Kait werd de grote moeder van de goden genoemd, één van de vier elementale godinnen. K-t was een algemeen woord voor moeder en vrouwen, de vagina. Het was ook verbonden aan kahit, terreur en ontzag, als een vruchtbaarheids-principe. Het was een beeld van de baarmoeder van het bestaan. Zij reed op haar strijdwagen om er flink doorheen te hakken om het product klaar te krijgen. De baarmoeder maakte veel gebruik van slachtwapens hiervoor. Dit was het Egyptische beeld van de godin, van Kehat. Zij was de oerschepster van alle dingen. Zij stond aan haar ketel. Zij was een geweldenaar die op haar strijdwagen door de lucht reed, zoals Wodan later bij de Germanen. Alles was door haar onderverdeeld in kooien van restrictie, opdat haar schepping tot stand zou komen. K't is een vreemd volk, een buitenaards volk, waar de bijbel het ook over heeft dat er een vreemd volk zou komen. Het is een deel van de hemel (kht). Het zijn de beelden van Osiris, van de doden, oftewel de herbeleving ervan. We kunnen stellen dat wanneer het vlees het heilige aanraakt, dan zal het vlees sterven. Dit is ook een beeld van de vagina, dat wanneer het vlees, de fallus, de vagina ingaat, dan moet het vlees sterven door zijn zaad te geven. Numeri 5:2 – Gebied de kinderen Israels dat zij uit het leger wegzenden. Calvijn merkt op dat God zich allerminst bezig houdt met het werk van een arts, omdat Hij juist wilde dat melaatsen uit de legerplaats geweerd werden. Calvijn stelt dat Hij door deze uitwendige inzetting en plechtigheid het volk geoefend heeft in de ijverig voor de reinheid, anders zouden ze indutten. Daarom genas God de melaatsen niet zomaar. Anders zou het volk gewoon blijven aanrotzooien en onrein met de legerplaats omgaan, omdat God het toch allemaal wel weer zou genezen. Het was om misbruik te voorkomen. De mens was altijd weer uit op misbruik, stelt Calvijn. Vonk stelt wat betreft de Kehatieten, 4 : 1-20 dat het om een worsteling gaat in de tent van de samenkomst, binnen de legerplaats, in de voorhof van de tent. Hij noemt het een militia sacra, wijzend op eerdere vertalers en exegeten, als een heilige krijgsdienst. En dit ging door de telling en de dienstplicht in de tent. We hadden al eerder gezien dat deze telling niet buiten de kastijding, de gesel, omging. Het is namelijk een discipline waarvan niet afgeweken mocht worden, en zo was er dus ook richting, wat het doel is van alle restrictie. De mens moet voelen dat hij over bepaalde grenzen niet heenkan, en dit is ook waarvan de sexualiteit een beeld is. De mens moet leiding ontvangen. Zo offert de mens zijn zaad in de tent. Zo werkt de hemelse vruchtbaarheid. Als ze over de grens heen zouden gaan zouden ze sterven. Denk aan hen die onbevoegd de ark aanraakten. Vonk vergelijkt het met een 'militia christi'. Er is dus geen leger zonder dit kruis, zonder deze gesel, deze restrictie. Vandaar dat het Kehatitische verschijnsel van belang is. Daarom stelt Vonk dat het niet zomaar domweg tellen is, maar het vervullen van een dienstplicht. Hij stelt over de taak van de Kehatieten : 'Aan de Kehatieten was de zorg toevertrouwd ,,voor de allerheiligste dingen" vs 4. Gezien de opsomming straks van hetgeen zij te dragen hadden, waaronder ook het brandaltaar uit de voorhof, dat wegens z'n zalving ook allerheiligst was, Ex. 40 : 11, zullen we bij die „allerheiligste dingen" wel niet enkel aan het z.g.n. heilige der heiligen moeten denken.' Hij noemt dan de ark : 'Allereerst de ark. Natuurlijk begint de opsomming met de ark des verbonds. „Bij het opbreken van de legerplaats zullen Aaron en zijn zonen naar binnen gaan en het bedekkend voorhangsel afnemen en daarmee (d.w.z. met het voorhangsel, dat tussen het heilige en het allerheiligste hing) de ark der getuigenis bedekken" vs 5.' (…) 'Misschien was het nodig, dat de priesters de draagstokken der ark een ogenblik uit hun ringen haalden met het oog op het verpakken van de ark in de drie kleden. Maar dan mochten zij toch niet verzuimen deze stokken weer in de ringen terug te doen. Opdat de ark daaraan gedragen kon worden door de Kehatieten. Misschien echter ook wel, omdat de Kehatitische levieten de ark niet alleen niet mochten zien, maar ook niet mochten aanraken, Ex. 25 : 15, Num. 4 : 15, 20.' We kunnen hierbij ook denken aan het mysterie van de boom der kennis in het
33 Online Touch Home