17

BRIAN KABBES Brutale lupinen Lupinen zijn markante vormgevers. Niet alleen verlenen ze een krachtig silhouet aan een beplanting, ook hun kleuren trekken veel aandacht. Door anderhalve eeuw noeste kwekersinspanningen is de natuurlijk ogende Lupinus polyphyllus uiteindelijk geworden tot wat hij nu is: een ietwat plompe verschijning, die desondanks veel sierwaarde heeft. Vergeleken met de oorspronkelijke soort zijn bij de meeste cultivars de verhoudingen meer gedrongen, de bloemen groter, de bloeiwijzen zwaarder en de kleuren intenser. Dat heeft de sierwaarde misschien flink vooruit geholpen, maar de schaduwkant is dat veel cultivars moeilijk op eigen benen kunnen staan. Hun stelen zijn simpelweg te zwak om het bloemgeweld te kunnen dragen. De door George Russell ontwikkelde Russell-hybriden waren het hoogtepunt van deze ontwikkeling. In twintig jaar tijd veranderde hij de wilde lupine in de planten die wij nu als lupines zien. Dat zijn enthousiasme wat doorsloeg, kun je de beste man nauwelijks kwalijk nemen, maar dat omvallen (naast slakkenvraat en luizen) was voor andere veredelaars reden om extra te letten op stevigheid. Daardoor zijn er nu planten te koop die veel beter overeind blijven, langduriger bloeien en natuurlijker aandoen. De nieuwe Lulu- en Gallery-series bijvoorbeeld, worden zelden hoger dan 50 centimeter, terwijl de ouderwetse boerenlupinen met gemak het dubbele halen. Bovendien zijn hun bloeiwijzen minder zwaar, waardoor de planten minder snel zullen omvallen. Onder de naam ‘Woodfield Hybrids’ zijn de oude Russell-hybriden in een nieuw jasje gestoken. Nieuwe kleuren, gezondere planten, maar wel topzwaar. Daarmee zijn ze zeer geschikt als snijbloem, gekweekt in gaas, maar minder voorbeeldig als tuinplant. Anders gezegd: de bloemen zijn schitterend, maar de onvermijdelijke bamboestok ernaast om ze overeind te houden is dat niet. Ondanks hun brutale voorkomen zijn lupinen dankbare accentplanten, die een ietwat saaie beplanting een flinke impuls kunnen geven. Hun als raketten de lucht in prikkende bloeiaren stuwen de overige beplanting mee omhoog. Daardoor ontstaat de indruk van een weelderig geheel, zonder dat het resultaat onnatuurlijk aandoet. Voor een maximaal effect kun je nauwelijks genoeg lupinen planten. Enkele planten in een border doen stijf en wat opgeprikt aan, met grotere groepen krijg je een ritmisch geheel. Deze paradox zie je vaker bij tuinplanten. Eén pol bloeiende narcissen in en tuin werkt storend, terwijl een massa juist heel natuurlijk aandoet. u G R O E I&BL O E I– MEI –2019 47

18 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication