17

Wat Paulus doet, is aansluiten bij het gedachtegoed dat die heidenen hadden – de natiën, de filosofische scholen. En dan citeert hij een wijsgeer uit die dagen, een poëet, en dan zegt hij: “… wij zijn ook van Gods geslacht”. Hand.17:28 Dat schijnt uit een gedicht te komen, dus Paulus kende ‘zijn klassieken’. Leuk hè? En dan zegt Paulus dus tegen dat gezelschap van volstrekt onwetenden: “Wij, ik, maar ook jullie luisteraars, zijn van Gods geslacht”. Dat wil zeggen: jullie zijn voortgekomen uit Zijn wezen. Hij is jullie Váder. Met andere woorden: wij behoren allemaal tot Zijn familie. Dus Paulus sluit zijn heidense toehoorders – helemaal nog geen gelovigen – in. Later blijkt dat er maar een enkeling uit het gezelschap inderdaad oren heeft naar wat hij te melden heeft, maar het maakt niet uit. Dit is namelijk niet iets wat je ‘moet verwerven’, of wat je pas in latere instantie ‘door een bepaalde actie van jezelf verkrijgt’ … niets van dat al! Het gaat om het loutere feit dat je een schépsel bent en daar hoef je niks voor te doen, dat bén je gewoon. En, voor zover dat een prestatie is, is dat Zíjn prestatie. Dat is Zijn actie, dat heeft Híj gedaan. God heeft jou voortgebracht en bedacht. Dat betekent: je bent van Zijn geslacht, Hij ís jouw Vader. Ik had meer Schriftplaatsen kunnen noemen, maar ik wilde het bij deze twee getuigen houden. Dan moet de zaak vaststaan toch? 2Kor.13:1

18 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication