kennis delen Terugkerende (seizoens) krachten: regels en risico’s De recreatiesector draait in belangrijke mate op terugkerende (seizoens)krachten. Medewerkers die het park kennen, snel inzetbaar zijn en ieder jaar terugkomen. Praktisch en vertrouwd, maar juridisch niet zonder risico. Juist bij deze groep kan ongemerkt een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaan. Tekst: Irma Diepemaat (Stellicher advocaten) Foto: Shutterstock De hoofdregel van de ketenregeling luidt dat een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaat zodra meer dan drie tijdelijke contracten elkaar opvolgen of zodra tijdelijke contracten de totale duur van 36 maanden overschrijden. Daarbij geldt dat de keten alleen doorloopt, als de tussenpozen tussen de contracten niet langer zijn dan zes maanden. Is de onderbreking langer dan zes maanden, dan wordt de keten doorbroken en begint bij een nieuw contract een nieuwe keten. In de recreatiesector geldt een belangrijke afwijking. Op grond van de huidige cao Recreatie wordt de keten bij seizoensbedrijven al doorbroken bij een onderbreking van langer dan drie maanden. Deze verkorte tussenpoos geldt uitsluitend voor functies die naar hun aard seizoensgebonden zijn en aan de cao-voorwaarden voldoen. Wordt daar niet aan voldaan, dan geldt de reguliere ketenregeling. Het risico is dan dat een volgend tijdelijk contract automatisch overgaat in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Steeds meer druk De druk op het werken met tijdelijke contracten neemt toe. In het wetsvoorstel Meer zekerheid fl exwerkers wordt de onderbrekingstermijn verlengd van zes maanden naar vijf jaar. Daarmee wordt (terugkerende) tijdelijke inzet in belangrijke mate beperkt. Het wetsvoorstel blijft echter ruimte bieden om bij cao een kortere tussenpoos af te spreken voor seizoenswerk. Ook de inzet van zzp’ers is niet zonder problemen Voor seizoensbedrijven die aan de voorwaarden voldoen, blijft deze uitzondering dus naar verwachting bestaan. De inwerkingtreding is uitgesteld. Naar verwachting treedt een deel van de wetgeving op zijn vroegst per 1 januari 2027 in werking en het overige deel per 1 januari 2028. In de praktijk wordt daarom regelmatig gekeken naar de inzet van zzp’ers als alternatief. Dat is niet zonder risico’s. Hoewel de wetgeving rondom zzp’ers nog steeds in beweging is en het wetsvoorstel VBAR recent opnieuw is aangepast, is de huidige juridische toets nog altijd ongewijzigd. De Belastingdienst handhaaft actief. Dit jaar geldt nog steeds een zachte landing en verzuimboetes blijven achterwege. Maar naheffi ngen loonheffi ng kunnen wel worden opgelegd, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2025. Bij opzet of grove schuld zijn vergrijpboetes mogelijk. Voor recreatieondernemers betekent dit, dat scherp moet worden beoordeeld wanneer daadwerkelijk sprake is van seizoensarbeid en hoe de keten van tijdelijke contracten zich ontwikkelt. Het inhuren van zzp’ers lijkt een oplossing, maar ook dat vraagt om een kritische beoor deling van de arbeidsrelatie en contractuele inrichting. Alleen zo kunnen naheffi ngen en andere fi nanciële risico’s worden voorkomen. 03-2026 | Recreactie 34
35 Online Touch Home