6

had een mentaliteit van : gewoon aanpakken. Iemand anders kwam erbij, en begon ons ook de kleren van ons lijf te vragen, maar ja, die hadden we niet meer, dus toen hebben we haar maar de kleren van het lijf gevraagd, en die moest toen ook ingesmeerd worden met modder, anders zou ze kou vatten. Ja, daar zat natuurlijk ook niemand op te wachten, dat iemand kou zou vatten. Dat is ook allemaal extra werk weer voor de dokter. Dat wilden we die aardige man niet aandoen. Die zit er natuurlijk ook niet op te wachten om nog meer geld aan iemand anders z'n leed te verdienen. Dat laten ze allemaal wel over aan de vissers. Goed, ik heb die twee vrouwen maar meegenomen naar huis. Ik moest toch nog iemand hebben voor de afwas. Maar ze kletsten me zoveel de oren van het hoofd af dat ik ze maar uit huis weer heb gezet, op de trein naar de apenheul, onder het mom van een leuk dagje uit. Ja, ik had m'n oren natuurlijk nog wel nodig. Ze mogen me uitkleden en met modder bedekken, maar kom niet aan m'n oren verder. De volgende dag werd ik wel geconfronteerd met mijn uitstapje, zeg. Ze konden het niet laten. Met allemaal foto's op de voorpagina. Het was wereldnieuws. Ik schaamde me rot. Ik was er trouwens wel overstuur over, en vooral kwaad, dat ze het voorval helemaal uit de context hadden gerukt. Ze hadden erbij geschreven dat het een circus act was, en dat wij zogenaamde 'vissers met blote handen' waren. Het was een soort reclame truuk voor het vissersstadje, alsof de vissers daar gewoon nog zelf de sloten en rivieren induiken om zelf met blote handen de vis te vangen. Ik was zo kwaad, want ik ben een vegetariër in hart en nieren, en vond dit niet alleen een grote belediging naar mijzelf toe, maar nog meer wel naar de vissen. Ik heb die twee vrouwen toen weer opgetrommeld, en die waren er ook misselijk van, en vooral kwaad, heel kwaad. We zijn toen met z'n drieën teruggegaan naar dat vissersstadje, totaal onder de modder, en we zijn toen stenen gaan gooien door de ruiten van die vishandels heen. Laten ze dat maar eens op de foto zetten voor de volgende krant. Nou, dat hebben we geweten. De dag erna waren er inderdaad foto's van in de krant weer, maar weer met een totaal ander verhaal in een hele andere context. Ja, schreven ze. Die stenen werden gegooid door 'de vissers met blote handen' omdat ze betere gebouwen wilden voor hun viswinkels. Er stond dus direct een oproep bij om te doneren naar die 'arme vissers met blote handen' om hun betere gebouwen te laten krijgen, en de kopers meer winkelplezier. Nou ja ! Wij waren alledrie natuurlijk woedend. Dat lieten wij natuurlijk niet op ons zitten. Wij zijn toen naar dat vissersstadje weer teruggegaan en hebben toen iedereen de kleren van het lijf lopen vragen, om ze vervolgens te bekogelen met modder. Dat werd een ware oorlog natuurlijk. En weer waren er allerlei fotografen bezig natuurlijk voor de volgende krant. De volgende dag werd er gesproken van een burgeroorlog in het vissersstadje. Het waren de vissers met de blote handen weer tegen degenen die hun werk niet genoeg respecteerden en niet genoeg vis kochten, met de oproep erbij om meer vis te kopen. Ik dacht : Zo winnen we het nooit natuurlijk. Maar ik wist toen één ding : We moesten naar die krantentent toe. Nou, we kwamen daar bij die krantenmakerij aan om ze het hemd van het lijf te vragen, om ze vervolgens met modder te bekogelen, maar het pand was geheel leeg. We slopen naar binnen, en zagen daar de type machine van de krant, zo'n heel ouderwets ding. We vroegen ons af wie al die tijd die malloterige dingen over ons had geschreven, als reclame voor het vissersstadje. Komt er ineens een heel klein jongetje onder een tafeltje vandaan kruipen. 'Sorry,' zegt dat jongetje. 'Heeft iemand van jullie me vader ergens gezien ?' Ik zeg : 'Ik weet van niks. Heeft hij al die kranten geschreven op deze type machine ?' 'Nee ik,' zei het jongetje. 'Waarom dan ?' vroeg ik. 'Dat moest van me vader,' zei het jongetje. 'Is je vader soms visser toevallig ?' vroeg ik toen. 'Nee,' zei het jongetje. 'Wat dan ?' vroeg ik. 'Oh, ik ken hem wel,' zei één van de vrouwen. 'Ze hebben een circus.' 'Ja,' zei de andere vrouw, 'dat circus maakt weer reclame voor de krant, en die krant maakt weer reclame voor het circus, en ook weer voor het vissersstadje. Dat heeft allemaal met elkaar te maken.' 'Helemaal niet,' zei het jongetje. 'Jullie weten er niets van. Me vader werkt bij de polisie, en hij zei : Schrijf maar de meest gekke en vreemde dingen in de krant. Maak ze maar helemaal gek. Dan heeft de polisie in ieder geval genoeg te doen. Ik onderbrak hem. Ik zei : 'Ik vind jou maar een vreemd kereltje.' 'Moet jij nodig zeggen met al die modder op je lichaam,' zei hij brutaal. 'Oh, wij waren toch vissers met blote handen van het circus om reclame te maken voor het vissersstadje ?' vroeg ik. 'Ja,' zei hij brutaal. 'Dat zijn jullie ook, maar dat wil niet zeggen dat jullie geen vreemde snuiters zijn.'

7 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication