48

De ontwikkeling van stationsomgevingen: van locaties naar plekken Tony Wijntuin (WYNE Strategy & Innovation) Stationsontwikkeling door de jaren heen In het artikel uit 2018 stond het station zelf centraal. Onze oproep: naast hard-core —stationsretail meer inzetten op verblijf en ontmoeting, met minder ketens en meer lokale ondernemers ín het station. In 2020 zette corona het rigide verdienmodel van stations zwaar onder druk: 55 tot 60 procent minder reizigers liet zich voelen in de omzethuren. Tegelijk kwamen de achterkanten van stations in beweging. In Tilburg, Breda en langs de IJ-oever ontstond aandacht voor het activeren van voormalige no-go zones. Het station werd steeds meer een verbinder tussen binnenstad en nieuwe gemengde gebieden. Die ontwikkeling is nog in volle gang: stationsgebieden groeien uit tot volwaardige stadsdelen. Het Beurskwartier in Utrecht, Knoop XL in Eindhoven, Spoorzone Zwolle, het CID in Den Haag en Rotterdam Central District, met een mix van wonen, werken, recreëren en maken, spreken voor zich. Onze visie is meegegroeid: van de binnenkant van het station, via de spoorzone naar de schaal van een stadsdeel. De rode draad bleef hetzelfde. Sec financieel rendement is niet het enige sturingsmiddel. Lokaliteit en onderscheidend vermogen zijn minstens even belangrijk, en het faciliteren van Visual RCD: Treehouse. Bron: Woneninrotterdam.nl District E Eindhoven nieuw ondernemerschap en economischmaatschappelijke vitaliteit is een must. Het integraal programmeren van voorzieningen is geen restpost, maar een ontwerpopgave die vanaf het begin bij de kop moet worden gepakt. Wat is uitgekomen en wat niet Een deel van wat we hoopten, is werkelijkheid geworden. De transformatie van de achterkanten was in 2020 nog een beweging met een handvol voorbeelden; nu is het een landelijk fenomeen. Gemengde stadsdelen rond het station zijn de norm, met autoluwe straten, meer groen en voorzieningen die aansluiten bij wonen, werken en leren. Een ander deel is een belofte gebleven. Het station zelf is geen verblijfsplek geworden. Een Nederlandse Jewel Changi, een station als bestemming voor wie niet reist, is er niet gekomen. De magneetwerking is verschoven naar het gebied eromheen, met de LocHal in Tilburg als sprekend voorbeeld: een voormalige locomotievenhal die uitgroeide tot huiskamer van de stad. Inmiddels vragen we ons hardop af of het station zich niet beter sec op zijn reistaak kan richten en de brede mix aan lokaal ingebedde voorzieningen kan overlaten aan de directe omgeving. Een win-win in de keten wat ons betreft. Goede hardware, software en orgware essentieel Wie de plannen voor de negen grote stations gebieden naast elkaar legt, ziet een opvallend patroon. Over wonen, in totaal ruim 55.000 woningen, zijn de ambities scherp geformuleerd. Over voorzieningen wordt de taal vaag, met “horeca, buurtwinkels en ruimte voor ontmoeting” als obligate aanvulling. Dat dat anders moet, heeft iedereen door, maar hóe is nog niet overal geland. In onze visie is het essentieel om drie lagen goed te definiëren en in te regelen: de hardware (de gebouwde omgeving), de software (de positionering en het voorzieningenprogramma) en de orgware (de ontwikkeling, realisatie en het beheer van dat programma). Positionering: overal een innovatiedistrict Den Haag, Zwolle, Tilburg, Eindhoven en de Zuidas profileren zich alle vijf als kennis- of innovatiedistrict. Een label dat iedereen 48 - Stationslocaties 2026/2027

49 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication