ondernemen Erkenning voor de meerwaarde van recreatie Toerismebrief toont visie, maar kan concreter Op 30 juni 2026 stuurde minister Heleen Herbert van Economische Zaken en Klimaat de langverwachte Toerismebrief aan de Tweede Kamer. De brief beoogt ‘een integrale visie en een plan van aanpak voor de gastvrijheidssector’ te geven. Die visie is dik in orde, oordeelt Jeffrey Belt van HISWA-RECRON, maar tegelijkertijd ziet hij ook ruimte voor verdere concretisering. Tekst: Maarten Bokslag Foto’s: Shutterstock De Toerismebrief geeft een heldere visie op de gastvrijheidssector. De minister erkent allereerst het grote belang van de gastvrijheidssector: in 2024 besteedden Nederlandse en buitenlandse toeristen gezamenlijk ruim 111 miljard euro in Nederland, bijna 6 miljard meer dan in 2023. De toegevoegde waarde van de toeristische sector bedroeg 40 miljard euro, ofwel 4% van het bbp. De sector bood in 2024 werk aan 771.000 mensen en was daarmee goed voor ongeveer 6,7% van de totale werkgelegenheid in Nederland. Ook het maatschappelijk belang wordt voor het eerst volledig erkend. De leefbaarheid van steden en dorpen, de kwaliteit van de leefomgeving en de mogelijkheden om in de buurt van de eigen woning te ontspannen: het biedt een belangrijke maatschappelijke meerwaarde aan de sector. Drie thema’s Vervolgens worden drie thema’s geformuleerd, die de minister ziet als bakermat voor het beleid. Dat zijn: • Weerbaarheid: Het vermogen om snel te herstellen van onverwachte gebeurtenissen en de continuïteit van de sector te waarborgen. • Duurzaamheid en balans: Het creëren van een evenwicht tussen de belangen van toeristen, bewoners en bedrijven. • Ondernemerschap en innovatie: Het stimuleren van vernieuwing in de gastvrijheidssector door ruimte te bieden aan innovatie, ondernemerschap en kennisuitwisseling. “Op zich drie geweldige doelstellingen”, constateert Jeffrey Belt, adjunct-directeur van HISWA-RECRON. “Maar het is Minister: ‘Er komt geen nieuwe Kampeerwet’ In de toerismebrief worden ook enkele Kamermoties behandeld. De Kamerleden Michiel van Nispen (SP) en Henk Vermeer (BBB) vroegen om een nieuwe Kampeerwet, met name om het verlies van jaarplaatsen op campings tegen te gaan. Minister Herbert gaat in de Toerismebrief uitgebreid in op de materie, maar constateert uiteindelijk dat een nieuwe Kampeerwet niet leidt tot een betere situatie voor recreanten en ondernemers. “Ik zie dan ook op dit moment geen aanleiding voor aanvullende landelijke wetgeving. De belangen van recreanten worden, bij herstructurering van kampeerterreinen, zowel via gemeentelijke wet- en regelgeving als via branchevoorwaarden van HISWA-RECRON, betrokken en geborgd. Daarnaast zou een dergelijke wet juist kunnen leiden tot een minder wenselijke situatie met meer regeldruk en verminderde flexibiliteit in de sector en daarmee negatieve gevolgen voor zowel de ondernemer als de recreant.” Jeffrey Belt van HISWA-RECRON ziet de reactie van de minister als beloning voor de zorgvuldigheid die Nederlandse bedrijven op dit gebied betrachten. “Natuurlijk snap ik dat het vervelend is om een jaarplaats te verliezen, maar het is disproportioneel om hier een hele wet voor op te tuigen. En wat je maar zelden hoort: wij hebben in Nederland een veel verdergaand beleid ten aanzien van vaste plaatsen dan andere Europese landen. Wij bieden met de RECRON-voorwaarden bovenwettelijke bescherming en hebben ze recent nog aangepast, met oog voor zowel de ondernemer als de recreant. Zaken als een verplaatsingsvergoeding of een onafhankelijke Geschillencommissie zijn uniek voor Nederland.” 20 Recreactie | 06-2026
21 Online Touch Home