positie is, onze plaats. Maar ook daarmee onze toekomst voor wat betreft de komende wereldtijdperken, de komende ‘aeonen’2 in Christus, te midden van de hemelsen. Het uitzicht is zo enorm weids! (zie: Bijlage) En als Paulus ál die dingen naar voren heeft gebracht, dan gaat hij zijn knieën buigen. Dan zegt hij: “Ten gunste van dit buig ik mijn knieën voor de Vader …”. Ef.3:14 Hij gaat uit van een feit, dus het navolgende is gewoon een gebed. En daarbij bidt hij dat zijn lezers werkelijk zouden beseffen wat zij hebben ontvangen. Wat hun bezit is. Want het is één ding natuurlijk om gigantisch rijk te zijn, maar wat heb je eraan als je dat niet weet? Dan kun je nog straatarm léven. En dát vind ik nou echt zonde! De geweldige waarheid is dat wij namelijk – dat kunt u trouwens ook lezen in het navolgende – een enorme rijkdom hebben ontvangen. En Paulus bidt dat we ons dat gaan realiseren, zodat we elke dag in ons leven ook op dat niveau leven. Niet armetierig, maar naar de status die we hebben ontvangen. Dus ten gunste daarvan, of ter wille daarvan, buigt Paulus zijn knieën voor de Vader. En dan zegt hij: “… vanuit wie elk vaderschap in hemelen en op aarde wordt genoemd …”. Overigens, dit is geen NBG- of (Herziene) Statenvertaling, dit is een vertaling die vooral aansluit op een letterlijke vertaling3 van het origineel. In de NBG-vertaling of de Statenvertaling – en ik denk ook in andere vertalingen – staat het woordje ‘vaderschap’ hier niet, maar in het origineel wel. Dat wil ik straks graag wat nader toelichten.

2. Het woord ‘vader’ Eerst het woord ‘vader’. Het Griekse woord daarvoor is (net als in het Latijn): pater. Dat is wat hier dus door Paulus is opgetekend: hij buigt zijn knieën voor God en die is Vader. Vervolgens staat er: “… vanuit wie elk vaderschap in hemelen en op aarde wordt genoemd …”. Hier staat in feite een vrijwel identiek woord: patria. Daar zie je nog steeds datzelfde grondwoord in, en dat betekent letterlijk: ‘het zijn van vader’, oftewel vaderschap. De NBG-vertaling en de Statenvertaling, en datzelfde fenomeen zie je ook in andere talen (in het Engels en in het Duits), geven het niet met ‘vaderschap’ weer. Dat is geen kritiek, helemaal niet, want het klinkt ook wat vreemd. Maar het punt is dat men het woord ‘vaderschap’ vertaalt met ‘geslacht’. Of eventueel elders – het woord komt nog een paar keer voor in het Nieuwe Testament – met ‘stam’. Het idee daarbij is dat een familie (zoals de Telos-vertaling dat heeft), een gezin, een geslacht of zelfs een hele stam, gebaseerd is op, en zijn oorsprong vindt in, ‘vader’. Vader is degene die aan het begin staat, hij is de oorsprong, de origine van dat wat hij heeft voortgebracht: zijn nazaat. We hebben vele woorden die daaraan gekoppeld zijn, in feite is ook een grootvader een vader, een stamvader, een aartsvader. Trouwens, het woordje ‘aartsvader’ dat is het woord patriarch. Dat is wel grappig, want wij spreken daar ook nog wel over. Zoals dat het vanouds ook geregeld was: families waren patriarchaal. Tegen dat patriarchale concept is men later heel

negatief – paternalistisch – gaan aankijken (modern of ‘verlicht’, denkt men dan). Maar het gaat eigenlijk over ‘de familie met de vader’. De pater familias: degene die centraal staat in de familie. Niet als ‘de baas’ of ‘degene die dicteert’. Dat is het idee niet, want dat is juist een misconcept. Nee, het is de oorsprong, en daarmee feitelijk de basis, het fundament. Degene ook die verantwoordelijk is voor dat gezin, voor die familie of zelfs de hele stam. Hij staat daarin centraal. Hij is het begin en daarmee ook degene die verantwoordelijk is voor hun welzijn. Dus de rol van ‘vader’ is enorm groot. Vandaar dat men dat in de vertalingen weergeeft met ‘geslacht’. Maar het idee is: een geslacht, een familie, is gecentreerd rond een vader.

3. Een type van God Nu zou je nog eens goed naar die tekst moeten kijken, want Paulus buigt zijn knieën voor de Vader en dan zegt hij: “… vanuit wie elk vaderschap in hemelen4 en op aarde …”. Dus je hebt ook families in de hemelen. Wat dat is, daar gaan we het vanmorgen niet over hebben, maar families op aarde kennen we veelal maar al te goed. Een gezin, een familie, een stam; maar dat zijn allemaal clans, op welk niveau dan ook, rond een vader. En nu staat hier: “… vanuit wie elk vaderschap in hemelen en op aarde wordt genoemd …”. Het is dus niet dat wíj God ‘als Vader’ aanspreken. Ik heb dat vroeger altijd gedacht, totdat ik gecorrigeerd werd door de Schrift zelf. Waarom dacht ik dat? Ik dacht: het is een metafoor, een beeld, omdat we hier op aarde vaders kennen. En omdat we dat fenomeen van vaderschap hier op aarde kennen, noemen we God – bij wijze van spreken – ‘Vader’. Ik kan me voorstellen dat velen van u er ook zo over denken, maar Paulus zegt: het is precies omgekeerd. Dat vaderschap, of dat nu hemels of aards van aard is, is genoemd of vernoemd naar God, de Vader. Het is dus niet God de Vader, die wordt vernoemd naar het vaderschap dat we hier hebben. Nee, het Origineel, het Model, het Prototype van vaderschap, daar is Hij als de Eerste: Hij is DE

Vader! Het vaderschap dat we hier op aarde kennen, dat is daar in het beste geval een kopie van, een type, of een afbeelding. Ziet u hoe geheel anders het is? Dat is trouwens van groot belang, ook in praktisch opzicht. Want ik weet dat velen – en dat is misschien een wat pijnlijke gedachte, maar ik kan me goed voorstellen dat dat bij heel wat mensen zo ook leeft – moeite hebben met het concept, de gedachte of het aanroepen van God als Vader, vanwege hun eigen slechte ervaringen met hun vader. Ja, je zal maar mishandeld of misbruikt zijn. Dan God ‘Vader’ noemen, dat ligt lastig. Of wat dacht je van een vader die steeds afwezig was? Maar wat je dan feitelijk doet, is het vaderschap dat je hier op aarde kent, projecteren op God. Het lijkt mij een geweldig verlichtende, en verlossende, gedachte, dat het precies omgekeerd is. God is het prototype en het vaderschap hier op aarde, is daar een projectie of een kopie van; het is daarnaar vernoemd. Het feit dat ik vader mag zijn – dat dat zo genoemd wordt – is vernoemd naar het feit dat God werkelijk Vader is. U begrijpt, er is een wereld van verschil tussen ‘het Origineel’ en ‘de kopie’. In het beste geval benadert dit het enigszins, en mag je daar inderdaad naar verwijzen. Maar in feite is het hele wezen, de clou van vaderschap, ook een geweldige verantwoordelijkheid. Het heeft helemaal niets te maken met ‘dat je meer bent’ … of al helemaal niet ‘de baas’. Het geeft aan hoe enorm groot de verantwoordelijkheid is die je hebt. Namelijk dat je een type bent van God.

4. God, de Vader van de schepping Laat ik daar nog eens wat dieper op ingaan, op dat vaderschap van God. Want dat kun je op allerlei manieren beschouwen. Bij het vaderschap van God kun je in de eerste plaats denken aan het feit dat Hij degene is die de oorsprong, de Bron, van heel Zijn schepping is. Dat is een Bijbelse gedachte. Ik heb in het verleden wel kritiek gehoord op een lied dat ik vroeger wel eens zong: ‘Kind’ren van één Vader, zijn wij allemaal.’ De kritiek daarop was, dat dat niet juist zou zijn, want God is slechts een Vader van de gelovigen. Daar kom ik straks nog op terug, want de gedachte is niet helemaal onterecht, maar óók niet juist … dat kan. Er zitten verschillende kanten aan en daarom wil ik daar nog op ingaan. In de eerste plaats – en dat is van oudsher het hele idee in de Schrift – is God een Vader van Zijn schepping als geheel, maar daarmee tegelijk van elk schepsel, elk creatuur afzonderlijk. Ik zal u een voorbeeld geven, want u wilt natuurlijk wel ‘de bonnetjes’. Maleachi 2, vers 10, daar leest u zoiets. Dat zijn twee retorische vragen, dat wil zeggen: in de vraag zelf ligt het antwoord al besloten. Daar zegt Maleachi dit: “Hebben wij niet allen één Vader?” Maar wat bedoelt hij dan? Daarna herhaalt hij feitelijk de vraag, alleen dan op een andere manier geformuleerd. En door het feit dat dat dan parallel loopt, zie je ook meteen wat hij daarmee bedoelt:

“Heeft niet één God ons geschapen?” Een vader is degene die creëert, pro creëert, degene die voortbrengt. Waar is de schepping uit voortgekomen? U zegt: ‘God is de Schepper.’ Maar dat betekent dat Hij daarmee dus óók de Vader is. Heel de schepping komt uit Hem voort. Dat maakt Hem God maar, meer nog, Váder. Dat is een geweldige gedachte: het feit dat elk creatuur Hem “Vader” mag noemen. Dat is niet exclusief voor een bepaalde groep. Nee, dat is het geboorterecht van ieder schepsel. Ieder mag hem zo noemen. Waarom? Hij is je Bedenker, de Ontwerper of Designer, de Schepper. Wat wil je nog meer …? Nog één: Handelingen 17. Daar is Paulus in Athene. En dan staat hij daar op de Areopagus in een kring van allemaal filosofische scholen, dat is de setting. En dan wordt hij op een gegeven ogenblik min of meer ter verantwoording geroepen. Er wordt hem gevraagd of hij misschien niet ook zijn verhaal wil vertellen? Nou, dat hoef je aan Paulus geen twee keer te vragen, natuurlijk. Als je écht wat te melden hebt, een goed bericht? En dat had hij! In feite refereert Paulus in die toespraak aan allerlei Schriftuurlijke waarheden, zonder ook maar één keer de Schrift letterlijk te citeren. Dat zou ook geen indruk hebben gemaakt in dat gezelschap. Want ja, in de synagoge, daar doet hij het Woord van God open. Maar in zo’n gezelschap had het geen zin om te zeggen: “De Schrift zegt …”. Want dat zei hen helemaal niets.

Wat Paulus doet, is aansluiten bij het gedachtegoed dat die heidenen hadden – de natiën, de filosofische scholen. En dan citeert hij een wijsgeer uit die dagen, een poëet, en dan zegt hij: “… wij zijn ook van Gods geslacht”. Hand.17:28 Dat schijnt uit een gedicht te komen, dus Paulus kende ‘zijn klassieken’. Leuk hè? En dan zegt Paulus dus tegen dat gezelschap van volstrekt onwetenden: “Wij, ik, maar ook jullie luisteraars, zijn van Gods geslacht”. Dat wil zeggen: jullie zijn voortgekomen uit Zijn wezen. Hij is jullie Váder. Met andere woorden: wij behoren allemaal tot Zijn familie. Dus Paulus sluit zijn heidense toehoorders – helemaal nog geen gelovigen – in. Later blijkt dat er maar een enkeling uit het gezelschap inderdaad oren heeft naar wat hij te melden heeft, maar het maakt niet uit. Dit is namelijk niet iets wat je ‘moet verwerven’, of wat je pas in latere instantie ‘door een bepaalde actie van jezelf verkrijgt’ … niets van dat al! Het gaat om het loutere feit dat je een schépsel bent en daar hoef je niks voor te doen, dat bén je gewoon. En, voor zover dat een prestatie is, is dat Zíjn prestatie. Dat is Zijn actie, dat heeft Híj gedaan. God heeft jou voortgebracht en bedacht. Dat betekent: je bent van Zijn geslacht, Hij ís jouw Vader. Ik had meer Schriftplaatsen kunnen noemen, maar ik wilde het bij deze twee getuigen houden. Dan moet de zaak vaststaan toch? 2Kor.13:1

5. God, de Vader van Jezus Christus Nog een speciaal aspect dat dikwijls in de Bijbel, vooral in het Nieuwe Testament, wordt benadrukt is: dat God op een heel bijzondere wijze Vader is van Jezus Christus. De reden daarvoor hoeft niet zo moeilijk te zijn. Er zijn trouwens verschillende redenen voor, maar laat ik mij beperken tot wat ooit de hemelse boodschapper zei tegen Maria, toen haar werd aangekondigd dat ze zwanger zou worden. En toen was de vraag van Maria: ‘Hoe zal dat dan gebeuren?’ En dan lees je in Lucas 1 vers 35 het volgende: “En de boodschapper5 (Grieks: ‘angelos’) antwoordde en zei tot haar: heilige geest” – dus niet zomaar menselijke geest, nee geest van God – “zal op jou komen”. Oftewel: “kracht van de Allerhoogste zal jou overschaduwen”. En daarom is hier geen sprake van menselijke tussenkomst. Er is geen sprake van een menselijke vader en dit is volstrekt uniek, geen méns kan dat nazeggen. Jezus had een menselijke moeder, maar geen menselijke vader. “En daarom” – dat is wat die boodschapper dan tegen haar zegt – “zal het heilige dat verwekt wordt Zoon van God worden genoemd”. Dat is uniek en verklaart meteen waarom Johannes het zo beschrijft: dat Jezus genoemd wordt “de eniggeboren Zoon van God”, Joh.3:16 daarmee de unieke Zoon van God. Dus dat is vaderschap op een heel exclusieve wijze. Niemand is op díe wijze zoon, of kind, van God. Hij is namelijk door God Zélf bij een vrouw verwekt en dat kwam omdat het Woord en de geest en de kracht van de Allerhoogste over Maria kwam.

Sommige mensen hebben heel veel moeite met zo’n wonder. Maar ja, ik denk altijd maar: waarom zou dat zo moeilijk zijn? Onlangs heb ik nog een prachtige timelapse gezien van de menselijke zwangerschap. Hoe zich dat zo, in negen maanden tijd, voltrekt. En als je dat dan in een video ziet afgebeeld – want ze kunnen dat tegenwoordig natuurlijk allemaal heel mooi vastleggen – , hoe onvoorstelbaar is dan de manier waarop een mens, u en ik, tot stand zijn gekomen? Door twee onooglijke celletjes die bij elkaar komen … en dan na negen maanden is het zover. Het is een volstrekt Godswonder! En als mensen dan zeggen: ‘Maar hoe kan God dan dat op deze manier doen? Bij Maria een kind verwekken?’ Oké, dit is uniek, maar is op zichzelf – en ik aarzel om u de vraag voor te leggen – het één wonderlijker dan het ander? Je zou kunnen zeggen: ‘Het één is een wonder en het ander is een wonder boven wonder.’ Laten we het daar maar op houden. Maar dat heilige geest – de geest van God – op Maria kwam, dat de kracht van de Allerhoogste haar overschaduwde, dát maakte de geboorte van de Here Jezus Christus inderdaad tot een heel bijzondere gebeurtenis. Trouwens, we zingen er wel eens over. En we zingen dan: “Jezus ”, en dan: “… de Zoon van God is Hij”. Ja, de Zoon van God, namelijk de unieke, de eniggeboren Zoon van God. Je leest trouwens later – ik kan het niet nalaten om dat er ook nog even bij te vertellen: dat wordt dan al geprofeteerd in Psalm 2:7 – dat God tegen Hem zegt: “Mijn Zoon zijt Gij; Ik heb U heden verwekt.” Heb.5:5 [NBG51] Dan blijkt, ik ga het nu niet bewijzen, dat dat gaat over de opstanding. Toen heeft God hem opnieuw verwekt, namelijk uit de

doden6. Dat maakt Zijn Zoonschap nóg unieker. Dus ook dáár zitten dan nog weer verschillende kanten aan. U ziet wel, dat als je het hebt over het feit dat God Vader is, dan heeft dat allerlei kanten. Het is als een diamant en een paar van die zijden, van die facetten, wil ik graag belichten. Juist ook om er Bijbels licht op te werpen. Ja, want waarom doe je anders de Schrift open, nietwaar …?

6. God, de Vader van de gelovigen En dan nog één: God als Vader van het nieuwe leven, namelijk van de gelovigen nu. Hier komen we alsnog uit bij dat kritiekpunt, namelijk op dat lied van ‘Kind’ren van één Vader, zijn wij allemaal’. En dan de tegenwerping: ‘Ja, maar zegt de Schrift niet dat Hij slechts een Vader is van de gelovigen?’ In sommige kringen is dat wat je leest in Johannes 1 erg bekend: “Doch allen, die Hem aangenomen (letterlijk staat hier: ontvangen) hebben, hun heeft Hij (vol)macht gegeven om kinderen Gods te worden, hun, die in zijn naam geloven; die niet uit bloed, noch uit de wil des vlezes, noch uit de wil eens mans, doch uit God geboren zijn …”. Joh.1:12-13 [NBG51] Dat is een bijzonder ‘kindschap’. Maar dan hebben we het over het feit dat God ook de Vader is van de nieuwe schepping (dat wil zeggen: een schepping die de dood voorbij is), van het nieuwe leven. Ik wil u een voorbeeld geven. Titus 3 zou ik kunnen geven, maar de mooiste, vind ik, staat in 1 Petrus 1. Daar schrijft Petrus het volgende in zijn aanhef van de brief: “Gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, die naar Zijn grote ontferming, ons opnieuw verwekt …” In de NBG-vertaling staat: “… heeft doen wedergeboren worden …”

Letterlijk staat er: “die (…) ons opnieuw verwekt tot een levende hoop” – namelijk – “door de opstanding van Jezus Christus vanuit de doden”. 1Pet.1:3 Hier blijkt dus dat God verwekt tot nieuw leven. Dat maakt Hem Vader in een heel bijzondere zin, namelijk: Hij is niet alleen maar Vader van de hele oude schepping – in die zin is Hij de Vader van élk schepsel – , maar Hij maakt ook weer een nieuwe schepping. En die nieuwe schepping is feitelijk begonnen bij wat je hier leest: de opstanding van Jezus Christus vanuit de doden. Toen is nieuw leven aan het licht gekomen, en degenen die vandaag geloven, zijn nu ‘opnieuw verwekt’. Paulus noemt dat dan vooral: “een nieuwe schepping”. “Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping; het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen. En dit alles is uit God …” 2Kor.5:17-18a [NBG51] Dat geeft aan dat God niet alleen de Vader is van de oude schepping, maar óók van de nieuwe schepping. En dat God de Vader is van de nieuwe schepping, is iets wat alleen gelovigen nog maar weten. Alleen gelovigen zijn een nieuwe schepping, de rest nog niet. Dat maakt dat gelovigen op een bijzondere wijze “kinderen van God” zijn. Ziet u? Dus Hij is de Vader van alle schepselen, sowieso. Én Hij is eveneens de Vader van de nieuwe schepping. Op dit moment is dat bijzondere vaderschap, met betrekking tot het nieuwe leven, alleen voor de gelovigen een feit, maar ik zeg er meteen bij: dat is een momentopname. Want dat is de huidige situatie voor degenen die Hem vandaag mogen kennen. God is de Vader van het nieuwe leven, maar dat betekent dat Hij dat straks zal zijn van alle mensen!

7. God, de Vader van het universum In Filippenzen 2 staat zo’n geweldige waarheid. Ik noem dat graag ‘het slotakkoord’ van de Bijbelse heilshistorie. Uiteindelijk eindigt het in een geweldig “halleluja”. En dat wil zeggen: elke knie gaat buigen. Paulus boog zijn knieën nu al, en dat doen wij ook. Maar er kómt een moment dat alle knieën gaan buigen! Maar ook dat elke tong gaat belijden dat Jezus Christus Heer is. En dat is geen lippendienst, want ‘de lippen’ is de buitenkant, maar ‘de tóng’, dat is de binnenkant. Dat geeft aan dat het inderdaad van binnenuit komt. “Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam boven alle naam geschonken, opdat in de naam van Jezus zich alle knie zou buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, en alle tong zou belijden: Jezus Christus is Here, tot eer van God, de Vader!” Fil.2:9-11 [NBG51] Vers 11 vanuit de Griekse grondtekst: “… en alle tong van harte zal toejuichen dat Jezus Christus Heer is, tot heerlijkheid van God, de Vader.” Elke tong zal van harte belijden dat Jezus Christus Heer is, en dan staat erbij: “… tot heerlijkheid van God” – let op: – “de Vader.” Dan hebben alle schepselen inmiddels óók dat nieuwe leven ontvangen en is God een Vader van heel de nieuwe schepping, want dan ís er namelijk geen oude schepping meer. Dus, hoe dan ook, Gods vaderschap is universeel.

Ik neem u mee naar een andere Schriftplaats, Efeze 4:5-6. Paulus bezingt daarin diverse keren de geweldige eenheid die God tot stand heeft gebracht. En wat de kenmerken ook zijn van die eenheid die wij vandaag mogen vormen: één lichaam, één geest, één Heer. Hij noemt zeven kenmerken van die eenheid. En dan sluit hij af, en dat is het zevende kenmerk – in feite niet alleen het eindpunt maar tegelijk het hoogtepunt – : “één God en Vader van allen”. “… één God en Vader van allen, die is boven allen en door allen en in allen.” Eén God. Dat is de echo die overal in de schrift weerklinkt. Eén God, dat is de belijdenis, de meest fundamentele van alle. Dat zei de Here Jezus ooit al, toen een schriftgeleerde bij hem kwam: “Welk gebod is het eerste van alle?” Als een goed orthodoxe Jood zei de Here Jezus – als ik het zo mag zeggen – : “Het eerste is: Hoor, Israël, de Here, onze God, de Here is één …”. Mar.12:29 [NBG51] Er is maar één God. En omdat er maar één God is, is Hij uniek. En omdat er geen andere God is, moet Hij dus wel de oorsprong, en daarmee dus de Vader, zijn van allen. Dus dat unieke, dat ene, dat heeft te maken met dat universele. Als je het één ziet, zie je het andere ook. Als je niet ziet dat er maar één God is, dan zie je ook dat universele vaderschap niet. Dat is een doordenkertje … dat heeft alles met elkaar te maken. Eén God. Jes.45:5 Als je eenmaal weet dat er één God is, dan weet je: er kan er dus maar Eén zijn die alles beschikt, die alles plaatst, die

alles leidt en alles tot een goed einde brengt! Wie zou dat kunnen verstoren? Als er maar één God is, dan kan er nooit iets misgaan. Als je dat weet, dan heb je rust, dan heb je vrede. “… één God en Vader van allen …” En of je dit nou betrekt op de oude schepping of op de nieuwe schepping, in beide gevallen is het uiteindelijk sowieso waar. Dus God is inderdaad universeel Vader. Trouwens, het woord ‘universum’ dat is een aanduiding van het heelal. Dat is geen Bijbels woord, maar het is wel mooi om te bedenken: het is één geheel. ‘Het al’ is heel, maar wij noemen dat ‘universum’ – ‘uni’ en dan ‘versum’. ‘Uni’ betekent één en dat ‘versum’ heeft te maken met wenden of keren, draaien. Letterlijk betekent universum: gekeerd tot de Ene. Dat is een belofte! God is inderdaad de God en Vader van het universum. En het al keert zich tot de Ene. Kol.1:20 Waarom? Wel, het is uit Hem voortgekomen. Hij is de Vader van allen. Hij is daarom ook boven allen, dat lijkt mij nogal wiedes. En Hij is door allen, die is wat moeilijker, maar ik versta het zo: dat Hij ook degene is die, door alles en door allen, alles dáár brengt waar Híj het hebben wil. Uit en door en tot. “Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen (Grieks: ta panta = het al): Hem zij de heerlijkheid …” Rom.11:36 [NBG51] En ook inderdaad tot Hem en letterlijk en in allen. Dat is trouwens Gods grote ultieme doel: dat Hij zal wonen in elk schepsel: God, alles in allen. “… opdat God zij alles in allen.” 1Kor.15:28 [NBG51]

8. God is “Abba, Vader”! Ik wil u wat vertellen over de Hebreeuwse symboliek. Want het woord voor ‘vader’ in het Grieks – dat heb ik al verteld – is pater, trouwens in het Latijn eveneens. Maar in het Hebreeuws is dat ‘ab’. Dat bestaat uit de eerste twee letters van het alfabet. Je ziet ook terug in allerlei Bijbelse namen: Abraham, dat betekent ‘vader van veel volkeren’. Of Absalom, dat betekent ‘vader van vrede’. Of Abner, dat betekent ‘vader van licht’, enzovoorts. ‘Ab’ is de verkorte vorm van ‘vader’. En het mooie van dat Hebreeuws is, dat deze taal niet ‘van de wereld’ is. Dat betekent het Hebreeuws eigenlijk ook: het is ‘de taal van de andere kant’, van God Zelf. Dat zie je in de symboliek terug. Dit is zo geweldig, de sprake die daarvan uitgaat! Een paar diamantjes daaruit, wil ik toch even laten schitteren. Ik kan het niet nalaten dat te delen met u. Het Hebreeuws leest van rechts naar links Die eerste letter, dat is de alef. (In het Grieks is dat de alfa; onze ‘A’ komt uit het Grieks.) Hebreeuwse letters zijn, net als met Romeinse letters, ook cijfers. Dus de eerste letter staat voor de 1.

De alef is de letter en het getal van God, die Eén is. Over wat ik nu zeg, zou je nog veel meer kunnen vertellen, maar ik moet me beperken. Dat woord ‘alef ’ betekent ‘de eerste’, het is daarmee ook het hoofd. En als je de alef omdraait (naar beneden keert; waarbij de poten van de A de horens voorstellen), is het de kop van een rund, een offerdier. De alef, die eerste letter, is een beeld van God Zelf. “Ik ben de eerste en Ik ben de laatste en buiten Mij is er geen God.” Jes.44:6b [NBG51] “Ik ben dezelfde, Ik ben de eerste, ook ben Ik de laatste; ook heeft mijn hand de aarde gegrondvest en mijn rechterhand heeft de hemelen uitgebreid.” Jes.48:12b-13 [NBG51] Beth is de tweede letter, maar dat is ook het woord voor ‘huis’. Veel Bijbelse namen beginnen zo, denk bijvoorbeeld aan Bethlehem. Dat betekent ‘huis van brood’. Dat woord ‘beth’ is huis, en daarmee de aanduiding van een familie: “Ik en mijn huis zullen de Here dienen.” Het staat bovendien voor het getal 2. Als alef de 1 is, dan is de beth de 2. Dat staat ook voor de schepping, die bestaat uit dualiteiten, zoals dat met een mooi woord heet. Denk aan: hemel en aarde, wit

en zwart, licht en duister, land en zee. Die schepping is ook een huis. God heeft deze schepping voortgebracht. Daar begint trouwens het boek Genesis ook mee: met de beth. De eerste letter van de Bijbel is een beth, dus de schepping: hemel en aarde. Waarom? Omdat God in die schepping wil wónen. Het woord ab, verwijst naar God, die in Zijn huis woont en die daar centraal staat. En Hij gáát ook over Zijn huis. God is dus niet alleen maar de oorsprong daarvan, maar ook verantwoordelijk voor het welzijn van het huis. Dát is wat ‘vaderschap’ is. Het is toch geweldig, als je daaraan denkt. We gaan niet op God projecteren wat wíj doen, dat is allemaal zo zielig. Het is omgekeerd: Híj is DE Vader, perfect! En wij mogen weten dat óns vaderschap daarvan is afgeleid, daarnaar is genoemd. Nu wil ik u nog wat vertellen, want dat woordje ‘Abba’, Vader – de volle vorm van het woord ‘vader’ – is feitelijk óók het verhaal van de schepping. Het begint én het eindigt bij God.

Je moet (zoals gezegd) van rechts naar links in het Hebreeuws lezen: • God is de Alef, daar begon het mee. • En dan krijg je: Hij, die Zijn schepping ontwerpt en bouwt. • En uiteindelijk woont Hij ook daadwerkelijk in Zijn schepping. Hij was vóór de schepping alles in Zichzelf. En aan het eind van het verhaal – aan het eind van de tijdperken of aeonen van de hele historie – is Hij alles in allen. Dus dan heeft Hij de hele familie – dat wat Hij voortgebracht heeft in de oude én in de nieuwe schepping – tot een goed einde gebracht! Dat is ‘Abba’. God, die wij zo mogen noemen, staat garant voor de goede afloop van heel de schepping. In de liefde drukt God uit wie Hij ís, namelijk een Vader voor heel Zijn schepping. Dat is feitelijk het kloppende hart. En hier staat in het Hebreeuws, voor degenen die niet elke dag Hebreeuws lezen, het woord ‘ahav’. Dat is het woord voor liefde. In de hele historie van de aeonen, waarin goed en kwaad allemaal een rol speelt, is Hij de Beschikker, Hij beschikt alles. We begrijpen er soms – of heel vaak, of meestal, of bijna altijd – niets van, maar Hij maakt geen fouten want Hij is GOD.

Hij is boven allen en Hij is ook niet te vatten, maar Hij is dé VADER die we volledig, restloos, kunnen vertrouwen! En Hij is door allen en uiteindelijk in allen; Hij gaat in heel Zijn schepping wónen. En het zal blijken dat heel Zijn wezen LIEFDE is. God is liefde. Hij is Vader. “Abba, Vader!”

Noten: 1 Voorafgaande aan Efeze 3, heeft Paulus grootse dingen naar voren gebracht over dat wat ons bezit is. Zie voor meer informatie: Bijlage 1-4, pagina 41-44. 2 Aeonen: Grieks > aiōnen, zijn wereldtijdperken. Net zoals een uur of een dag een bepaalde periode van tijd is, zo is in de Bijbel ook een ‘aeon’ een periode van tijd. Bij ‘aeonen’ gaat het dan om de langste periodes van tijd die bekend zijn. 3 Voor degenen die dat niet kennen, ik ben gewend om de interlineair erop na te slaan. De interlineair is een woord-voorwoord weergave vanuit het origineel waarop mijn werkvertaling is gebaseerd. Het is een nogal letterlijke vertaling. Op de website van Scripture4all.org is een Nederlandse interlineair te vinden, die als pdf kan worden gedownload voor bijvoorbeeld tablet of smartphone. Een volledige interlineair van zowel het Oude als het Nieuwe Testament. Meer informatie: https://www.scripture4all.org/ 4 Hemelen: de Bijbel kent er drie. De ‘hemel’ is de verzamelnaam voor alles wat zich boven ons bevindt. Het Griekse woord voor hemel (ouranos) is dan ook afgeleid van de woorden voor ‘zien’ en ‘opwaarts’. • Direct boven het aardoppervlak is de atmosfeer waar “de vogelen des hemels” vliegen.

• Daarboven bevindt zich de ruimte waar “de sterren des hemels” zijn. • En dáárboven is de plaats waarheen Paulus (in of buiten het lichaam) weggevoerd is geweest: de derde hemel. In de Hebreeuwse Bijbel aangeduid als “de hemel der hemelen”. Deut.10:14; 1Kon.8:27; 2Kron.2:6; 6:18; Neh.9:6; Ps.68:33; Ps.148:4 Dit is de hemel die de zichtbare twee hemelen te boven gaat of overtreft. Bron: Piet, A. (2012). De derde hemel. GoedBericht, https://goedbericht.nl/de-derde-hemel/ 5 Het woord ‘engel’ is een wat misleidend vertaalwoord. Want het suggereert dat het een hemelbewoner betreft terwijl dat niet per se het geval is. Het Griekse woord ‘angelos’ komt 187 keer voor in het Nieuwe Testament. ‘Engel’ zegt op zich helemaal niets, want het is een klanknabootsing van het woord ‘angelos’ en ‘angelos’ betekent ‘boodschapper’. Meer informatie over dit onderwerp: https://goedbericht.nl/te-midden-van-de-hemelsen/ 6 Het goede bericht dat Paulus en alle apostelen als herauten hebben doorgegeven luidt kort en krachtig: Christus is uit de doden opgewekt! Het zinsdeel “uit de doden opgewekt” kan gemakkelijk worden opgevat als synoniem voor ‘uit de dood opgewekt’. Toch zijn dat twee heel verschillende formuleringen. “De dood” is de naam voor de toestand die intreedt zodra het leven voorbij is. Iemand is dood. Maar “de doden”, dat is een meervoud: één dode, twee doden. Christus is “opgewekt uit de doden”, dat betekent: Hij lag begraven te midden van andere doden maar slechts Híj werd van tussen deze doden uit, opgewekt.

Het idee achter de formulering is dus niet zozeer dat Christus niet meer dood is (hoewel dat op zichzelf waar is) maar dat Hij werd opgewekt, met achterlating van de andere doden. Christus is uit de doden opgewekt. Alle andere doden liggen nog in het graf, maar Hij is de Eersteling die het Leven aan het licht bracht. Hij werd opgewekt om nooit meer te sterven. Wie volgt? Antwoord: uiteindelijk alle mensen! 1Kor.15:22 Bron: Piet, A. (2019). 1 Korinthe 15:12 – opgewekt UIT de doden. GoedBericht, https://goedbericht.nl/rubriek/1korinthe-1512opgewekt-uit-de-doden/

Bijlage 1: Rijk in ontferming “Maar God, rijk zijnde in ontferming, vanwege Zijn grote liefde, waarmee Hij ons liefheeft …” Ef.2:4 In de voorgaande verzen had Paulus in donkere kleuren de hopeloze toestand van de mensheid geschilderd. Onwetend, ongezeglijk, beheerst door driften, begeerten en boosheid. En toch, zonder deze donkere achtergrond zou nooit de rijkdom van Gods ontferming hebben kunnen schitteren. Hij ontfermt zich over een armzalige wereld. Hij heeft haar zelf geschapen! Het is onmogelijk voor Hem om “de werken van Zijn handen” te laten varen. Dat is Gods liefde. Onvoorwaardelijk. Geen zondaar of vijand zo groot, of Zijn liefde overtreft het. Altijd. Gods liefde is zó groot en Zijn ontferming zó rijk, dat geen mensenkind daarvan is uitgesloten. God wil dat alle mensen worden gered 1Tim.2:4 en Hij is ook daadwerkelijk de Redder van alle mensen. 1Tim.4:10 Want ‘wat Zijn liefde wil bewerken, ontzegt Hem Zijn vermogen niet’. Gods grote liefde is een vast gegeven. Het is als een onfeilbaar kompas dat altijd richting geeft. Elk schepsel mag ervan verzekerd zijn. En wanneer God in een crisis (= oordeel) brengt, dan staat dat niet tegenover Zijn liefde, maar het vloeit daar juist uit voort. Want God zet recht en brengt ook weer terecht. Iedereen! Bron: Piet, A. (2018). Efeze 2:4 – rijk in ontferming. GoedBericht, https://goedbericht.nl/rubriek/efeze-24-rijk-in-ontferming/

Bijlage 2: Doden en toch levend “… Zijn grote liefde, waarmee Hij ons liefheeft, ook ons, doden zijnde voor de misstappen, maakte Hij levend, samen met de Christus (in genade zijn jullie geredden) …” Ef.2:5 Eigenaardig: eerst schrijft Paulus over Gods “grote liefde waarmee Hij ons liefheeft” om vervolgens dit toe te spitsen op “ook ons, doden zijnde voor de misstappen”. De eerste ‘ons’ zijn alle mensen waar Gods liefde naar uitgaat. De tweede ‘ons’, dat zijn de gelovigen die nu reeds tot de “geredden” behoren. De “geredden” worden op twee manieren beschreven. Enerzijds als “doden” en anderzijds als levend gemaakt. Dat lijkt tegenstrijdig, totdat we begrijpen dat gelovigen zijn één gemaakt met Christus. Hij stierf en wij stierven met Hem. Zo rekent God. Ten opzichte van de misstappen zijn we gestorven! Dat is voorbij, daar hebben we niets meer mee van doen. God ziet ons als één met Christus en daarmee ook delend in Zijn volmaaktheid. Dat is niet gebaseerd op ons gevoel of op onze ervaring, maar op het feit dat God ons zo ziet en rekent. Omdat we één zijn met Christus, zijn wij dus ook verbonden in Zijn levendmaking. De misstappen en de dood liggen achter ons en een nieuw, onvergankelijk leven ligt vóór ons! Bron: Piet, A. (2018). Efeze 2:5 – doden en toch levend. GoedBericht, https://goedbericht.nl/rubriek/efeze-25-doden-entoch-levend/

Bijlage 3: Duizelingwekkende hoogte! “… (in genade zijn jullie geredden), en Hij wekte ons samen op en deed ons samen zitten, te midden van de hemelsen, in Christus Jezus.” Ef.2:6 Eerst dood en vervolgens opgewekt tot nieuw leven. Dat is wat gelovigen, één gemaakt met Christus, ten deel valt. Want Zijn lot is ons lot. Maar daar blijft het niet bij. Want Christus is niet alleen opgewekt uit de doden, maar ook gezet aan Gods rechterhand, “te midden van de hemelsen”. Hemelse plaatsen, hemelse sferen en miljoenen hemelse wezens. Verheven tot duizelingwekkende hoogten. Kijk omhoog, zie de ontelbare sterren en bedenk dan: dáár is mijn Heer. Hij werd opgewekt en Hij is nu boven alles verheven! Maar nu komt de geweldige waarheid van de Efeze-brief: Christus is gezeten “te midden van de hemelsen” samen met ons! Zoals mijn hoofd niet ergens kan zijn, zonder mijn lichaam, zo kan Christus niet los gezien worden van “de ekklesia”, Zijn gemeente. Ze vormen een eenheid als Hoofd en lichaam. Dus toen David profeteerde dat Christus tot Gods rechterhand zou worden verhoogd, Ps.110:1 was dat inclusief “de ekklesia”. Dat mocht Paulus openbaar maken! Vanuit de diepste diepte worden we opgetild naar de hoogste hoogte! Inderdaad: “in genade”. Om niet. Bron: Piet, A. (2018). Efeze 2:6 – duizelingwekkende hoogte! GoedBericht, https://goedbericht.nl/rubriek/efeze-26/

Bijlage 4: De komende aeonen “… en deed ons samen zitten, te midden van de hemelsen, in Christus Jezus, om te betonen in de komende aeonen, de overtreffende rijkdom van Zijn genade, in goedgunstigheid over ons in Christus Jezus.” Ef.2:7 Met Christus gezeten, aan Gods rechterhand, te midden van de hemelsen. Dat is de positie van de gelovigen in Christus Jezus. Dat is onze status, plaats en bestemming. Met een uitdrukkelijk doel. Om in de komende aeonen als demonstratiemodel te worden ingezet. “Om te betonen”, staat hier. “De komende aeonen”, dat zijn de wereldtijdperken die zullen volgen op de “tegenwoordige boze aeon”. Eerst in “de toekomende aeon”, Ef.1:21 dat verwijst naar “de duizend jaren” waarin satan gebonden zal zijn. Op.20 Vervolgens in de aeon daarna, die de voorgaande aeon nog weer zal overtreffen; “de aeon der aeonen”. Ef.3:21 Het is de aeon waarin een nieuw Jeruzalem vanuit de hemel zal neerdalen. Op.21 In de komende aeonen zal Christus Jezus heersen. Vanuit de hoogste plaats, “te midden van de hemelsen”. Samen met allen die “in Christus Jezus” zijn. Zijn lichaam, de ekklesia. Een ‘volk’ dat geen enkele aanspraak kon maken, is door God daar neergezet. Dat is Gods prestatie! En daarmee betoont Hij “de overtreffende rijkdom van Zíjn genade … over ons”. Alsjeblieft! Bron: Piet, A. (2018). Efeze 2:7 – de komende aeonen. GoedBericht, https://goedbericht.nl/rubriek/efeze-27-de-komende-aeonen/

Bijlage 5: De Eerste en de Laatste? Twee keer in het boek Jesaja noemt God zichzelf “de Eerste en de Laatste” (44:6; 48:12). Een treffende aanduiding van GOD die in absolute zin het begin van alles is. Hij heeft geen begin maar Hij is het begin. En alles komt ook weer bij God terecht, zodat Hij ook met reden de Laatste is. “UIT Hem, door Hem en TOT Hem zijn alle dingen”, zegt Romeinen 11:36. Maar niet alleen van God wordt gezegd dat Hij de “de Eerste en de Laatste” is, ook van Jezus Christus wordt dit drie keer in het boek ‘Openbaring’ gezegd. “En toen ik Hem zag, viel ik als dood voor zijn voeten; en Hij legde zijn rechterhand op mij en zeide: Wees niet bevreesd, Ik ben de Eerste en de Laatste, en de Levende, en Ik ben dood geweest, en zie, Ik ben levend …” Openbaring 1:17,18 “Dit zegt de Eerste en de Laatste, die dood geweest is en levend geworden …” Openbaring 2:8 “Ik ben de Alfa en de Omega, de Eerste en de Laatste, het begin en het einde.” Openbaring 22:13 Hoe kan de Zoon van God, die verwekt werd door God de Vader, zich eveneens “de Eerste en de Laatste” noemen? Een Zoon kan toch per definitie niet de Eerste zijn? Is het misschien omdat Jezus Christus namens Zijn God en Vader spreekt? De Zoon is immers

het “Beeld van de onzienlijke God”, Kol.1:15 en representeert Hem. Spreekt Hij als woordvoerder van Hem die “de Eerste en de Laatste” is? Een andere verklaring is dat de Zoon als schepsel zowel de eerste als de laatste is. Kolosse 1:15 zegt dat Hij “de eerstgeborene van elk schepsel” is, dat wil zeggen: de Zoon neemt de eerste plaats in onder alle schepselen (vergelijk Psalm 89:28). De reden die Paulus noemt is dat God door Hem alle dingen geschapen heeft. Kol.1:16 Het is Johannes die dit in de proloog van zijn evangelie uitlegt. “Alle dingen zijn door het Woord geworden …”. Joh.1:3 Immers, “God sprak en het was er, Hij gebood en het stond er”. Ps.33:9 En dit Woord (logos = expressie van een gedachte) werd later vlees. Joh.1:14 De Zoon is het vleesgeworden Woord van de Schepper en vandaar: “de eerstgeborene van elk schepsel”. Maar daar blijft het niet bij. Kolosse 1:18 vervolgt met: “… Hij is het begin, de eerstgeborene uit de doden, opdat Hij onder alles de eerste zou zijn.” Ook van de nieuwe schepping is Christus de Eerste. Gods Koninkrijk begon bij Hem, de Koning. Maar de Zoon is ook de Laatste. In 1 Korinthe 15 lezen we dat de Zoon als koning moet heersen totdat (15:25). De laatste vijand die Hij teniet zal doen is de dood (15:26) en dit bereikt Hij door allen levend te maken (15:22). Vanaf dan is er geen dood meer en zullen allen leven! Dan is alles aan Hem onderschikt. En daarmee zijn er geen vijanden meer en is ‘heerschappij’ overbodig geworden. Vandaar dat ook aan Christus’ heerschappij dan een einde zal komen (15:26). Als laatste zal ook de Zoon zelf worden onderschikt (15:28) en God zal worden alles in allen.

Bron: Piet, A. (2013). De Eerste en de Laatste? GoedBericht, https://goedbericht.nl/de-eerste-en-de-laatste/

goedbericht.nl GoedBericht wijst op de ene GOD die alles beschikt en bij wie nooit iets mis gaat. Zij wijst op Jezus Christus als Redder der wereld. Jazeker, van alle mensen. Omdat GOD nooit laat varen de werken van Zijn handen! Uitgangspunt is de Bijbelse boodschap zoals Paulus dit als “apostel en leermeester van de natiën” heeft mogen bekendmaken. GoedBericht wil uitsluitend wijzen op wat “er staat geschreven”. Want “de Schrift” bewijst én verklaart zichzelf. goedbericht.nl In samenwerking met: Stichting Evangelie Om Niet Het Evangelie spreekt van de ene God, Die OM NIET alle mensen redt, verzoent, levend maakt en rechtvaardigt! Gratis online boeken lezen, delen en downloaden (de publicaties zijn ook OM NIET als uitgave op papier verkrijgbaar) evangelieomniet.nl

1 Online Touch

Index

  1. 1
  2. 2
  3. 3
  4. 4
  5. 5
  6. 6
  7. 7
  8. 8
  9. 9
  10. 10
  11. 11
  12. 12
  13. 13
  14. 14
  15. 15
  16. 16
  17. 17
  18. 18
  19. 19
  20. 20
  21. 21
  22. 22
  23. 23
  24. 24
  25. 25
  26. 26
  27. 27
  28. 28
  29. 29
  30. 30
  31. 31
  32. 32
  33. 33
  34. 34
  35. 35
  36. 36
  37. 37
  38. 38
  39. 39
  40. 40
  41. 41
  42. 42
  43. 43
  44. 44
  45. 45
  46. 46
  47. 47
  48. 48
Home


You need flash player to view this online publication