En bepaalde woorden kunnen een andere betekenis krijgen of hebben. Straattaal is dus geen gebrek aan taalvaardigheid, maar een manier om erbij te horen en zich te uiten. Als je als volwassene een poging doet tot aansluiting, wordt dit door jongeren vaak ervaren als ongemakkelijk of ‘cringe’, een term die jongeren gebruiken om situaties te duiden die ze de overtreffende trap van ongemakkelijk of pijnlijk vinden. Het gaat meestal niet om de woorden zelf, maar ook de context waarin jongeren deze gebruiken. Waardoor volwassenen vaak de plank misslaan en wordt er in plaats van verbinding juist afstand gecreëerd. MAAR HOE KAN JE DAN HET BESTE OMGAAN MET DEZE JONGEREN? Toon interesse, laat zien dat je hen als mens ziet en niet als stereotype. Maak bespreekbaar welk taalgebruik wanneer gepast is. Straattaal onder collega’s is prima. Maar bij gasten is het belangrijk dat ze je goed begrijpen. Daarom is formele taal gepast. En ben je op zoek naar personeel, of wil je een jongere doelgroep naar jouw cafetaria trekken? Laat de jongere medewerkers meedenken over the tone of voice op social media. Dat versterkt de motivatie én loyaliteit. Straattaal hoort bij de tijd van nu. Door interesse te tonen en te weten wat woorden betekenen, laat je zien dat jouw cafetaria met zijn tijd meegaat, zo wordt elke dag een kleine fissa! STRAATTAAL WOORDEN DIE JE KUNT TEGENKOMEN ACHTER DE TOONBANK EN OP DE WERKVLOER: US VOOR SAYS TOKO: Restaurant of eettentje. Maar toko kan ook worden gebruikt om een winkel met Aziatische etenswaren aan te duiden. GERROE, GERRO, GERO: Sigaret. SLAY: Wordt gebruikt om iemand een compliment te geven. Het heeft verschillende betekenissen zoals, gaaf, cool of mooi. FISSA: Feestje FAKKA, EWA: Hallo of alles goed SKEER: Blut of niet genoeg geld hebben. Het wordt ook gebruikt om aan te geven dat je iemand armoedig of gierig vindt. OSSO: Huis FATOE: Grap of grappig. MONNIE, DOEKOE, FLOES: Allemaal woorden voor geld. Donnie is €10, Bankoe is €50 en Barkie is €100. NPC: Komt oorspronkelijk uit de videogamewereld. Daar heb je karakters die de hele dag hetzelfde doen of maar een select aantal handelingen kunnen uitvoeren. Non playable character. Een NPC is dus iemand met weinig inhoud. VOOR SAUS: Voor niks LOESOE: Weg gaan of los gaan BOBLA: Borrelplank BROEIA: Chaos, drukte en verwarring LOEOE FITTIE: Ruzie DELULU: Letterlijk betekent het delusional. Maar wordt ook als heel gek of niet realistisch vertaald. TWEAKING: Je raar gedragen GOAT: Greatest of all time SUS: Niet te vertrouwen FANUM TAKS: Stelen WOLLAH: Ik zweer jou SCORO: School NORMI(E): Iemand die gewoon, mainstream, saai of niet bijzonder is. BRUH: Afgeleid van ‘bro’, maar met meer emotie. Wordt gebruikt om ongeloof, frustratie of verbazing uit te drukken. CAP / GEEN CAP: Cap betekent liegen, geen cap betekent dat je de waarheid spreekt. POKOE: Liedje VIBEN: Het gezellig hebben met iemand CRINGE: Beschamend, ongemakkelijk CHUGY: Ouderwets, onhip CHACHI: Mooi, stijlvol of sexy FLEXEN: Stoer doen of pronken SAVAGE: Hard, maar eerlijk of grappig DRIP: Hele goede kledingstijl GHOSTEN: Iemand compleet negeren LIT: Superleuk, geweldig MID: Middelmatig, meh 49 BOBLA CRINGE SHOOK: Verbaasd of geschokt BROKKO: Kapot, stuk. "Ik ga brokko" = Ik ga stuk CHAPPEN: Eten BREDDE: Broodje TELLIE: Telefoon LEPPIE, LAPPIE: Laptop KLADILADI: Klap die laptop dicht WAGGIE: Auto WAKKA MACCIE: Kom we gaan naar de Mac FIT(JE): Outfit FATOE LIT BRO FATOE GDELULUOAT WAGGIE TWE SLAY
48 Online Touch Home