15

4. God, de Vader van de schepping Laat ik daar nog eens wat dieper op ingaan, op dat vaderschap van God. Want dat kun je op allerlei manieren beschouwen. Bij het vaderschap van God kun je in de eerste plaats denken aan het feit dat Hij degene is die de oorsprong, de Bron, van heel Zijn schepping is. Dat is een Bijbelse gedachte. Ik heb in het verleden wel kritiek gehoord op een lied dat ik vroeger wel eens zong: ‘Kind’ren van één Vader, zijn wij allemaal.’ De kritiek daarop was, dat dat niet juist zou zijn, want God is slechts een Vader van de gelovigen. Daar kom ik straks nog op terug, want de gedachte is niet helemaal onterecht, maar óók niet juist … dat kan. Er zitten verschillende kanten aan en daarom wil ik daar nog op ingaan. In de eerste plaats – en dat is van oudsher het hele idee in de Schrift – is God een Vader van Zijn schepping als geheel, maar daarmee tegelijk van elk schepsel, elk creatuur afzonderlijk. Ik zal u een voorbeeld geven, want u wilt natuurlijk wel ‘de bonnetjes’. Maleachi 2, vers 10, daar leest u zoiets. Dat zijn twee retorische vragen, dat wil zeggen: in de vraag zelf ligt het antwoord al besloten. Daar zegt Maleachi dit: “Hebben wij niet allen één Vader?” Maar wat bedoelt hij dan? Daarna herhaalt hij feitelijk de vraag, alleen dan op een andere manier geformuleerd. En door het feit dat dat dan parallel loopt, zie je ook meteen wat hij daarmee bedoelt:

16 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication