menselijke maatstaven. De tong van God spreekt in orakelen, in gelijkenissen. 63. Hoe meer ik God leerde kennen, hoe rebelser ik werd naar het aardse systeem. De tong van God gaat dus tegen de tong van de mensen in. Mensen zullen soms zeggen van de profeten : "Spreken zij niet slechts in raadsels ?" 64. Vleselijke mensen kunnen namelijk het geestelijke niet begrijpen. 65. Het is belangrijk een wachter voor de mond te hebben. 66. Dit is een beeld van de urim, de toetser. 67. De taak van Ganesha was de badplaats van zijn moeder Parvati te bewaken. Dit komt ook weer terug in het verhaal van Ahn, waarin Ahn nauwgezet de badplaats van Batseba in de gaten hield. 68. Hierin sterft de mens aan het zelf en wordt zo wedergeboren. Hierdoor ontvangt de mens een wachter voor de mond. Deze wachter is dus ook degene die de mond op de juiste momenten zal openen. Het eeuwige touw heeft alles te maken met het bedwingen van de tong. De tong moet getemt worden. 69. Ismaël is de toetser, in die zin "ieders vijand". 70. Er moet een nieuwe tent in ons opgericht worden. 71. Jakob moest geweld zien en ongerechtigheid. Hij moest het offerfeest zien. Zijn moeder was als een offerdienst. Het was een gewelddadig visioen met een diepere betekenis. Hij werd hierdoor gekweld. Hij had lang door de woestijn gezworven, en toen begaven zijn zintuigen het en kreeg hij deze zware gezichten, waarin hij de diepere realiteit zag, 357 die hij eerst niet begreep. 72. Rebekkah was zeer huiselijk, en zorgde voor Jakob in de wildernis. Jakob was een tentenkind die dichtbij zijn moeder leefde, maar in zijn Ezaugedaante was hij nomadisch, zwierf hij, en aanschouwde de oorlog en de jacht. Dit was slechts een visioen. Hij keek naar zijn moeder die kookte. Hij zag zijn ego verscheurd worden. Hij zag de geslachte beesten, en kon het niet begrijpen. Hij was het zelf. Nu moest er een diepere betekenis komen. Jakob moest ontwaken. Daartoe kwam Habakuk. 73. Toen Jakob de rivier de Yabboq was overgegaan had hij een worsteling. Habakuk is de rivier waarover Jakob moet gaan om te toetsen, om de worsteling te hebben met God. 74. Jakob moet over die rivier gaan om tot diepere betekenissen te komen. Eerst ziet hij niets anders dan geweld. 75. Toen ik als kind de Moeder God ontmoette gebeurde dit in een nachtmerrie tijdens groot onweer. Toen riep ze mijn naam. Toen schrok ik wakker, en er was inderdaad onweer. Dit is zo ingrijpend geweest, en ik begreep er toen niets van. Ik was namelijk niet opgevoed met een Moeder God, maar in een zwaar protestants gezin. God was een man. Er was geen plaats voor een moeder beeld. Later begon ik te beseffen wat er was gebeurd. Mijn nachtmerries waren zo gewelddadig, omdat het twee realiteiten waren die met elkaar botsten. Pas rond mijn twintigste begon er meer rust te komen, meer betekenis. 76. De mens is zelf het offer. De mens moet tot God komen opdat het ego kan afsterven. De vis en het vee zijn hiertoe metaforen. Wanneer we dus lezen over al die offers, dan gaat dit over onszelf. Dit is de enige manier om tot de ontwaking te komen, tot de hogere openbaring. Het heeft dus een doel, en dat moet de mens leren begrijpen. Het zijn de
358 Online Touch Home