26

Ik neem u mee naar een andere Schriftplaats, Efeze 4:5-6. Paulus bezingt daarin diverse keren de geweldige eenheid die God tot stand heeft gebracht. En wat de kenmerken ook zijn van die eenheid die wij vandaag mogen vormen: één lichaam, één geest, één Heer. Hij noemt zeven kenmerken van die eenheid. En dan sluit hij af, en dat is het zevende kenmerk – in feite niet alleen het eindpunt maar tegelijk het hoogtepunt – : “één God en Vader van allen”. “… één God en Vader van allen, die is boven allen en door allen en in allen.” Eén God. Dat is de echo die overal in de schrift weerklinkt. Eén God, dat is de belijdenis, de meest fundamentele van alle. Dat zei de Here Jezus ooit al, toen een schriftgeleerde bij hem kwam: “Welk gebod is het eerste van alle?” Als een goed orthodoxe Jood zei de Here Jezus – als ik het zo mag zeggen – : “Het eerste is: Hoor, Israël, de Here, onze God, de Here is één …”. Mar.12:29 [NBG51] Er is maar één God. En omdat er maar één God is, is Hij uniek. En omdat er geen andere God is, moet Hij dus wel de oorsprong, en daarmee dus de Vader, zijn van allen. Dus dat unieke, dat ene, dat heeft te maken met dat universele. Als je het één ziet, zie je het andere ook. Als je niet ziet dat er maar één God is, dan zie je ook dat universele vaderschap niet. Dat is een doordenkertje … dat heeft alles met elkaar te maken. Eén God. Jes.45:5 Als je eenmaal weet dat er één God is, dan weet je: er kan er dus maar Eén zijn die alles beschikt, die alles plaatst, die

27 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication