95

lle maatschappelijke vraagstukken zijn te koppelen aan een vorm van digitalisering. Woningnood en websites waarop mensen hun woonruimte aanbieden als hotels. Mobiliteit en apps die deelscooters als strooigoed over een stad verspreiden. Openbare veiligheid en sociale media die groepen bij elkaar brengen. Onderwijs en Amerikaanse hardware en software in Nederlandse scholen. En zo voort en zo verder. Digitalisering raakt onze publieke waarden en de verhoudingen tussen overheid, markt en burger. Waarom staat het dan niet bovenaan de partijprogramma’s van de volgende gemeenteraadsverkiezingen? Wat kunnen lokale bestuurders doen om het onderwerp wel onder de aandacht te brengen? En waarom is dat hard nodig? Deze en andere vragen werden besproken in een sessie die de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) onlangs organiseerde. Aanwezig waren onder andere instanties als de Autoriteit Persoonsgegevens, de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), de Raad van State en de wetenschappelijke bureaus van alle landelijke politieke partijen. De deelnemers waren het erover eens dat digitalisering de maatschappij ingrijpend beïnvloedt en dat de politiek er sturing aan moet geven, zeker ook lokaal. Ook was er consensus dat beleid inzake digitalisering te vaak ad hoc is. En dat terwijl digitale systemen op gespannen kunnen voet staan met de vrijheid van burgers om hun eigen toekomst vorm te geven. Bestuurders hoeven geen specialist te zijn op het onderwerp, maar moeten wel de goede vragen kunnen stellen. Ongunstig voor de aandacht is dat veel politici en inwoners het onderwerp ‘niet sexy vinden’, maar dat is een kwestie van perspectief. A Technologie in sociale context Laura de Vries is van het wetenschappelijk bureau van D66. Zij deed recent onderzoek naar algoritmes en lokale politiek. “Lokaal bestaat nog het idee dat technologie objectief en neutraal is. Dat is niet zo, omdat technologie verweven is met de sociale context waarin ze wordt gebruikt. Een tweede reden dat digitalisering zelden op de lokale politieke agenda staat, is de overtuiging dat het iets is voor de uitvoerder en niet voor de bestuurders of politici. Er is een gebrek aan politiek gesprek over dit onderwerp, terwijl we de enorme impact zien die technologie kan hebben op de individuele vrijheid en rechten van mensen.” Het gesprek moet niet alleen gaan over wat wel en niet mag volgens wet- en regelgeving, zegt De Vries. “Kijk niet alleen naar de AVG, kijk naar de autonomie van mensen. De discretionaire beslissingsbevoegdheid verschuift van ambtenaren naar de algoritmes. Willen we besluitvorming overlaten aan computers? Mensen hebben het recht op een toekomstige tijd, om hoogleraar Shoshana Zuboff the citeren. Wanneer de overheid al heeft besloten in welk hokje iemand past, dan komt hij of zij daar niet meer uit en toekomstplannen worden afgesneden. We moeten heel voorzichtig zijn en heel duidelijk afbakenen wat wel en niet wenselijk is. Het gesprek, als het al wordt gevoerd, gaat te veel over wat mag en niet mag en niet over wat we wel en niet wenselijk vinden. Applicaties waarmee burgers meldingen doen over criminele daden, vind je dat een goede toepassing of niet? Nepaccounts op sociale media die gemeenten gebruiken om fraude op te sporen, is dat wenselijk of niet?” Nummer 41, januari 2022 Laura de Vries: “Nepaccounts op sociale media die gemeenten gebruiken om fraude op te sporen, is dat wenselijk of niet?” beeld: privéfoto 95

96 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication