26

op één lijn 43 2e uitgave 2012 In de leer ‘Hebt u alles begrepen?’ ‘Natuurlijk dokter.’ DOOR SOPHIE VAN DER VOORT, EERSTEJAARS AIOS Ik probeer zo veel mogelijk te toetsen of patiënten mijn uitleg en instructies begrijpen. Het komt immers te vaak voor dat patiënten essentiële informatie niet oppikken omdat er gewoonweg teveel tegelijkertijd op hen afkomt. Ook niet gek natuurlijk als je bedenkt dat we ze in de laatste 2 minuten van het toch al krappe consult iets willen uitleggen dat voor hen vaak compleet nieuw is. Eigenlijk een ver-van-hun-ziektebed-show die toch het eigen lichaam betreft. En juist daarom zo belangrijk om het goed te snappen. Een longontsteking waar je antibiotica voor geeft is gemakkelijk uit te leggen. Ook voor de patiënt met een IQ lager dan zijn middelomtrek (morbide obesitas uitgezonderd). Probeer echter bij een voorhoofdsholteontsteking maar eens uit te leggen dat een neusspray helpt. Of bij een acuut gezwollen knie dat je hem pas over een week wilt onderzoeken. Erg spannend vond ik het een jongetje van 13 jaar met gynaecomastie uit te leggen dat ik graag zijn scrotum wilde onderzoeken. Een iets onzeker overkomend verhaal over hormonen en puberteit moest mij genoeg verantwoording bieden om aan het geslachtsdeel van deze puber te komen. Ik vond het gezien zijn leeftijdsfase belangrijk dat hij goed begreep waarom ik het noodzakelijk achtte, dus vroeg ik letterlijk of hij het begrepen had. En hij had het geheel tegen mijn verwachting in uitermate goed opgepikt. Hij verwoordde het bijna beter dan ik. Achteraf werd in het dossier mijn gerezen vermoeden bevestigd: autisme spectrum stoornis. Ingewikkelder is het bij ernstigere ziekten. Iemand met een zwelling in de hals waarbij je eerst vier weken af moet wachten of het niet ‘gewoon’ een reactieve lymfeklier betreft, terwijl de grote angst van de patiënt je ‘pluis/niet-pluis’-radar ernstig verstoort. Hierbij is het noodzaak goed uit te leggen dat met eerst afwachten mogelijk onnodig onderzoek wordt voorkomen en dat de wachttijd bovendien weinig consequenties heeft voor progressie van de ziekte, mocht het toch kwaadaardig zijn. In zulke situaties is inzicht in de ziekte voor de patiënt ongelooflijk belangrijk. Neurologische ziektebeelden blijven mijn grootste uitdaging. Neuritis vestibularis bijvoorbeeld. Mensen denken dat het 26 compleet mis is in hun lichaam, voelen zich doodziek en moeten dan toch naar huis met zogeheten ‘nietmedicamenteuze adviezen’ (de NHG-standaard wekt de indruk dat je pas écht ziek bent als je het tot het subkopje ‘medicatie’ hier net onder weet te schoppen). Hetzelfde geldt voor BPPD (Benigne Paroxysmale Positie Duizeligheid). Al een lastig ziektebeeld an sich, maar een nog grotere uitdaging om de patiënten gerustgesteld huiswaarts te sturen. Vaak verwachten ze een noodzakelijk ziekenhuisbezoek. Of tenmínste een pil. Maar alles behalve ‘expectatief beleid’. Lang leve betahistine.1 Soms is het nu eenmaal makkelijker een tabletje te geven dan iets ingewikkelds uit te leggen. Een arts mag in het belang van de patiënt toch ook wel eens bluffen? Of heb ik dat dan weer helemaal verkeerd begrepen? 1 Over de toepassing bij vormen van vertigo en duizeligheid zijn onvoldoende relevante klinische gegevens bekend (farmacotherapeutisch kompas).

27 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication