13

PLANTEN H et is een prachtige dag. Overal in het Vondelpark zitten mensen op het gras. De zeskantige vakken met rozen staan er florissant bij. In deze derde week van september is Rosa ‘The Fairy’ zelfs nog overladen met knoppen. “Al die zeskanten vormen samen een organisch geheel”, zegt Hans Homburg. “Een slimme vondst van de ontwerper, want hierdoor past het rosarium naadloos in de landschappelijke vormgeving van het park.” Nog maar enkele jaren geleden zag het rosarium er verschrikkelijk uit, vertelt Hans in de woonkamer van zijn parterre in Amsterdam-Zuid. “Er was geen plattegrond en er ontbraken heel veel namen. Sommige perken leken wel een zandbak. Ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan van het park, in 2014, zou er een feest worden georganiseerd. Maar een feest en een verwaarloosd rosarium? Dat gaat natuurlijk niet samen. De stichting Hart voor het Vondelpark trok zich dat aan en ging op zoek naar vrijwilligers die wilden helpen met het vernieuwen van de rozenperken. Daar kwam ik ook van op de hoogte en het leek me wel wat. Zo ben ik in het rosarium terechtgekomen.” Niet dat hij iets met rozen had. Ja, hij kocht wel eens een bos en er stond een oude klimroos in z’n tuin - die het heel slecht deed trouwens. Maar verder niet. “Het was meer vanuit een historisch besef dat ik me betrokken voelde. Er moest iets gebeuren. Het is heel triest om een rosarium te laten verkommeren dat zo prachtig is ontworpen en aangelegd.” Envelopjes Het meehelpen met het planten van de rozen bleek een bijzonder gebeuren, vertelt Hans. “Je kreeg struikjes met kale wortels die de grond in moesten. Ik had dat nog nooit gedaan. Niet dat het ingewikkeld is, maar er zijn - daar kwam ik later achter - verschillende manieren om het te doen.” De gemeente Amsterdam, eigenaar van het park, had z’n eigen methode: een spade in de grond steken, die wat heen en weer wrikken zodat je een soort envelopje krijgt, roos erin, klaar. Hans: “Ik had daar geen goed gevoel bij.” Wat volgde is een bekend verhaal. Een verhaal over gebrek aan geld en (groen)kennis. Over bureaucratie en particulier initiatief. En over de onmisbare inzet van vrijwilligers. “Uiteindelijk”, zegt Hans, “zijn we als stichting het beheer en onderhoud van het rosarium steeds meer gaan overnemen van de gemeente. Dat viel nog niet mee. Maar we hebben veel bereikt. De samenwerking gaat goed en de gemeente betaalt de rozenperken die nog niet gesponsord zijn.” En toen wilde Hans wel eens van een heuse rozenkweker horen hoe het écht moest. “Er moesten zo’n 2.000 rozen worden geplant. En om dat nou 2.000 keer verkeerd te doen - dat is geen lekker gevoel. Ik heb Frans Neuman van rozenkwekerij Belle Epoque in Aalsmeer gebeld en gevraagd: kun jij me eens uitleggen hoe je dat nou precies moet doen, dat planten? Kom maar langs, zei Frans. Diezelfde middag zijn mijn vrouw en ik naar Aalsmeer gefietst en heeft hij het ons voorgedaan.” Niet alleen het planten, ook het snoeien gebeurt door vrijwilligers. “De stichting zorgt voor een gratis cursus. Eerst een stukje theorie en daarna de praktijk. Hoe meer deelnemers, hoe sneller het gaat.” Wilde planten Toen Hans - samen met zijn vrouw Gon - in het rosarium begon, wilde hij weten of er meer van dergelijke rozentuinen in Nederland waren. “Zo kwam ik in contact met de Nederlandse Rozenvereniging. Ik werd lid, begon met het schrijven van artikelen voor het Rozenbulletin en nog geen jaar later zat ik in het bestuur.” Voelt hij, behalve de voldoening van een geslaagd project, ook een passie voor de roos zelf? “Ik was altijd erg geïnteresseerd in wilde planten”, zegt Hans. Hij wijst naar prachtige potloodtekeningen die hij maakt van bomen, bladeren en planten en pakt met enige trots de eerste editie van de Flora van Heimans & Thijsse (1899) uit z’n boekenkast. “Kijk, madeliefjes vind ik ook erg mooi, maar de zeggingskracht van een roos, de vorm, de kleur, de geur … dat is iets geweldigs.” En natuurlijk heb je ook wilde rozen, ook in het Vondelpark. Over de hele wereld, zegt Hans, zijn er twee- tot driehonderd wilde soorten. “En een veelvoud aan kruisingen. Het is een onmetelijk gebied. Ik wil me daar niet te veel in verdiepen, maar probeer wel de hoofdlijnen te begrijpen. En intussen leer je natuurlijk steeds meer.” Heeft hij misschien tips voor andere rozenliefhebbers? Rozen kunnen zich per jaar anders gedragen, weet Hans. Ook belangrijk: als je ziet dat het wat slechter gaat, moet je meteen wat doen. “Black spot, een aantasting van het blad, komt bij rozen vrij veel voor. Als het zich manifesteert kun je het niet meer corrigeren, maar je kunt wel blad dat nog gezond is een oppepper geven met vloeibare bladvoeding. En als er rozen moeten worden vervangen? Hoe gaat dat in het rosarium? Het graven van een ruim plantgat met verbeterde grond is voldoende, zegt Hans. Het is niet nodig om alle grond te vervangen, zoals je wel eens leest. “Bij het planten gebruiken we ook Mycorrhiza, bodemschimmels die de wortelvorming stimuleren. Dat werkt heel goed.” Hans’ eigen tuin, die wordt gedomineerd door een zeventig jaar oude kastanjeboom, fungeert een beetje als asiel. Hij neemt wel eens afdankertjes uit het rosarium mee en lapt ze op. “Daarna doen ze het vaak weer verrassend goed.” Tekst Fransje van Dorp Beeld Sandra Verkic MEER WETEN? • De Nederlandse Rozenvereniging: www.rozenvereniging.nl • Rosarium Vondelpark: www.vondelpark.com. Bij de parkingang Van Baerlestraat is een kiosk/informatiepunt. In alle 63 rozenperken staan naamborden, met QR-code voor meer informatie. G R O E I&BL O E I–JU LI/A U G USTUS–2019 55

14 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication