259

1 Voor de koorleider. Bij fluitspel. Een psalm van David. We gaan later ook zien dat de psalmist al gekruisigd werd in de psalmen. De psalmist heeft vele geheimen te vertellen. Dit doet hij door de psalmen. Het is allemaal beeldspraak dus de mensen moeten er niet te orthodox en fanatiek over worden in hun eenzijdigheid en ongeletterdheid. 2 Neem mijn redenen ter ore, o Here, let op mijn verzuchting. De psalmist is er al naartoe aan het werken om te vertellen over zijn kruiziging, hoe dit is gegaan. Dit wordt pas ten volle besproken in psalm 22, waarop eigenlijk het hele Nieuwe Testament is gebouwd, en wat dan ook de messiaanse psalm wordt genoemd. Soms kan hij niet spreken, maar alleen zuchten, en hij vraagt dan ook op zijn zuchten te letten, want zij spreken. 3 Sla acht op mijn hulpgeroep, o mijn Koning en mijn God, want tot U richt ik mijn gebed. Hij richt zijn gebed niet op mensen, niet op het vlees, maar naar boven, en weer wordt het woord koning gebruikt. In het Grieks heeft koning de betekenis van de voet, oftewel als de psalmist spreekt tot de koning, dan is hij al in het stof gebogen, wat betekent dat hij zich vernederd heeft, alles heeft afgelegd, zijn vlees is in de aarde gestorven. 4 Here, des morgens hoort Gij mijn stem, des morgens leg ik het U voor, en zie uit. Er is hier dus al een paasmorgen. In de nacht zijn al zijn woorden gestorven, maar nu kan hij weer spreken. Ook Jezus zweeg voorafgaande aan de kruisiging en kon pas weer echt spreken toen hij was opgestaan. We kunnen wel wat zeggen misschien tijdens de dagen van Golgotha, maar het gaat moeizaam, want ons vlees is stervende. Soms kunnen wij niet bidden, en mogen wij ook niet bidden, en moeten wij wachten, opdat het vlees zich niet in zal mengen. Wij hoeven ons niet te verdedigen voor het vlees. Jezus sprak niet toen hij door het vlees werd beschuldigd. Hij moest sterven opdat hij niets meer met het vlees te maken zou hebben, want wat je ook zegt tegen het vlees, het vlees zal het altijd verdraaien en altijd tegen je gebruiken. Daarom is het soms beter te wachten tot paasmorgen, en eerst te worstelen met God op Pniël. 5 Want Gij zijt geen God, aan wie goddeloosheid behaagt, geen boze zal bij U vertoeven; Moet je je voorstellen : Jozef droomde, maar zijn familie was als een nachtmerrie die vocht tegen zijn dromen, en zij namen zijn kleed. Zij dobbelden om zijn kleed, hadden zijn dromen verscheurd. Mensen kunnen zo jaloers zijn op de gaven van iemand anders dat ze over lijken heengaan. Zo dobbelen ouders van de gedeformeerden en de psychiatrie om de zielen van kinderen, om de dromen van die kinderen, om het leven van die kinderen tot een nachtmerrie te maken, want het is allemaal een markt, en die kinderen worden net als Jezus overal naartoe gereden om bespot te worden. Dat is waar het evangelie over gaat, wat al bij Jozef de dromer begon en bij Jozef was besloten. En dat was de reden waarom Jozef zijn dromen kreeg, de psalmist zijn psalmen, en Jezus zijn opstanding en opname. De geschiedenis herhaalt zich. 6 de verdwaasden houden geen stand voor uw ogen, Gij haat alle bedrijvers van ongerechtigheid; Er is een gericht tegen alles wat hoogmoedig is. Daarom is het van belang nederig te zijn, en exegese te doen. Daarom is het van belang ons af te scheiden van de goedelozen en goedeloze

260 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication