17

giechelaar had gelezen : 'De giechelaar reed op zijn fiets door de straten. Hij had een hele lange baard. Hij verkocht oude rotzooi. Als het hem lukte iets te verkopen dan giechelde hij altijd.' Toen liep ze weg. 'Is dat je vriendin, die met die brede heupen ?' vroegen mensen hem weleens. 'Het is de giechelaar,' zei hij dan. 'Oh, giechelt ze zoveel dan ?' vroeg een oude vrouw hem eens. Zij begon toen ook te giechelen. Hij kon er niet om lachen. Hij vroeg zich nog steeds af wat er te giechelen was. Weer las hij het boek over de giechelaar. 'De giechelaar reed op zijn fiets door de straten. Hij had een hele lange baard. Hij verkocht oude rotzooi. Als het hem lukte iets te verkopen dan giechelde hij altijd.' Hij moest dan altijd aan haar denken, maar het scheen dat ze ook anderen aan het giechelen maakte. 'Wat probeer je mij eigenlijk te verkopen ?' vroeg hij eens aan haar. Ze giechelde en rende weg. Hij kon geen goed hoogte van haar krijgen. 'Moet ik me beledigd voelen ?' vroeg hij toen hij weer bij haar was. 'Zit mijn neus soms scheef, of zit mijn haar niet goed ?' 'Nee, dat is het niet,' zei ze giechelend. 'Maar wat dan ?' vroeg hij. 'Je maakt me gek met dat gegiechel van je.' Op een dag besloot hij haar een lange brief te schrijven. Al zijn frustraties stonden er in, en ook weer de vraag waarom ze altijd zo giechelde, want daar had hij nog steeds geen antwoord op. Ze schreef niet terug. Hij vond haar oppervlakkig. Haar wegdoen wilde hij ook niet. Hij besloot haar maar gewoon te accepteren zoals ze was. Nog vaak dacht hij terug aan het boek van de giechelaar. 'Zo is ze nu eenmaal,' zei hij dan tegen zichzelf. 'Het had veel erger gekund. Er zijn vrouwen die altijd klagen.' Op een dag liepen ze hand in hand in de stad. Hij kocht een ijsje voor haar, en ze giechelde. Mensen keken vaak naar haar als ze zo giechelde, en sommigen giechelden dan ook. Dat waren altijd vrouwen. Ook begonnen steeds meer mensen haar te herkennen op straat. Zij was één van de hoofdrolspelers van de voorstelling. De video ervan werd goed verkocht. 'Ben jij niet dat meisje van die film genaamd 'de giechelaar' ?' vroeg iemand haar eens op straat. 'Ja, dat ben ik,' giechelde ze. Hem herkenden ze vaak niet, want hij speelde slechts een bijrol, als een soort figurant. 'Hij vindt het nooit zo leuk als ik giechel,' zei ze, terwijl ze op hem wees. 'Hij wil na de voorstelling alles zo snel mogelijk weer vergeten, maar bij mij gaat het giechelen gewoon door. Er is voor mij geen verschil tussen de voorstelling en na de voorstelling.' Hij haatte de school en hij haatte de voorstelling. Hij wilde er nooit over nadenken. Hij voelde zich een marionet, en was altijd blij als het weer afgelopen was. Hij zag altijd uit naar de vakanties, alleen te zijn met haar. Ze was dan wel een giechelaar, maar het meest werd er altijd gegiecheld in de voorstellingen. 'Ik kan het niet uitleggen,' zei hij op een dag. Ze woonden inmiddels samen. 'Altijd maar dat gegiechel. Ik krijg eigenlijk nooit school en die voorstellingen uit m'n kop. Ik heb echt het gevoel alsof ik stapelgek word.' 'Maar ja, je weet dat het verplicht is,' zei ze. 'School is nu eenmaal belangrijk, en de voorstellingen zijn ervoor om het leuk te houden.' 'Ja, heel leuk,' zei hij sarcastisch.

18 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication