911

alleen aan het hemelse woord, de hemelse natuur, en zo bouwde hij zijn natuurkerk van de vrijmaking. Het liep gelijk op met de strijd tegen de duitse bezetting, die in 1944 tot een piek was gekomen. 11 augustus 1944 werd toen ook de kerkelijke d-day genoemd, voorafgaande aan de bevrijding van nederland van de duitsers in 1945. De vrijmaking kwam dus in etappes. Het is een mooi wezen, een natuurwezen, een natuurgodin, of hoe je het ook wil noemen, natuurkennis. Klaas Schilder werd door zijn vrijmaking verschrikkelijk vervolgd, net zoals de vrijmakers van de eerdere vrijmakingen. Na het heengaan van deze radicale man, deze Nederlandse reformator en regressor, dutte de kerk weer in, na zijn sterven in 1952 (1890-1952). De kerk onderwierp haarzelf aan andere machten dan god, namelijk de familie en de medische macht. Maar is god dan ook geen afgod ? Dat kan heel goed mogelijk zijn. Het is een neutraal nederlands woord wat maar al te snel verkeerd gebruikt kan worden. Mensen rennen al weg als ze het woord god horen, of kerk, maar we moeten het abstract en symbolisch een plaatsje geven, omdat de natuur nu eenmaal rustig door de talen en culturen heenwerkt. We komen dan ook bij de theologische dialectiek uit van stelling – tegenstelling – samenstelling, niet slechts van het ja, niet slechts van het nee, maar van het ja en het nee, en dan vooral het hoe en wanneer. dat is een oefening, als een oorlogsdans van het verzet. Ik had eergisteren een droom dat ik een indiaanse vriendin mijn lucky luke beeld wilde laten zien, maar toen ik het haar liet zien was het ineens een beeld van een krokodil gehuld in een pij of mantel. Ik keek toen beter en zag het gezicht van Michael Jackson, en hij begon te dansen. Door de snelle, niet na te volgen danspasjes werden de sluizen van de hemelse wateren geopend en ik kon mijn tranen niet bedwingen. Zo moet dit ook zijn in onze relatie met god, dat we de wetenschap hiervan kennen en beoefenen, als een hemelse oorlogsdans van verzet. God ? Kunnen we dat woord niet beter schrappen vanwege de potentiele bedrieglijkheid ervan door mensen die van geen toeten noch blazen weten ? In de theologische dialectiek zeggen we zowel ja als nee. Ik ben er niet voor om het woord geheel en al weg te werpen, en wel om deze reden : Het wijst terug op israelitische en egyptische wortels. Laten we denken aan het levitische kehat mysterie van voorzichtigheid, ingetogenheid, nauwgezetheid en bezonnenheid, waarover gelezen kan worden in ons onderwijsboek 'het kehatitische verschijnsel'. Het leidt helemaal terug tot de egyptische godin 'kut', wat een voortijds woord is voor het eeuwige kruis, de godin van de vruchtbaarheid. Als we het woord god horen of noemen, dan gaat het niet om het woord zelf, maar hoe we het gebruiken, in welke betekenis, en waar het naar terug wijst. Woorden zijn slechts metaforische, geestelijke mediums, dus het gaat niet om het woord op zich, maar als wegwijzer, anders val je in materialisme of religieus materialisme, zoals mensen die van god een soort paswoord of paspoort hebben gemaakt en als je het niet gebruikt, dan kom je niet binnen, zoals atheisten of mensen van een andere religie die weer een ander woord ervoor hebben. Dan ben je een farizeeer. Dat is papierdictatuur, of taaldictatuur. We strijden nog steeds tegen deze machten. De kerkelijke d-day van 1944 moet nog in ons hart uitgelegd worden. Er moet voor gestreden worden. Nog steeds plakt de mens vast onder de machten van de koninklijke kerk en de menselijke kerk. 1800 was er voor om los te komen van de koningskerk, en 1900 was ervoor om los te komen van de mensenkerk, maar dan zijn we er nog niet, want dat dit heilsfeiten zijn neemt niet weg dat het nog een ervaringsfeit moet worden in ons persoonlijk leven. Kortom : wij moeten de godin van de vrijmaking ontmoeten, deze natuurgodin. Zomaar midden in de stadsgevangenis kan zij verschijnen en dan krijg je nieuw zicht, zie je de hemelse natuur dwars door alle stadsmuren heen. In mijn dromenserie van eergisteren was ik in een weiland ergens bij schuren en ik zag tussen twee schuren in het pad in het gras twee biggetjes. Ik kwam dichterbij, en zag dat de biggetjes veranderden in nertsen, maar dit waren demonische nertsen. Ze vielen mij toen aan en ik moest rennen en gelukkig kon ik wegvliegen, zoals zovaak in mijn dromen, want dat is een gave mij gegeven sinds rond mijn twintigste. Wel schoten ze toen kogels af, maar het kon me niet treffen. Het

912 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication