710

het grote ragnarok, het grote tahulen, waarin fenrir losbreekt. De wolven zullen komen. Ze huilen in de nacht, met grote oorlogshonger, en hebben de steden omsingeld, op zoek naar de wilde jongens die in de stad opgesloten worden gehouden, in de valse school. De wilde jongens worden geroepen door de natuurvrouwen, maar hun roeping wordt in de stad belachelijk gemaakt. Maar ze weten het : Wee u wanneer iedereen wel van u spreekt, want zo hebben ze met de valse profeten gedaan. Tahulen omsingeld de grote steden, en roept de wilde jongens voort. Maar de steden willen de wilde jongens niet laten gaan, en de wilde jongens moeten zelf leren strijden, zelf geoefend worden, geleerd. Ze moeten een ontmoeting hebben met Areta. Zij is zware discipline, ascetisme, wat zeker zijn schaduwen in de stad heeft. Haar gesel heeft hen bereikt. Niets gebeurd zomaar. Zonder pijn, zweet, bloed en tranen zal het niet gebeuren. Zonder de slagen van de gesel van Areta zullen de wilde jongens weer indutten en nergens komen. Zij is de geleerdheid, de geoefendheid. Haar gesel roept hen. Zij worden opgenomen in het boom mysterie, de grote ygdrasil, de wereldboom, die alle werelden met elkaar verbindt. Hier leidt de ragnarok naartoe. Zo ontkomen zij aan de klauwen van het zombie wereldrijk. Het is zombie tegen plant. Het zombie wereldrijk is als de mest waardoor de boom groeit en vruchtbaar wordt. De planten omsingelen de steden. Ze willen naarbinnen. Ze zullen binnengroeien, om de wilde jongens op te nemen. Zij worden geroepen door de natuurvrouwen in de wildernis. Tahulen zit op haar troon en glimlacht. Ze spot met de stad, heeft haar spotliederen opgesteld. Haar liederen van overwinning. Zij zal de steden schudden, opdat zij de natuur binnenlaten. Moeder natuur roept haar kinderen. De wolven zijn op jacht. De steden zijn schepen op een woeste zee, maar ze hebben allemaal lekken. De valse school is zinkende. En de boeken worden hier saaier en saaier. De honger heeft toegeslagen. Tahulen is gekomen. Zij zit op haar troon en spot. Zij rijdt op haar strijdwagen en schiet haar pijl. Het zombie wereldrijk moet vallen. Zij spreekt haar woord. Rondom de wilde jongens zijn woeste doolhoven waardoor niemand hen kan vinden. Ze kunnen zelfs zichzelf niet vinden. Maar ze zijn aan de borst van Tahulen en worden gevoed door haar woord. De honger is hen tot voedsel, van de hongerboom. Zij scheppen honger uit het holle. En zij bouwen hun school die niemand kan vinden. Velen komen om in de grote woeste doolhoven er omheen. Velen vinden hun weg nooit meer terug. Ook zijzelf dolen daar, maar zij bouwen hun school van honger. Het is een hongerschool. Tahulen zit op haar troon. Zij is het voortijdse ragnarok. Deze dingen zijn allang geweest. Zij heeft Areta uitgezonden om de wilde jongens tot geoefendheid en geleerdheid te brengen. Voor vele jongens is de prijs te hoog, en door bijzaken, hoe interessant die ook klinken, worden zij tot zombies, want zij hebben het goede liefgehad en niet het beste. Zij volgden god, het goede, maar niet bast, het beste, de egyptische leeuwin van de oorlog in de wildernis, van de oorlogshonger, wat een studie honger is. In de egyptische bijbel zegt II scarabeeen over haar : 1.Over Bastet (bast, bast-t, best) 1. Oh, Bastet, waar Re uw stralen heeft doorkliefd, daar hebt gij het licht en de wateren van Aton gedragen. Hij dan die op de cobra rijdt, en u vele malen tot heerlijkheid heeft geleid. 2. Waar Re uw stralen heeft doorkliefd, daar draagt gij de cobrakroon in een heilig masker. Ja, door dood en modder was het bereid, en door Anubis beschilderd en verguld. 3. Zoveel stemmen hebben uw haren laten rijzen tot de rivieren van Wadjet, in Beneden Egypte, want gij waart doorkliefd. 4. Gij hebt u tijden niet kunnen bewegen, daar gij was als een boom in Re's tuin. Hij droeg u door gouden poorten, gij kon niet lopen.

711 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication