17

lijke verscheidenheid. De uitdaging was groot: een stabiele democratie opbouwen, een eigen economie ontwikkelen, en vooral een gevoel van samenhorigheid creëren.’ Onze macht om ‘ja’ of ‘nee’ te zeggen tegen de wensen uit Suriname steunde op een geschiedenis van kolonialisme ‘Ik besefte dat het verleden — met kolonisatie, slavernij en onderdrukking — zwaar drukte op deze jonge natie. Maar ik zag ook hoop. De strijd om Onafhankelijkheid was gewonnen, nu begon het werk om Suriname écht een eigen toekomst te geven.’ Onafhankelijkheid en historisch besef ‘Als onderhandelaar kon ik tevreden zijn: de Onafhankelijkheid van Suriname was eindelijk een feit. De gesprekken verliepen in vrede en met respect, en de uitkomsten waren positief voor zowel Nederland als Suriname. We hielden ons aan de afspraken die we hadden gemaakt, beloofden hulp zonder onze begroting te belasten en namen geen onrealistische verplichtingen aan over de grenzen van het nieuwe land. Toch bleef ik worstelen met de vraag of onze tevredenheid wel terecht was. Waar haalden wij als Nederlandse politici in 1975 het recht vandaan om te onderhandelen over de Onafhankelijkheid, terwijl die eigenlijk al veel eerder had moeten plaatsvinden? Onze welvaart was immers mede opgebouwd dankzij het koloniale verleden — de uitbuiting en onderdrukking van andere landen, waaronder Suriname. Onze positie als westerse natiestaat, die de macht had om ‘ja’ of ‘nee’ te zeggen tegen de wensen uit Suriname, steunde op die geschiedenis van kolonialisme. Hadden wij eigenlijk wel het recht ons te bemoeien met staatsopbouw en mensenrechten in een land waar we eeuwenlang het ontwikkelen van een eigen natie hadden tegengehouden? Tijdens de onderhandelingen speelden deze vragen voortdurend door mijn hoofd. Twintig jaar eerder, als jongen van tien, had ik voor het eerst iets over Suriname gelezen in een plaatjesalbum van Douwe Egberts, geschreven door Piet Bakker. Hij beschreef niet alleen de schoonheid van Nederlands West-Indië, maar wees ook scherp op de schrijnende armoede in Paramaribo. Krotten waar slaven ooit woonden, overvolle scholen, erbarmelijke leefomstandigheden — het maakte diepe indruk op mij. Bakker sprak van een “ereschuld” die Nederland aan Suriname had. Later, op school en tijdens mijn studie, begon ik te begrijpen hoe groot die schuld was. Ik leerde de geschiedenis en het koloniale systeem ook zien vanuit het perspectief van Azië, Afrika en Latijns-Amerika. Toen ik begin jaren zeventig de politiek inging, wist ik dat mijn generatie niet persoonlijk verantwoordelijk was voor wat eerder was gebeurd, maar dat we het stokje hadden overgenomen en medeverantwoordelijk waren. Die ereschuld moest worden ingelost door Suriname volledige vrijheid te geven, compensatie en herstel te bieden, en middelen beschikbaar te stellen voor een toekomst. Het koloniale verleden was niet ongedaan te maken, maar wij droegen de plicht om de negatieve gevolgen ervan zoveel mogelijk te herstellen.’ Verleden, Verantwoordelijkheid en Toekomst ‘Suriname staat de komende jaren volop in de belangstelling. Op 25 mei 2025 werden de presidentsverkiezingen gehouden, en op 17

18 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication