31

kennis delen Stikstof: op zoek naar een oplossing De stikstofproblematiek legt steeds meer ontwikkelingen stil. Recente uitspraken van onder meer de Raad van State op 14 januari hebben daar geen verandering in gebracht. Recreatiebedrijven die in of bij Natura 2000-gebieden liggen die te lijden hebben onder teveel stikstof, hebben een groot probleem. Iedereen zoekt naar een oplossing, maar die is nog niet in zicht. Tekst: Eelco de Jong (Zypp advocaten) Foto: Shutterstock Het stikstofoverschot wordt veroorzaakt door met name (een deel van) de agrarische sector, de veeteelt, de ‘buitenlandse import van stikstof’ en – in mindere mate – verkeer en industrie. In diverse juridische uitspraken is vorig jaar al vastgelegd dat het intern salderen binnen een ‘project’ niet meer zonder meer mogelijk is. Intern salderen is: kijken wat je stikstof-uitstoot was, en dat verrekenen met de nieuwe situatie. Op het moment geldt dat daarvoor een ‘passende beoordeling’ nodig is. Maar hoe moet dat als de ontwikkeling in een bestemmingsplan of omgevingsplan is opgenomen, en dus niet als project is vergund? Op 14 januari heeft de Raad van State in een dergelijke kwestie een uitspraak gedaan en de uitkomst is weinig verrassend: intern salderen mag ook niet meer in de voortoets van een bestemmingsplan. In de voortoets moet uitsluitend worden gekeken naar de nieuwe ontwikkeling zelf. Als niet kan worden uitgesloten dat deze extra stikstofdepositie veroorzaakt op een overbelast Natura 2000 -gebied, moet ook hier een passende beoordeling worden gemaakt. Dat betekent in de praktijk: meer onderzoeken. Wat is de uitstoot nu en hoe was de legale situatie ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan/omgevingsplan? Meer onderzoek betekent ook langere doorlooptijden en vertraging in bouw- en uitbreidingsplannen. Belangrijk: wat heeft u eerder aan vergunningen gekregen en gemeld? Voor de natuur Dan geldt ook nog het zogenoemde ‘additionaliteitsbeginsel’: een deel van de stikstofruimte wordt afgeroomd ten behoeve van de natuur. Als er dus sprake is van een depositie in de oude situatie, kan die niet zonder meer worden uitgegeven in de nieuwe situatie. Wat wél kan worden uitgegeven moet de gemeenteraad bij de vaststelling van het bestemmings- of omgevingsplan beoordelen (de ‘vergewijsplicht’). Dat is een best lastig onderdeel: het is immers niet de gemeenteraad, maar het provinciebestuur die het overzicht heeft. Hoe kun je daar als ondernemer het beste mee omgaan? Uiteraard door ruim de tijd te nemen. De voorbereiding zal vaak langer duren dan gewenst. Het is ook – en dat kunt u nu al doen – goed om de referentiesituatie vast te leggen. Wat heeft u aan vergunningen gekregen en aan meldingen gedaan? Daarnaast kan het helpen om te overleggen met een adviseur. De ervaring leert dat ook de ambtenaren van gemeenten en provincies het bijzonder lastige materie vinden. Dat maakt de procedures zeker niet korter. Een beetje druk van een adviseur die de weg kent in dit ingewikkelde doolhof kan dan helpen. 02-2026 | Recreactie 31

32 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication