595

hoofdstuk 47 de heer is mijn herder – een indianen medicijn 'De Heer is mijn herder, mij ontbreekt niet … Hij doet mij nederliggen in grazige weiden … Hij leidt mij langs stille wateren …' We zongen het vaak voor het slapen gaan. Er waren verschillende versies van dit lied. Ik denk dat het één van de liederen is die wij voor bedtijd het meest hebben gezongen tijdens de jeugd. 'Hij voert mij aan rustige wateren … zelfs al ga ik door een dal …' Mijn predikanten bibliotheek staat ook vol met indianen boekjes. Het boekje 'door indianen opgevoed' uit 1957 spreekt ook over dit lied. Jim was door een beer aangevallen en had toen zeven jaar onder de indianen gewoond. Hij was ernstig verwond geraakt, en werd zo bijna geheel indiaan, maar krijgt dan toch weer heimwee naar de blanken. Dan krijgt hij een brief van zijn bijna vergeten broer Jonnie. Aan het einde van het boek heeft Jim nog maar één ding over, maar het is het belangrijkste van alles, namelijk zijn indianen medicijn. Innerlijk was hij nog steeds een indiaan. Hij had eens een medicijnlied gehoord in zijn droom. En het medicijnlied bevatte bovenstaande woorden uit psalm 23. Ik had vroeger altijd veel nachtmerries als kind, en het lied was altijd een soort medicijn voor mij. Toen hij zijn broer weer had ontmoet maakte zijn broer voor hem het lied af en zei toen : 'Ik zal in het huis des heeren verblijven tot in lengte van dagen.' Dat was het medicijn. Jonnie zei dat het psalm 23 was en dat moeder het weleens voorlas als ze ziek waren. En Jonnie vertelde dat Jim eens ziek was, koorts had door de honger en dat hij zichzelf had verwond. Dat is wat een medicijndroom is, een nachtmerrie. En hij kreeg een nachtmerrie van een beer. Calvijn stelt dat sommigen het hebreeuwse woord voor weiden of grasvelden vertalen in hutten, of we kunnen dan aan tenten denken, indianententen. Dat zijn dus de woningen van de natuurmensen, waar Jim ook een tijd bij geleefd had. 'Hij geneest mijn ziel' betekent letterlijk 'de terugkeer' stelt Calvijn, oftewel de regressie, de beweging na de reformatie. Dit is het tijdperk van de terugkeer van de regressie, want de mens heeft meer losgelaten en verdraaid dan lief was, allemaal door vleselijke smetvrees. De mens moet weer terug naar de natuurvolkeren, naar Israel, Egypte en de indianen volkeren. Vandaar dat mijn predikanten bibliotheek ook vol staat met indianenboeken omdat die erbij horen. De slotsom, stelt Calvijn, is dat God ons niet alleen laat, maar dat we door Hem worden opgevoed. God heeft zijn plicht hierin volbracht, maar wat doen wij ? Ja, maar ik ben atheist. – Dat maakt niet uit. God is ook atheist. God staat voor de kennis, als een zinnebeeld, voor de intelligentie. Ik neem aan dat je als atheist daar juist op gericht bent ? Ja, maar ik ben van een andere religie – Dat maakt niet uit. God is niet van een bepaalde religie, maar spreekt in diverse talen en culturen tot de mens. Daartoe is de terugkeer. Hoe dieper je terugkeert, hoe meer je ontdekt hoe alles aan elkaar verbonden is. Dan kom je tot een hemels amalgaam. Dan proef je honing in je mond. Minder vleselijk zijn, minder eenzijdig, dan kom je er vanzelf wel en zal God je paden leiden. Ja, maar ik houd niet zo van het woord God. Dat klinkt teveel als trucage. – Dat maakt niet uit. Dan vertaal je het gewoon in een ander woord, maar ik spreek nu Nederlands. Het gaat erom wat ik ermee bedoel. Ja, maar ik ben geen fan van Calvijn. – Ik ook niet. Maar toch heeft hij hele belangrijke dingen gezegd voor de reformatie, en heeft God door hem heengewerkt. God slaat ook met kromme stokken recht, net zoals Mohammed hele belangrijke dingen heeft gezegd.

596 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication