562

hoofdstuk 27 leren vissen in de hemel De eeuwige verdoemenis was in het OT iets heel anders, als de eeuwige tucht, die de mens nodig had om op het rechte pad te blijven (checed olam). Dit was iets heel moederlijks, als een bescherming tegen de werken van het vlees, en niet wat ze er later in de westerse christelijke kerken van hebben gemaakt veelal. Eeuwig betekent volkomen, als de volkomen tucht waardoor het vlees overwonnen kan worden. Om tot de hemel te kunnen komen, kennis, moet je eerst door de hel heen, tucht. Ook Jezus ging door de hel heen om de gehoorzaamheid te leren, en zoals we weten was Hel in de germaanse theologie de vruchtbaarheid, de baarmoeder, de moeder godin. Iemand om te eerbiedigen dus, maar dan zal dit om principes gaan. David zei : Al ligt mijn bed in de hel, toch zal u met mij zijn. Waarom zeggen westerse christenen dan vaak dat de hel een plaats is waar God niet is ? Ook al zou ik tot de hel vlieden, toch bent u daar, zegt David, toch zal ik niet van u kunnen vlieden. Wel is het zo dat we in de hel leren alleen moeten te zijn, alles toe te passen op onszelf, en niet altijd alles op anderen projecteren of op god, want we moeten het zelf worden. Vandaar dat in de germaanse theologie hel ook weer verbonden is aan ijs, maar dat is dus een andere betekenis dan wat de westerse christenen eraan geven. De gereformeerde gemeente predikant J. M. Kleppe (1930) zegt in zijn boekje 'op saffieren gegrondvest' wat in mijn predikanten bibliotheek ligt, een boekje uit 1977 dat Psalm 130: 3en4 gaat over een kermende zondaar die zich bevindt aan God's voeten. 'Zo Gij, Heer, de ongerechtigheden gadeslaat, Heer, wie zal bestaan ? Maar bij u is ontferming en barmhartigheid opdat gij gevreesd wordt.' J.M. Kleppe stelt dat het een ellendige zondaar is, die bekend gemaakt werd met zijn jammerlijke staat, iemand die schuldig is verklaard voor God, voor wiens heilig oog hij niet kan bestaan. Maar deze persoon is geen vreemdeling van God's ontferming en barmhartigheid. J.M. Kleppe stelt dat deze zondaar heeft leren bidden. Zijn smeekbede mag hij neerleggen aan God's voeten. Hij stelt dat de psalm tweeledig is, dat de algemene en algehele verdoemelijkheid van het vlees tot uitdrukking komt, maar ook de vrijmacht van de barmhartigheid van God in het opnemen van de zondaar in de hogere leer. In het boekje staat vooraan dat de persoon die dit boekje eerst had dit op 5 december 1984 van zijn vrouw gekregen had, waarschijnlijk voor sinterklaas dus, en zoals we weten is het sinterklaasfeest het feest van de roede, van de tucht, en dus van de ware eeuwige verdoemenis, wat is tot opwekking van de hogere leer, tot het zaligen van de zondaar. Heel ander verhaal dus. De tucht is iets om lief te hebben, leid je op het ware pad. Het is je gids. Dat is wat de zogenaamde eeuwige verdoemenis is. Je mag het dus zelfs aanroepen : Oh hel, leidt mij, zuiver mij, genees mij. Oh moeder god. Wij mogen een diepe relatie met de hel hebben om zo te genezen van al die flauwe fabeltjes die ze ons altijd over de hel hebben verteld. De hel is daarom een prachtig wezen, wel één van de zeven schoonheden van de hemel en het hiernamaals. Zonder hel geen hemel dus. J.M. Kleppe noemt psalm 130 een drievoudig snoer, een optochtslied, een lied van trappen. Het is een lied van voorbereiding op het ontmoeten van God. Hiervoor moest het vlees sterven, oftewel de offerdieren aan de voet van het altaar waar het bloed moest vloeien, en dat is zuiver zinnebeeldig dus. Ons vlees, de zonde, die tussen God en de mens instaat, is het offerdier. Daarom zegt de bilha ook : 'wat zoekt gij, oh mens, naar een offer. bent gij niet zelf het offer ?' (balk en splinter verhaal) Is dat niet geweldig als een vrouw aan haar man deze woorden geeft ? Als een vrouw haar man echt liefheeft, dan wil zij niet dat hij ten onder gaat in zijn vlees, en zendt zij hem een wapen opdat het vlees gedood wordt, uitgeschakeld. Natuurlijk gaat dit ook andersom van de man tot de vrouw. Een man die zijn vrouw waarlijk liefheeft verteld over deze tucht, en zo is dit ook van ouders naar

563 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication