29

NATIONALE TUINWEEK Voor de meeste mensen is een bij een bij. Wie er eentje in z’n tuin ziet rondvliegen - of brooddronken in een papaver hoort wroeten - vraagt zich meestal niet af hoe dat beest dat daar zo ijverig aan het werk is precies heet. Toch is de ene bij de andere niet. Je hebt de honingbij, die in volken leeft en oorspronkelijk uit Oost-Afrika komt, en de wilde bij, die hier van origine thuishoort en z’n eigen boontjes dopt. Van die wilde bijen komen bijna 360 soorten in ons land voor: zandbijen, metselbijen, klokjesbijen, slobkousbijen, pluimvoetbijen en nog veel meer. “Honingbijen zijn eigenlijk een soort landbouwhuisdieren”, zegt John Smith van het EIS-kenniscentrum voor insecten. “Ze worden gehouden voor de productie van honing. Wilde bijen zijn geen huisdieren, maar daarom niet minder nuttig. Integendeel. Tachtig procent van onze landbouwgewassen wordt door wilde bijen bestoven.” Rode klaver Het is geen nieuws dat het slecht gaat met de bijen. Dat dit niet alleen geldt voor de honingbij, maar vooral ook voor wilde bijen, is minder bekend. Meer dan de helft staat op de Rode Lijst en enkele tientallen soorten lijken helemaal te zijn verdwenen. Wat moet er gebeuren om de wilde bijen te redden? “Duurzamer leven”, zegt John Smith. “Kijk, wij willen alles: de graanschuur van de wereld zijn, enorme hoeveelheden tulpen produceren. Maar grootschalige landbouw en de daarmee samenhangende achteruitgang van leefgebieden is desastreus voor wilde bijen. Om een voorbeeld te geven: honderd jaar geleden hadden we 50.000 hectare rode klaver in ons land. De boeren zaaiden dat op hun akkers als groenbemester. Toen we kunstmest gingen gebruiken waren die groenbemesters niet meer nodig - dacht men. In de jaren zeventig van de vorige eeuw was er nog 2.000 hectare met rode klaver over. Vind je het gek dat de wilde bijen die op rode klaver vliegen bedreigd zijn? Er is een schrijnend gebrek aan bloemen en dat geldt vooral voor het buitengebied.” Gaatjes Kunnen tuinbezitters iets doen om wilde bijen te helpen? “Bloemen”, herhaalt John. “Het is heel belangrijk om van het vroege voorjaar tot de herfst bloeiende planten in je tuin te hebben. Je moet natuurlijk wel de juiste bloemen kiezen. Van een afrikaantje wordt een bij niet blij. Die zijn zo gevuld dat er geen nectar of stuifmeel meer te halen valt. Maar een lavendel bijvoorbeeld, is voor bijen heel aantrekkelijk.” Behalve de aanwezigheid van voldoende stuifmeel en nectar is er nog een factor van invloed op het voortbestaan van wilde bijen. Om voor nakomelingen te kunnen zorgen hebben ze een plek nodig waar ze hun eitjes kunnen afzetten. Sommige soorten - dit geldt bijvoorbeeld voor metselbijen - bouwen hun nestcellen in holle stengels. Andere - zoals de pluimvoet- of de slobkousbij - maken gaatjes in de grond. Je doet de wilde bijen dus een plezier als je tuin niet te netjes is. “Ze houden van rommelige hoekjes en stukjes hoog gras met bloemen ertussen. Knip afgestorven stengels zo laat mogelijk in het voorjaar af. Heb je een haag, ga daaronder dan niet schoffelen. Aan de zonnige, beschutte kant ervan kan een nest zitten en door te schoffelen maak je dat kapot.” In tuincentra kun je bijenhotels kopen, maar vaak zijn die niet goed, vervolgt John. “Meestal bestaan ze uit stukken hout met geboorde gangen, bamboestokjes en holle stengels. Dikwijls zijn de diameters van de bamboestokjes te groot of ze zijn aan beide kanten open, terwijl ze per se aan één kant dicht moeten zijn. Of er zijn gaten G R O E I&BL O E I– J UNI –2019 77 geboord in plankjes in plaats van in een houtblok. Hangt zo’n hotel eenmaal in de tuin, dan blijken bijen er nauwelijks gebruik van te maken.” Hoe het wel moet? Op www.groei.nl vind je een beschrijving van een goed bijenhotel, met tips. Bonen planten Nog even terug naar de bloemen. Vinden die ruim 350 wilde bijensoorten alle bloemen even leuk? Zijn er plantensoorten die absoluut onmisbaar zijn voor wilde bijen? John: “Vlinderbloemigen, waartoe ook rode klaver behoort, zijn voor wilde bijen heel belangrijk. Ze worden door veel soorten bezocht. Plant bijvoorbeeld eens bonen in je tuin. Die behoren tot de vlinderbloemigen en je kunt ze nog eten ook, ze zijn supergezond.” Op z’n eigen dakterras, midden in de stad, heeft John diverse wilde bijensoorten gespot. “Je kunt nog een stapje verder gaan en uitzoeken welke specifieke soorten in je eigen woonomgeving voorkomen en op welke planten ze vliegen. Die informatie is te vinden op www.nederlandzoemt.nl, een gezamenlijk project van diverse natuurorganisaties. Je kunt er een pdf downloaden met gedetailleerde informatie. Stel, je woont in de buurt van de ZuidHollandse duinen en je plant een kruipwilgje in je tuin. Dan heb je kans dat je in het voorjaar een vroege zandbij kunt spotten. En met geelbloeiende composieten lok je misschien wel een duinzijdebij.” Knautiabij op Knautia. Nederland Zoemt Op 13 en 14 april jl. organiseerde Nederland Zoemt voor de tweede keer de Nationale Bijentelling. Bijna 4.400 mensen deden mee; in totaal werden er bijna 38.000 bijen geteld. Op nummer één stond de honingbij, gevolgd door de aard- of veldhommel en de rosse metselbij. De resultaten van de Nationale Bijentelling worden opgeslagen in een landelijk databestand en zijn belangrijk voor het beschermen van bijen. Volgend jaar ook mee doen? Alle info vind je op www.nederlandzoemt.nl. Foto: Albert de Wilde

30 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication