655

het Israël overkomen, op spiesjes of in potten. Over Amos 6 zegt Schegg : 'De toevoeging lammeren uit de kudde en kalveren uit het midden van de stal begrijpen de meeste uitleg van bijzonder geselecteerde malse dieren. Ze haalden de kalveren uit het midden van de meststal geeft aan dat ze zorgvuldig de lekkerste hebben uitgekozen.' Er zijn verschillende soorten zonden : erf-zonde (heel iets anders dan erf-schuld) gedwongen zonde gebondenheids zonde wilszuchtige zonde verwondheids zonde verharde zonde Zonde is het vlees, onwetendheid, demonie. De mens is erdoor gebrandmerkt, maar er is een duidelijk verschil tussen zonde en schuld, alhoewel er ook weer kruispunten kunnen optreden, wanneer een mens zijn wil verhard, en zelf voor de zonde kiest. Hoe dan ook moet er straf zijn om de restricties uit te beelden en restricties gevoel en persoonlijkheid te geven, zodat een mens zich daaraan kan ontwikkelen. Dat is ook de boodschap van amos en de duitse commentators. Gustav Baur, duitse theoloog (1816-1889) 'Maar de waarheid was volkomen zeker en Amos sprak deze waarheid eerst met volledige duidelijkheid uit, dat Jehovah getrouwe naleving van zijn wet eiste als voorwaarde voor de vervulling van de beloften die aan het volk waren gedaan. Straf voor al hun overtredingen was als ernstige bedreiging.' Baur laat zien dat Amos 3 de verhouding is tussen roofdier en prooi. Metaforisch gezien is dit waar het leven telkens over gaat, en dat heeft een bedoeling, namelijk dat het vlees telkens weer onderworpen moet worden. Het is een fundamentele eeuwige dualiteit van het leven zonder welke geen leven mogelijk is. Om het vlees zover te krijgen wordt er in Amos 3 gebruik gemaakt van lokaas en valstrikken. Hier ontkomen wij niet aan in het geestelijke leven. Het leven is daarom niet rechtlijnig, maar abstract in die zin, tegendraads, en de mens is aan hogere wetten onderworpen dan zomaar het concrete. Baur : 'Met het geestelijke vervulde profeten hebben een zeer onweerstaanbare drang om de goddelijke waarheid te prediken, zelfs wanneer hij met onverschilligheid voor zijn woord wordt geconfronteerd of wanneer brute kracht hem gebiedt te zwijgen en naar de waarschuwing van de profeet niet wil luisteren.' We kunnen dus zien dat de terugkerende verhouding tussen roofdier en prooi en hun patronen er voor zijn om de geestelijke mens te programmeren, tot een onweerstaanbaar ritme. Dat is ook de vierde calvinistische wet. Dit is wat gebeurt in de diepste duisternissen van de duitse bossen, in het diepste van de reformatie. Hier worden de hemelse touwen van regressie geboren.

656 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication