490

hoofdstuk 71. jn-pw Anubis is de Griekse transliteratie van het Egyptische jn-pw, als de Egyptische johannes, jn, de doper, pw, want pw is in het Egyptisch de waterput tussen hemel en aarde, tussen stad en wildernis, tussen leven en sterven, waardoor Anubis een gids door de onderwereld is, net zoals Johannes de Doper. In het hebreeuws werd de pw tot peh, met dezelfde betekenis van hol, waterput, mond, het einde, wat ook weer wijst op sokar in de egyptologie, de wachter van de hel, de waterput en de mond, ook als een soort egyptische johannes de doper naast anubis. Sokar komt van het voortijdse sukki-oru, de volharding van het kruis, wat ook een beeld van de eeuwigheid is. Sokar was ook de wachter van de eeuwigheid, wat als skr in het ot ook weer terugkomt als skr, zkr, zekeriah, zacheria. Zukki is overigens een voortijdse amazone stam aan de rivier van de scalpen. Dit wordt ook in de bilha besproken. Het is een stam die het volk leidt tot het land nod, door de wildernis. Al met al is de hond een navigatie systeem en beveiligings systeem door de leegte. De jn-pw is ook de afgrond (pw) van jannah, het paradijs, en wijst helemaal terug op het voortijdse amazone orakel van de jana en de jani, de voortijdse urim en thummim. In de leegte krijgt de mens zijn mond weer terug. In de leegte verstaat de mens de hemelse stem weer. Dit is dus een natuurproces van hoe profetie werkt. De hond of hyena is een camouflage systeem, een soort beveiligings code waardoor de mens tot de schuilplaats komt in het binnenste, in de innerlijke wildernis. Dit is ook de belofte van de herleving van zeeland, de mond van nederland, waar deze sukki amazones nog verborgen zijn. Het is een uitverkiezingssysteem. Alleen zij die volharden worden opgenomen. Zeeland is in die zin de waterput van Nederland, tussen hemel en hel, tussen hemel en aarde, tussen stad en land, tussen stad en wildernis. hoofdstuk 72. rauwe shamanistische aantekeningen de hond is een cryptisch alarm systeem, een soort schaduw van de mens die nooit weggaat. de hond is getrouw en eeuwig, als de zukki. de zk-code komt ook weer terug in izaak, het verhaal over de waterputten. de pw, van jn-pw (anubis), is de waterput, en zk of skr, sokar, is de wachter van de waterput. genesis 26 gaat over asok of izaak en de waterputten : Dus ging Isaak vandaar en hij legerde zich in het dal van Gerar, en woonde daar. En Isaak groef de waterputten, die men gegraven had in de dagen van zijn vader Abraham, en die de Filistijnen na Abrahams dood hadden dichtgestopt, weer op, en noemde ze met dezelfde namen, waarmee zijn vader ze genoemd had. Daarna groeven de knechten van Isaak in het dal en vonden daar een put

491 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication