345

offerande, hemel en aarde, water en planten. In de eerste psalm van de derde les wordt deze psalm beschreven als een vrouw en als het wapen van de demonologie (indra). De eerste psalm van de vierde les wordt de steen van de offering genoemd. Hierop kunnen diepe offers gemaakt worden. Zo zal de oorlogsbeker vol zijn met het zoete en de melk. Deze demonologie (indra) wordt de slachter van de slang genoemd. Dat deze psalm een steen wordt genoemd komt ook terug in de Bilha, in Thenem 22 en 23 : 22. DE ZWARTE STEEN 1. Naakt komt zij vanuit het water, Zij is de zwarte steen, Maar zij is ver weg, Alhoewel zij groot is, En zij wordt steeds groter, Klaar om de wereld te overweldigen 2. Zij ziet alle dingen, Haar oog waakt altijd, Zij kijkt door alles heen, Alles is naakt voor haar 3. In nederigheid buigen zij voor haar neer, Maar zij kent hen niet, Nooit eerder zijn zij tot haar gekomen, En nu is het te laat, Want door hun gebrek aan kennis zullen zij alles verkeerd verstaan 4. Is er dan geen school om hen te leiden, Is er dan geen taal om hen te doen laten verstaan ? De zwarte steen rolt weg en laat duisternis achter 5. Zij komt tot de aarde in grote toorn, Dienstknechten zal zij niet aanvaarden, Allen buigen zij voor haar troon 6. En zij maakt hen tot steen, En doet hen zinken in de aarde, Nooit hebben zij haar stem gehoord, Nooit hebben zij geluisterd 7. Is er dan geen school die hen onderwijzen kan ? Is er dan geen medicijn om hun afvallig hart te genezen ? De zwarte steen rolt weg en laat duisternis achter. 8. De zwarte steen zal spreken tot in eeuwigheid, Maar door ijs en duisternis spreekt zij

346 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication