23

6. God, de Vader van de gelovigen En dan nog één: God als Vader van het nieuwe leven, namelijk van de gelovigen nu. Hier komen we alsnog uit bij dat kritiekpunt, namelijk op dat lied van ‘Kind’ren van één Vader, zijn wij allemaal’. En dan de tegenwerping: ‘Ja, maar zegt de Schrift niet dat Hij slechts een Vader is van de gelovigen?’ In sommige kringen is dat wat je leest in Johannes 1 erg bekend: “Doch allen, die Hem aangenomen (letterlijk staat hier: ontvangen) hebben, hun heeft Hij (vol)macht gegeven om kinderen Gods te worden, hun, die in zijn naam geloven; die niet uit bloed, noch uit de wil des vlezes, noch uit de wil eens mans, doch uit God geboren zijn …”. Joh.1:12-13 [NBG51] Dat is een bijzonder ‘kindschap’. Maar dan hebben we het over het feit dat God ook de Vader is van de nieuwe schepping (dat wil zeggen: een schepping die de dood voorbij is), van het nieuwe leven. Ik wil u een voorbeeld geven. Titus 3 zou ik kunnen geven, maar de mooiste, vind ik, staat in 1 Petrus 1. Daar schrijft Petrus het volgende in zijn aanhef van de brief: “Gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, die naar Zijn grote ontferming, ons opnieuw verwekt …” In de NBG-vertaling staat: “… heeft doen wedergeboren worden …”

24 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication