Wie het verleden niet eert, verliest de toekomst. Wie zijn wortels vernietigt, kan niet groeien. Friedensreich Hundertwasser
50 jaar Onafhankelijkheid van Suriname ©Atlas Cultureel Centrum te Den Haag, Şahin Yıldırım - 2025 ISBN: 978-94- 65262-86-4 Auteurs: Fotografie: Omslagfoto: Druk: Oplage: Şahin Yıldırım, Louise Dijkmans en Shawintala Banwarie Eindredactie: Theo Brand en Daniëla Postma Vormgeving: Nationaal Archief Ege Basim 2500 exemplaren Deze publicatie is mede tot stand gekomen, dankzij een bijdrage van Fonds 1818, Gemeente Den Haag, Gemeente Rotterdam, VSBfonds, Fonds Sluyterman van Loo en Stichting F.S. Tijmstra. Rechten op beeld en ander materiaal De redactie heeft geprobeerd rechthebbenden van beeld- en ander materiaal te traceren. Personen en organisaties die wij onverhoopt niet hebben kunnen bereiken en die menen rechten te kunnen doen gelden, worden verzocht zicht tot de uitgever te wenden. Met dank aan volgende instanties: Oxford Academy, Stichting Dialoog in Actie, Stadsarchief Amsterdam, Stichting Gedeeld Verleden Gezamenlijke Toekomst Rotterdam, Stichting Mission Impossible, HVL Hindoestaanse Vereniging Laakkwartier, Stichting Herdenking Javaanse Immigratie (STICHJI), Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en Erfenis (NiNsee), Stichting Keti Koti, Nationaal Comité Hindostaanse Migratie, Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (ISGG). Bijzondere dank aan: Hans Zuiver, Jane Kuldipsingh, Astrid Echteld en Mitra Rambaran www.atlascultureelcentrum.nl www.50jaaronafhankelijkheidvansuriname.nl Daniela Postma, www.jouwlevenineenboek.nl Asha Gaalman-Ghoerbien, www.ashagaalman.com
50 JAAR ONAFHANKELIJKHEID VAN SURINAME 50 persoonlijke verhalen over 50 jaar onafhankelijkheid van Suriname Şahin Yıldırım - Shawintala Banwarie - Louise Dijkmans
INHOUDSOPGAVE Voorwoord Dr. Hans Ramsoedh Een nieuwe natie werd geboren, vol diversiteit Jan Pronk Ik begeef me nooit op het grijze vlak Ram Rambaratsingh Onder Surinaamse studenten is enorm veel talent Salomon Kroonenberg Iedereen wil iemand op tv die herkenning oproept Noraly Beyer Het gevoel dat Suriname oproept, blijft lang bij me Nicolaas van Beek Met Winti-rituelen is elke dag een nieuw begin Marian Markelo Suriname: veel potentie, schaarste in uitvoering Hans Moison Ons erfgoed wordt steeds verder ontwikkeld Harriëtte Mingoen Vergeet de Nederlandse militairen in Suriname niet Ad van Wingerden Ik introduceerde moderne methoden bij Inheemsen Reinier Artist Denk nooit in termen van cultuur en zie elk mens Jan Booij Al 50 jaar trekt Toko Omoe mensen uit het hele land Kai Hing Li 7 10 17 23 31 38 46 53 59 We helpen Surinaamse jongeren bij hun opleiding Loes Mulders Ik ging uit heimwee koekeloeren op Schiphol Ronald May Geen woorden maar daden maken Suriname groot Cees Verschoor Ik was de eerste allochtone vrouw in de Tweede Kamer Tara Oeday Singh Varma Ik kan niet zonder Nederland of Suriname Alex van Stipriaan Prachtig dat die ene boer zoveel over Suriname wist Rannie Sumter Ik voel me er thuis, maar wil er niet wonen Job Gilhuis Masini Mofu was m’n eerste grote hit in Suriname William Souvenir De Bijlmer en Suriname: verschillend en zo verbonden Jenny van Dalen 67 75 83 Inheemsen streden ook vroeger al voor gelijkheid Olivia Williams Empathie, ja alles komt neer op inlevingsvermogen Michiel van Kempen De bananenchips is na dertig jaar ingeburgerd Dirk Royer 90 Dankzij mijn voormoeders sta ik hier! Bert Kalle 97 104 111 119 126 134 139 145 153 159 166 172 180
Ik wil de reis van de contractarbeiders delen Melvin Chang Jörgen Raymann noemde mij een halve Surinamer Harry van Bommel Verbinding met andere religies is een meerwaarde Derwisj Maddoe Belangrijk om verborgen verhalen zichtbaar te maken Liesbeth Smit Ik omarm mijn Afro-Surinaamse erfgoed Duncan Wielzen Ik kende geheimpjes die veel Surinamers niet kennen! Gerrit Nijhof De Afrikaanse muziek overbrugt de afstand Carlo Hoop Sporen van harmonisch Joods verleden in Suriname René de Vries Javaanse identiteit gevormd door kolonialisme Christa Wongsodikromo Suriname geeft mij een halfbroer-gevoel Joost Berculo Wij zorgen voor de bossen, de longen van de aarde Diana Vlet Wat een voorrecht, die vele boeiende verhalen Daniëla Postma De koning vond mijn broodjes heerlijk Mavis Hofwijk 186 194 202 Al tijdens mijn jeugd wilde ik de wereld verbeteren Willem van Nieuwkerk De eigen cultuur mag je mensen niet ontnemen Kanta Adhin Heel langzaam opende de wereld van Suriname zich Daniël Claas 210 218 226 233 241 248 Vaak voelde ik dat ik al veel had meegemaakt Denise Jannah Er is veel verborgen historie in het binnenland Els van Diggele Met kunst wil ik nieuwe perspectieven laten zien Carla Tjon Ik geloof in de kracht van Surinaamse jongeren Sebastiaan Baauw Als kind wilde ik al een sociaal-democraat zijn Tanja Jadnanansing Zie ongedocumenteerde Surinamers als mensen Eva Bezem 256 Als Inheemse leerde ik nooit op te geven Jeannette Stjura-Tjon 264 270 Van bijzondere filmavond tot een leven vol liefde Ron de Graaf Ik drukte de Winti-cultuur weg Dervin Sno 278 285 293 301 309 315 322 330 336 343 351 359 365
VOORWOORD Dr Hans Ramsoedh Op 25 november 2025 is het vijftig jaar geleden dat Suriname onafhankelijk werd van Nederland. Daarmee kwam officieel een einde aan een relatie die begon in 1667, toen Suriname een kolonie werd. Toch betekende die onafhankelijkheid geen breuk. Met ruim 360.000 Surinamers in Nederland - meer dan de helft van de Surinaamse bevolking - en het Nederlands als officiële taal in Suriname, zijn beide landen en hun mensen nog altijd nauw met elkaar verbonden. Er is simpelweg te veel Suriname in Nederland, en te veel Nederland in Suriname, om elkaar ooit als vreemden of willekeurig buitenland te zien. Al vóór 1945 vertrokken Surinamers naar Nederland, in die tijd vooral voor studie. Vanaf de jaren vijftig en zestig kreeg deze migratie een blijvender karakter. In die periode verliep de integratie relatief voorspoedig: werk vinden was doorgaans mogelijk en behalve op het gebied van huisvesting werd weinig melding gemaakt van racisme of discriminatie. Vanaf het midden van de jaren zestig veranderde dit beeld echter ingrijpend. De toenemende migratie riep in politiek en media fundamentele vragen op over de integratie van Surinamers. Deze beeldvorming werd verder aangewakkerd door de massale migratie in de aanloop naar de Surinaamse onafhankelijkheid in 1975. Langzaam maar zeker veranderde het beeld vanaf de jaren negentig. Succesverhalen van Surinaamse Nederlanders - vooral in sport, media, muziek en cultuur - droegen bij aan een genuanceerder en positiever beeld. Het maatschappelijk imago van Surinamers veranderde zo sterk door de tijd heen. Waar zij aanvankelijk vaak werden gestigmatiseerd, werden zij in de jaren negentig juist regelmatig genoemd als voorbeeld van
50 JAAR ONAFHANKELIJKHEID VAN SURINAME geslaagde integratie, vergelijkbaar met de Indische Nederlanders. Dit laat zien dat integratie geen vaststaand proces is, maar meebeweegt met tijd en omstandigheden. Uiteindelijk hangt het vooral af van de bereidheid van de ontvangende samenleving om nieuwkomers te erkennen als volwaardige leden, in plaats van hen te zien als een bedreiging voor de nationale identiteit. In Vijftig jaar Onafhankelijkheid van Suriname worden de banden tussen Suriname en Nederland zichtbaar gemaakt aan de hand van vijftig persoonlijke verhalen. Vijfentwintig Surinaamse Nederlanders vertellen over hun band met Suriname en hoe het was om in Nederland op te groeien. Daarnaast delen vijfentwintig Nederlanders hun persoonlijke of professionele ervaringen met Suriname en Surinamers. De verhalen tonen hoe rijk en veelzijdig de ontmoeting tussen beide culturen is. Soms schuurt het, maar veel vaker leidt het tot wederzijds begrip, herkenning en verrijking. Surinaamse Nederlanders brengen hun geschiedenis, cultuur en tradities tot leven en laten zien hoe zij hun plek in Nederland hebben gevonden. Nederlanders laten zien hoe hun ontmoetingen met Suriname en Surinamers hun kijk op de wereld hebben veranderd. Met dit boek wilden de samenstellers niet alleen herinneringen vastleggen, maar ook laten zien hoe persoonlijke ervaringen samenhangen met grotere maatschappelijke en historische ontwikkelingen. Waar het Grote verhaal over migratie vaak wordt verteld in cijfers en beleidsdiscussies, geven juist deze kleine verhalen kleur en betekenis aan dat grotere geheel. Samen geven deze vijftig getuigenissen een beeld van een relatie die niet ophoudt bij grenzen of politieke veranderingen. Ze maken duidelijk hoe verleden en heden met elkaar verbonden zijn: van een gedeeld koloniaal verleden, via migratie en integratie, tot de voortdurende culturele uitwisseling tussen beide landen. Tegelijkertijd wordt zichtbaar dat deze verbondenheid ook richting geeft aan de toekomst. In die toekomst zullen Suriname en Nederland, ondanks verschillen, deel blijven uitmaken van elkaars werkelijkheid -gedragen door een gedeelde geschiedenis en verrijkt door blijvend contact. Vijftig jaar onafhankelijkheid van Suriname verbindt verleden, heden en toekomst: het laat ons leren van het verleden, het heden beter begrijpen en biedt inspiratie voor de toekomst.
‘Een nieuwe natie werd geboren, vol diversiteit’ Jan Pronk vertelt over de totstandkoming van de Onafhankelijkheid ‘In Suriname zelf vonden de gesprekken plaats tot diep in de nacht, soms tot drie uur in de ochtend, ook op de dagen vlak voor de Onafhankelijkheid. Pas om zes uur op 25 november werd eindelijk definitieve overeenstemming bereikt over de grenskwestie – geen kleine details, maar cruciale punten die de identiteit van de nieuwe natie bepaalden. Om negen uur die ochtend vond de officiële soevereiniteitsoverdracht plaats in de aula van de Universiteit van Suriname, gevolgd door een groot feest in het stadion. De Nederlandse delegatie vertrok de volgende dag terug, uitgeput, maar voldaan.’ Jan Pronk is een Nederlandse oud-politicus van de PvdA, bekend om zijn inzet voor ontwikkelingssamenwerking en internationale rechtvaardigheid. Hij was een van de invloedrijkste ministers voor Ontwikkelingssamenwerking in de Nederlandse geschiedenis. Hij was minister voor Ontwikkelingssamenwerking in de kabinetten Den Uyl, Lubbers III en Kok I, en minister van VROM in kabinet Kok II. Pronk speelde een belangrijke rol bij de Onafhankelijkheid van Suriname in 1975. Hij was betrokken bij de onderhandelingen en het ontwikkelingsverdrag. Zijn visie op internationale rechtvaardigheid is nog altijd actueel – ook vijftig jaar na de Onafhankelijkheid van Suriname. ‘Ik ben geboren in een familie waarin onderwijs een grote rol speelde. Zowel mijn vader als mijn grootvader droegen dezelfde naam als ik, Jan Pronk, en waren evenals ik in Scheveningen geboren. Mijn moeder, Elisabeth van Geel, kwam uit Sewoe Galoer in Indonesië en haar vader was registeraccountant. Mijn ouders, mijn broer Piet en mijn zus Liesbeth werkten allemaal als onderwijzers op de lagere school. Deze achtergrond gaf mij een basis van kennis, maatschappelijke betrokkenheid en discipline. Na het gymnasium in Den Haag koos ik voor economie aan de Nederlandse Economische Hogeschool in Rotterdam, tegenwoordig de Erasmus Universiteit. Daar werkte ik onder leiding van Nobelprijswinnaar Jan Tinbergen, bij wie ik zeven jaar als onderzoeksassistent werkte en colleges gaf in ontwikkelings¬economie. In die periode raakte ik ook actief betrokken bij verschillende niet-gouvernementele organisaties op het gebied van ontwikkeling en vrede. Zo was ik in 1968 jeugdafgevaardigde naar de Algemene Vergadering van de Wereldraad van Kerken in Uppsala. In 1971 werd ik verkozen tot lid van de Tweede Kamer, waar ik me specialiseerde in ontwikkelingssamenwerking. Twee jaar later werd ik minister voor Ontwikkelingssamenwerking in het kabinet-Den Uyl. Ik speelde een belangrijke rol bij de onderhandelingen over de Nieuwe Internationale Economische Orde en was nauw betrokken bij de Onafhankelijkheid van Suriname in 1975.’ Twee jaar lang onderhandelen ‘In de week voorafgaand aan 25 november 1975 kwam er van slapen weinig terecht. Ik voelde de spanning en wist dat we ons ŞAHIN YILDIRIM
op een historisch moment bevonden: de soevereiniteitsoverdracht van Suriname. We dachten op weg te zijn naar een harmonieuze overdracht, maar wat volgde was vooral een harde les in onderhandelen. De onderhandelingen tussen Nederland en Suriname hadden bijna twee jaar geduurd en leken af te lopen op een voorspoedige afloop. De teksten die de Onafhankelijkheid moesten regelen, waren klaar. Het Nederlandse parlement had het verdrag op 28 oktober goedgekeurd en op 19 november stemde ook de Surinaamse volksvertegenwoordiging ermee in. Dat was weliswaar heel kort voor de afgesproken datum van 25 november, maar we dachten dat de zaak beklonken was. Toch was er nog geen volledige overeenstemming over alle onderwerpen. De belangrijkste onduidelijkheid betrof de ontwikkelingshulp die Suriname na de Onafhankelijkheid van Nederland zou ontvangen. Over de omvang waren we het eens, maar niet over de procedures en voorwaarden. Het verdrag was klaar, maar het aanvullende protocol nog niet. In theorie kon dat na de overdracht worden afgerond, maar dat zou het vertrouwen van Suriname in Nederland schaden. De Surinaamse regering had daarom de goedkeuring van het verdrag opgeschort, totdat ook over het protocol overeenstemming zou zijn bereikt. Pas op 24 november, één dag vóór de overdracht, slaagden wij erin het protocol af te ronden. Ikzelf, als minister voor Ontwikkelingssamenwerking, wist in gesprek met mijn Surinaamse collega Michael Cambridge overeenstemming te bereiken. Diezelfde dag tekende Suriname het verdrag alsnog. Dat was op het nippertje. Maar er was nog een ander en veel groter probleem dat zich onverwacht voordeed: de vraag waar precies de grenzen van Suriname lagen.’ 13
50 JAAR ONAFHANKELIJKHEID VAN SURINAME We dachten op weg te zijn naar een harmonieuze overdracht, maar wat volgde was vooral een harde les in onderhandelen ‘Dit onderwerp was tijdens de onderhandelingen besproken en leek geregeld: de grenzen zouden blijven zoals ze in de koloniale tijd waren vastgesteld. Drie Europese koloniale machten – Engeland, Frankrijk en Nederland – hadden ooit aan de noordkust van Zuid-Amerika hun territoria bepaald. Suriname lag tussen Guyana (het vroegere Brits-Guyana) en Frans-Guyana. In het verleden was er veel strijd geweest over de precieze ligging van de grenzen, vooral omdat de natuurlijke grensrivier de Corantijn in het westen en de Marowijne in het oosten vertakkingen kende. Welke tak de grens precies vormde was nooit echt definitief vastgesteld. Hoewel de grenzen formeel vastlagen, was het betwist gebied nooit helemaal rustig geweest. In 1969 was bijvoorbeeld een gewapende overval vanuit Guyana geweest op het gebied Tigri, wat leidde tot spanningen en onderhandelingen over demilitarisering. Suriname wilde daarom garanties van Nederland dat het land zou worden gesteund bij een eventueel grensconflict. Dit was een gevoelige kwestie, omdat Nederland in principe geen militaire garanties kon geven zonder zichzelf te positioneren als neokoloniaal machtsblok, iets wat internationaal niet geaccepteerd zou worden. Tijdens het debat in de Tweede Kamer waarin de Onafhankelijkheid werd bekrachtigd, werd de grenskwestie ook besproken. Staatssecretaris Kooijmans gaf aan dat een definitieve oplossing alleen mogelijk was met overeenstemming tussen Suriname en zijn buurlanden. Maar een Surinaams Statenlid, Somohardjo, eiste dat Nederland die kwestie vóór de Onafhankelijkheid zou regelen. Dat kon Kooijmans niet toezeggen. De situatie bracht een dilemma met zich mee: Suriname wilde onafhankelijk worden en wij steunden die wens, maar de grenskwestie was niet opgelost en zou niet meer door Nederland kunnen worden geregeld. De verantwoordelijkheid daarvoor lag nu bij de nieuwe staat en haar buren. Dit speelde zich af tegen de achtergrond van een wereldwijde dekolonisatiegolf die na de Tweede Wereldoorlog was ingezet. Suriname had al meer autonomie gekregen, maar de defensie en buitenlandse betrekkingen lagen nog bij Nederland. Nu Suriname volledig onafhankelijk werd, zou Nederland niet langer die bescherming kunnen bieden, ook al wilde Suriname dat wel. Op de dag van de officiële overdracht, terwijl alles al was voorbereid, kwamen de Surinaamse onderhandelaars, onder leiding van premier Henck Arron, terug op dit punt. Ze vroegen opnieuw om een garantie van Nederland bij mogelijke grensconflicten.’ Nu Suriname volledig onafhankelijk werd, zou Nederland niet langer die bescherming kunnen bieden, ook al wilde Suriname dat wel ‘De gesprekken werden opnieuw geopend, kaarten werden over tafel gelegd en alle eerdere argumenten en afspraken werden opnieuw besproken. Voor ons was dat een erg lastig moment. In Den Haag was het kabinet-Den Uyl net tot diep in de nacht bezig geweest met een moeizame vergadering over een hervormingsagenda, en de ministers hadden nauwelijks geslapen. Premier Den Uyl en
minister De Gaay Fortman moesten vrijwel direct na afloop van de vergadering naar Schiphol voor de reis naar Suriname, waar een delegatie inclusief prinses Beatrix en prins Claus al op hen wachtte.’ Grenzen gebaseerd op historische afspraken ‘In Suriname zelf vonden de gesprekken plaats tot diep in de nacht, soms tot drie uur in de ochtend, ook op de dagen vlak voor de Onafhankelijkheid. Pas om zes uur op 25 november werd eindelijk definitieve overeenstemming bereikt over de grenskwestie – geen kleine details, maar cruciale punten die de identiteit van de nieuwe natie bepaalden. Om negen uur die ochtend vond de officiële soevereiniteitsoverdracht plaats in de aula van de Universiteit van Suriname, gevolgd door een groot feest in het stadion. De Nederlandse delegatie vertrok de volgende dag terug, uitgeput, maar voldaan. De onderhandelingen waren een harde les. De Surinaamse onderhandelaars hadden geleerd hoog in te zetten, standpunten lang vast te houden, en tot het laatste moment door te vechten. Dit had hen veel gebracht, maar de grenskwestie was een stap te ver geweest. De uitkomst was een brief van premier Den Uyl aan Arron, waarin de grenzen van Suriname werden beschreven op basis van historische afspraken: welke rivieren en rivieroevers de grenzen vormden, en hoe ook de zeegrenzen aan de Atlantische kust waren vastgesteld. Deze beschrijving was niet gedetailleerd, maar voldoende om Suriname een stevige positie te geven – mocht er ooit een conflict ontstaan.’ De Surinaamse onderhandelaars hadden geleerd hoog in te zetten en tot het laatst door te vechten Jan Pronk en Eveline Herfkens in behandeling ontwikkelingssamenwerking, 25 november 1987 ‘Nederland droeg de rechten die het ooit aan de grenzen had ontleend over aan Suriname en beloofde die standpunten te blijven ondersteunen. Maar er werd geen garantie gegeven dat Nederland militair zou ingrijpen bij een conflict. Juridisch stonden we aan onze kant, maar politiek bleef Suriname kwetsbaar. Dit grensvraagstuk was niet het enige dat de relatie tussen Nederland en Suriname na de Onafhankelijkheid zou blijven bepalen. Het hele proces was een cruciaal moment in onze geschiedenis, maar voor velen in Nederland ging het bijna ongemerkt voorbij. Voor Suriname was het echter de geboorte van een nieuwe natie, met alle uitdagingen en hoop die daarbij horen. Deze ervaring leerde mij dat onderhandelen niet alleen gaat over afspraken op papier, maar ook over politiek, vertrouwen en het herkennen van het diepere belang dat een kwestie kan hebben voor een land en zijn mensen. De Onafhankelijkheid van Suriname was daarmee niet alleen het einde van een tijdperk, maar ook het begin van een nieuwe, met veel beloftes en onzekerheden.’ 15
50 JAAR ONAFHANKELIJKHEID VAN SURINAME Henk Arron en Joop den Uyl bereiden de Onafhankelijkheid voor Regeringsconferentie in het Catshuis Den Haag, maart 1975 Een lange en moeizame reis voor Suriname ‘De onderhandelingen over de Onafhankelijkheid van Suriname draaiden niet om de vraag of Suriname vrij zou worden, maar om hoe dat zou gebeuren. Wat we bereikten werd vastgelegd in verdragen, bindend en juridisch, maar de betekenis was veel groter. Het was de geboorte van een nieuwe natie, die zich voor het eerst presenteerde op het wereldtoneel. Op 25 november 1975, in Paramaribo, voelde ik de trots en de hoop bij die feestelijke gebeurtenis. De weg naar Onafhankelijkheid was niet zonder pijn en moeite geweest, maar uiteindelijk was het zover.’ Voor Suriname was dit de geboorte van een nieuwe natie, aan Nederlanders ging dit cruciale moment bijna ongemerkt voorbij ‘Toch wist ik dat het samensmelten van Suriname tot een echte natie geen vanzelfsprekendheid was. Het land bestond uit een bijzondere mengeling van bevolkingsgroepen die eeuwenlang gescheiden waren geweest door geschiedenis en afkomst. Die diversiteit maakte het bouwen aan een gezamenlijke identiteit complex en uitdagend. Voor mij hing nationale identiteit samen met het land zelf: het geografische gebied met zijn natuur, klimaat en grondstoffen. Daarnaast speelde de economie een grote rol: landbouw, industrie, de verhouding tussen stad en platteland, en de manier waarop welvaart verdeeld werd. Maar het belangrijkste waren de mensen — hun afkomst, cultuur, tradities en waarden. Suriname was een smeltkroes van groepen die ieder hun eigen geschiedenis en achtergrond meebrachten. Na de Tweede Wereldoorlog werd duidelijk dat Suriname geen autonome staat was. De macht lag bij de Nederlandse koloniale bestuurders, de economie werd van buitenaf gestuurd en de bevolking had nauwelijks invloed. De blanke elite had de controle, terwijl de meerderheid vaak arm en stemloos bleef. Verzet werd hard onderdrukt, maar de situatie begon langzaam te veranderen in de jaren dertig en veertig. Er kwamen nieuwe wetten die de autonomie van Suriname vergrootten en het officiële gebruik van de naam Suriname markeerde een symbolische stap richting zelfbestuur. De Onafhankelijkheid was slechts het begin van een lange en moeizame reis. Suriname moest zichzelf nog vinden als natie, een eenheid smeden uit die rijke, maar ook moei
lijke verscheidenheid. De uitdaging was groot: een stabiele democratie opbouwen, een eigen economie ontwikkelen, en vooral een gevoel van samenhorigheid creëren.’ Onze macht om ‘ja’ of ‘nee’ te zeggen tegen de wensen uit Suriname steunde op een geschiedenis van kolonialisme ‘Ik besefte dat het verleden — met kolonisatie, slavernij en onderdrukking — zwaar drukte op deze jonge natie. Maar ik zag ook hoop. De strijd om Onafhankelijkheid was gewonnen, nu begon het werk om Suriname écht een eigen toekomst te geven.’ Onafhankelijkheid en historisch besef ‘Als onderhandelaar kon ik tevreden zijn: de Onafhankelijkheid van Suriname was eindelijk een feit. De gesprekken verliepen in vrede en met respect, en de uitkomsten waren positief voor zowel Nederland als Suriname. We hielden ons aan de afspraken die we hadden gemaakt, beloofden hulp zonder onze begroting te belasten en namen geen onrealistische verplichtingen aan over de grenzen van het nieuwe land. Toch bleef ik worstelen met de vraag of onze tevredenheid wel terecht was. Waar haalden wij als Nederlandse politici in 1975 het recht vandaan om te onderhandelen over de Onafhankelijkheid, terwijl die eigenlijk al veel eerder had moeten plaatsvinden? Onze welvaart was immers mede opgebouwd dankzij het koloniale verleden — de uitbuiting en onderdrukking van andere landen, waaronder Suriname. Onze positie als westerse natiestaat, die de macht had om ‘ja’ of ‘nee’ te zeggen tegen de wensen uit Suriname, steunde op die geschiedenis van kolonialisme. Hadden wij eigenlijk wel het recht ons te bemoeien met staatsopbouw en mensenrechten in een land waar we eeuwenlang het ontwikkelen van een eigen natie hadden tegengehouden? Tijdens de onderhandelingen speelden deze vragen voortdurend door mijn hoofd. Twintig jaar eerder, als jongen van tien, had ik voor het eerst iets over Suriname gelezen in een plaatjesalbum van Douwe Egberts, geschreven door Piet Bakker. Hij beschreef niet alleen de schoonheid van Nederlands West-Indië, maar wees ook scherp op de schrijnende armoede in Paramaribo. Krotten waar slaven ooit woonden, overvolle scholen, erbarmelijke leefomstandigheden — het maakte diepe indruk op mij. Bakker sprak van een “ereschuld” die Nederland aan Suriname had. Later, op school en tijdens mijn studie, begon ik te begrijpen hoe groot die schuld was. Ik leerde de geschiedenis en het koloniale systeem ook zien vanuit het perspectief van Azië, Afrika en Latijns-Amerika. Toen ik begin jaren zeventig de politiek inging, wist ik dat mijn generatie niet persoonlijk verantwoordelijk was voor wat eerder was gebeurd, maar dat we het stokje hadden overgenomen en medeverantwoordelijk waren. Die ereschuld moest worden ingelost door Suriname volledige vrijheid te geven, compensatie en herstel te bieden, en middelen beschikbaar te stellen voor een toekomst. Het koloniale verleden was niet ongedaan te maken, maar wij droegen de plicht om de negatieve gevolgen ervan zoveel mogelijk te herstellen.’ Verleden, Verantwoordelijkheid en Toekomst ‘Suriname staat de komende jaren volop in de belangstelling. Op 25 mei 2025 werden de presidentsverkiezingen gehouden, en op 17
50 JAAR ONAFHANKELIJKHEID VAN SURINAME 25 november vieren we het 50-jarig jubileum van de Onafhankelijkheid. Suriname was bijna driehonderd jaar een kolonie van Nederland. Gedurende die lange periode bepaalde Nederland de grenzen, de bevolkingssamenstelling en de economie van het land. De gevolgen daarvan bleven nog lang voelbaar, zelfs na de Onafhankelijkheid in 1975. Ondanks deze zware erfenis heeft Suriname zich ontwikkeld tot een autonome staat die, met vallen en opstaan, haar eigen weg is gegaan. De geschiedenis laat zich echter niet uitwissen en werkt nog steeds door in het heden. Daarom ben ik van mening dat Nederland nog steeds een medeverantwoordelijkheid draagt voor de toekomst van Suriname en haar bevolking. Het verleden bepaalt niet alleen wat geweest is, maar ook wat nog komen moet.’ Jan Pronk (Scheveningen, 1940) groeide op in een onderwijzersgezin. Zijn moeder, Elisabeth van Geel, was geboren in Indonesië; zijn vader en grootvader droegen beiden de naam Jan Pronk. Na het gymnasium in Den Haag koos hij voor een studie economie aan de Nederlandse Economische Hogeschool in Rotterdam, waar hij werkte onder Nobelprijswinnaar Jan Tinbergen. Pronk was zeven jaar diens onderzoeksassistent en gaf colleges in ontwikkelingseconomie. In die jaren raakte hij betrokken bij internationale vredes- en ontwikkelingsorganisaties en was hij in 1968 jeugd afgevaardigde bij de Wereldraad van Kerken in Uppsala. Hij woont nog steeds met veel plezier in Den Haag en is getrouwd met Tineke Zuurmond. Samen hebben ze twee kinderen, Carin en Rochus, die beiden internationale carrières hebben.
‘Ik begeef me nooit op het grijze vlak’ Ram Rambaratsingh strijdt voor de rechten van Surinamers ‘Toen in 1975 veel jonge mensen de oversteek naar Nederland maakten, bleven veel ouders achter. Ze hadden een stukje grond in Suriname en daarop een huis gebouwd. Hun hart liet het niet toe om die fijne plek te verlaten. Nu zijn deze mensen 65-plus, maar mogen hun kinderen in Nederland niet voor hen zorgen. Want voor de wet zijn ze ‘vreemdelingen’. Ook benaderden Surinaamse Nederlanders mij in 1980 over hun AOW-gat. Ik ben toen gaan informeren en vernam dat deze mensen minder kregen: hun jaren in Suriname telden niet mee voor de AOW-opbouw. Ik vind dat hartverscheurend.’ Als kind leerde Ram Rambaratsingh al veel over Nederland. Hij kon onze landkaart spellen! Ram kwam in 1975 terecht in Den Haag en bleef hier ook wonen. Hij ontwikkelde zich administratief, beleidstechnisch en financieel bij de ministeries van VROM en Binnenlandse zaken. Ram is al twaalf jaar met pensioen, maar nog steeds een bezige bij. “Onrecht met recht bestrijden” is zijn lijfspreuk. En er zijn nog diverse rechten te behalen. Hij weet nog altijd de weg te vinden naar het Rijksarchief en de Tweede Kamer. Ram is getrouwd, vader van twee dochters en een trotse opa van vier kleinzonen. ‘In de buurt waar ik opgroeide, woonden allerlei bevolkingsgroepen. Vergelijk het met de Schilderswijk; buitenstaanders zien soms de negatieve dingen, maar ik zag ze niet. Ik zat er middenin, iedereen kende elkaar en onderling waren er nauwelijks problemen. Op school moest ik wel mijn mannetje staan. Er was veel armoede en niet alle kinderen kregen brood mee van thuis. Ik wel. Maar mijn halve puntbroodje werd regelmatig afgepakt. Bij mijn neef probeerden ze dat ook, maar die mepte wel van zich af. Ik niet. Het ging zo ver dat ik niet meer naar school wilde. Mijn moeder had er kopzorgen van. Zo kwam ik terecht op een nieuwe school in Zorg en Hoop. In deze wijk in Paramaribo woonden veel Hollandse mensen en leerde ik op school van alles over Nederland, iets wat me later goed van pas kwam.’ Rechten leren ‘Toen ik klaar was met school, was er geen werk. Ik kon wel aan de slag bij mijn vader en ooms. Ze hadden een bedrijf in vervoer en transport en waren heel ondernemend. Voor hen bestuurde ik een lijnbus, maar ik vond er niet veel aan. Ik zocht meer uitdaging. Die vond ik bij de politie. Ik schreef een sollicitatiebrief, die ik persoonlijk ging afleveren bij het Hoofdbureau. Hier werd ik gelijk gewogen en gemeten (alles in orde). Ik vertelde er thuis niets over, want ik wist nog niet of het wat zou worden. Ik was bang voor de psychologische test – daar strandden velen op – maar dat ging goed. Ik rolde overal doorheen. Ik was 23 en kon opeens aan het werk als agent. Toen móest ik mijn ouders wel op de hoogte stellen. 19 LOUISE DIJKMANS
50 JAAR ONAFHANKELIJKHEID VAN SURINAME Ze schrokken alle twee. En waren niet blij. En al helemaal niet met een beroep met zo veel risico’s. Mijn vader noemde het zelfs een hondenbaan: “Als wij gaan slapen, ga jij de straat op. Je gaat over ons waken. En wie waakt er over mensen? Honden!” Maar ik zag het anders, ik ging rechten leren en werd gezagsdrager. Ik vond het fijn werk, de uren vlogen voorbij. Door mijn uniform werd ik herkend en iedereen was aardig. Ik deelde maar weinig boetes uit. Ik zag genoeg, hoor, maar pakte het gewoon anders aan. Als mensen dubbelparkeerden of de straat blokkeerden met laden en lossen, knoopte ik een gesprek met hen aan. Een gesprek komt in het oor en dan gebeurt er iets in de hersenen! Zo kon ik mensen op andere gedachten brengen. Dat werkt beter dan een boete uitdelen, want die betaal je en dan is de kous af. Ik vond het fijn als ze iets van de overtreding leerden. Tot mijn 26ste was ik politieagent. Toen Joop den Uyl als premier van Nederland in het diepste geheim voor besprekingen naar Suriname kwam, heb ik hem en de andere heren nog bewaakt in hun hotel. Dat gebeurde van zes tot zes in de avond en nacht, overdag niet. Het was toen niet heel gevaarlijk, maar we moesten er wel zijn. In burger. En je sprak er niet over. Als Den Uyl daarna op televisie kwam, dan dacht ik wel: hee ja, die man uit Nederland is hier.’ Flink dilemma ‘Vanaf de bekendmaking van de datum van Onafhankelijkheid, in februari 1975, werd het onrustig in Suriname. Het grootste deel van de bevolking wilde de Onafhankelijkheid nog niet. De tijd was er nog niet rijp voor, vond ook de oppositie. Eigenlijk had de regering toen een referendum moeten houden, maar dat gebeurde niet.
Ik zei tegen mijn ouders: “Gaan jullie maar naar Nederland. Ik blijf!” Maar mijn moeder wilde per se dat ik met hen meeging. Den Uyl heeft toen iets heel belangrijks gezegd op de Surinaamse televisie; later heb ik daar nog vaak naar verwezen. Den Uyl zei namelijk: “Als u uw rechten en plichten wilt behouden, dan moet u ervoor zorgen dat u vóór 25 november 1975 in Nederland bent.” Toen ik die uitspraak goed op me liet inwerken, dacht ik: duidelijker kan de man niet zijn. Dát besef, in combinatie met de politieke onrust, maakte dat ik toch meeging naar Nederland.’ Als je vertrekt, laat je álles achter; Je hebt niets meer om naar terug te keren, als je niet kunt aarden in dat nieuwe land ‘Vertrekken of blijven was voor veel mensen een flink dilemma. Als je vertrekt laat je immers álles achter. En je verkoopt wat je hebt voor een appel en ei. Huisraad werd in Suriname zelfs gratis weggegeven. Je hebt dan helemaal niets meer om naar terug te keren, als je niet kunt aarden in dat nieuwe land ... Velen hebben toch de sprong gewaagd. Dat ging heel snel, ook bij ons. Ik trouwde met mijn vriendin en voor ik het wist, zaten we al in het vliegtuig naar Nederland.’ Niet naar een dorpje ‘Den Uyl beloofde ons een goede ontvangst en hij hield woord. In het vliegtuig kwam de stewardess langs met een blauw formulier dat je kon invullen voor een opvangcentrum. Bijna iedereen koos daarvoor. Per touringcar vertrokken mensen naar verschillende locaties. Tot Groningen aan toe. Mijn familie en ik kwamen terecht in een motel aan de Assendelftstraat in Den Haag. Dat motel was een wit gebouw dat er nog altijd staat. We kregen daar een kamer. Elke dag kwamen twee mensen van het ministerie van Cultuur Recreatie en Maatschappelijk Werk (CRM); zij spraken met ons over het nu en de toekomst. We mochten dagelijks kiezen wat we wilden eten. Ik verzamelde dan de wensen voor de hele groep. Mijn moeder en tantes hadden de handen vrij. Ze hielpen daarom de kok met het bereiden van de (Surinaamse) maaltijd, waar iedereen van genoot. Elke vrijdag kregen we ook 60 gulden. Dat was voor ons snoepgeld, want ons verblijf in het motel was gratis. Deze opvang was tijdelijk. We verhuisden voor een korte tijd naar Rotterdam en van daaruit moesten we naar Putten. Nederland hanteerde een nationaal spreidingsbeleid; je mocht overal wonen, maar niet in de vier grote steden. Putten sprak mij echter helemaal niet aan! Ik kende de Nederlandse landkaart goed en wilde niet naar een dorpje verhuizen. Dan ging ik liever terug naar Suriname. Dus stapte ik niet in de bus naar Putten, maar zocht contact met een neef in Den Haag. Hij hielp mij met het zoeken naar een baan. Dat werd mijn uitweg. We gingen naar het arbeidsbureau aan de Troelstrakade en ik keek daar in de vacaturebakken. Ik zocht naar functies voor administratief medewerker, want een baan bij de politie zag ik niet meer zitten. Ik had op straat al gezien dat de Nederlandse burger een heel andere burger was dan de Surinaamse. Een Nederlander zei niet snel sorry, maar gaf veel meer weerwoord. Daarom reageerde ik op een administratieve baan bij het ministerie van VROM. Ik mocht gelijk op gesprek komen. Dat verliep goed; ik kreeg 21
50 JAAR ONAFHANKELIJKHEID VAN SURINAME Ram als kind in de jaren ‘50 Ram als agent in Paramaribo in de jaren ‘70 een beschikking voor onbepaalde tijd, per 1 januari 1976. Het was oktober, dus vooraf kon ik met mijn neef nog een paar weken toeren door Nederland. Mooier kon niet.’ Als je alleen Jantje alle kansen geeft, komt Pietje nooit vooruit ... ‘De beschikking van het ministerie opende ook deuren voor huisvesting. Een makelaar hielp mij aan een mooie koopwoning in de Schilderswijk met 100 procent hypotheek. Hier ging ik wonen met mijn vrouw en ouders; er werden twee dochters geboren. In de avonduren ging ik studeren. Bij de Rijksgebouwendienst van VROM verzorgde ik de administratie rondom onroerend goed. Ik registreerde opdrachten voor onderhoud en renovatie, bewaakte budgetten en zorgde voor een correcte uitbetaling. We hadden als ministerie contact met een vaste groep aannemers voor offertes. Maar ik zag ook de facturen van onderaannemers. En eigenlijk vond ik dat we die mensen eveneens moesten uitnodigen voor offertes. Dat gebeurde niet en dat stoorde mij: als je alleen Jantje alle kansen geeft, komt Pietje nooit vooruit ... Dat sterke gevoel voor rechtvaardigheid heb ik van mijn moeder. Zij was ook verdomd eerlijk. Ze was niet geschoold, maar ze had wel een stelletje hersenen! Opleiding en titel zeggen mij daarom niet alles. De arme landbouwer die de hele dag rijst plant, heeft ook hersenen, hij is niet dom en kan net zo goed met prima ideeën komen. Iedereen telt mee, dat is mij met de paplepel ingegoten.’ AOW-gat ‘Na die eerste baan bij VROM heb ik nooit meer gesolliciteerd. Dat kwam omdat ik in de bedrijfskantine ook nooit aan hetzelfde tafeltje ging zitten. En op de gang maakte ik vaak een babbeltje. Zo polsten andere afdelingen mij als vanzelf voor een nieuwe functie. Soms dacht ik: dat is vast moeilijk werk. Dan overtuigden ze me dat ik het wel kon leren. Communicatie is zo belangrijk: praat met iedereen! Omdat ik dat altijd deed, benaderden Surinaamse Nederlanders mij in 1980 over hun AOW-gat. Ik ben toen gaan informeren en vernam dat deze mensen minder kregen: hun jaren in Suriname telden niet
mee voor de AOW-opbouw. Hmmm, dat knaagde aan mij. Toen dacht ik weer aan de woorden die Den Uyl in 1975 uitsprak op de Surinaamse televisie: “Als u uw rechten en plichten wilt behouden, dan moet u ervoor zorgen dat u vóór 25 november 1975 in Nederland bent.” Wacht eens even, dacht ik. Die rechten en plichten heb ik toch bij mijn geboorte al gekregen? Toen was Suriname nog Nederlands grondgebied!’ Steeds dacht ik aan de woorden van Den Uyl in 1975: “Als u uw rechten en plichten wilt behouden ...” ‘Ik ben artikelen gaan zoeken om mijn gelijk te bewijzen. En die vond ik: in Staatscourant 281 van december 1956. Daarin staat wie er in aanmerking komen voor de wettelijke ouderdomsregeling: dat zijn degenen die binnen het Koninkrijk der Nederlanden hebben gewoond. Ook de mensen in Suriname dus. Ik speur altijd naar antwoorden. Zomaar iemand aanvallen is niet mijn stijl; als ik schiet, moet het raak zijn! Ik heb ook enorm mijn best gedaan voor de gezinshereniging van alleenstaande Surinaamse 65-plussers met kinderen in Nederland. Toen in 1975 veel jonge mensen de oversteek naar Nederland maakten, bleven veel ouders achter. Ze hadden een stukje grond in Suriname en daarop een huis gebouwd. Hun hart liet het niet toe die fijne plek te verlaten. Nu zijn deze mensen 65-plus, maar mogen hun kinderen in Nederland niet voor ze zorgen. Want voor de wet zijn ze “vreemdelingen”. Opnieuw kom je dan uit bij die veelzeggende woorden van Den Uyl in 1975: “Als u uw rechten en plichten wilt behouden …” Ik vind het hartverscheurend. Als je in Paramaribo woont, heb je winkels nabij. Als je echter in de dorpjes met niet-geasfalteerde wegen leeft en winkels op afstand, hoe moet je als oudere dan die kilometers overbruggen? Te voet hè, te voet. Als je het ziet, ga je het begrijpen. En dan de 100% controle op Schiphol. De media berichtten hoe Surinaamse vrouwen op de luchthaven ongewenst betast en vernederd werden. Hoe ze onschuldig dagenlang werden opgesloten, omdat ze verdacht werden van bolletjes slikken. Drugssmokkel. Ik las en hoorde erover, maar wilde me er niet ongevraagd mee bemoeien. Totdat een advocaat mij wilde ontmoeten en me bijpraatte op diverse dossiers. Ik mocht er een aantal inzien en moest daarna de namen vergeten. Wat ik las, was mensonterend! De advocaat vroeg me wat we konden doen om het onmiddellijk te doen stoppen. Onderweg naar huis belde ik Harry van Bommel van de SP; hij beloofde een debat aan te 23 Ram met zijn kleinkinderen
50 JAAR ONAFHANKELIJKHEID VAN SURINAME vragen, zodat de minister verantwoording zou moeten afleggen. Maar liefst 500 mensen kwamen toen naar Den Haag voor een demonstratie. Na het debat was het meteen klaar met de ongelijke behandeling behandeling, mede dankzij de inzet van een andere instantie die zich bezighield met de 100% controle. De vrouwen kregen niet veel schadevergoeding, maar het recht had zijn beloop.’ Aan Sewa doen ‘In juli 2024 ontvingen ruim 24.000 Surinaams-Nederlandse ouderen 5000 euro ter compensatie van het AOW-gat. Ik kreeg toen vele bedankjes via de app en telefoon. Ook op straat spraken mensen mij aan: “Hé broer, ik sta achter je! Als er wat gebeurt, roep me, je weet me te vinden.” Die 5000 euro was zeer welkom. De ouderen konden daarmee een ticket kopen voor India of natuurlijk Suriname. Zelf kom ik er niet veel meer. Ik heb vaak nagedacht over de toekomst van het land. Hoe kun je bijvoorbeeld de werkloosheid terugdringen en de economie verbeteren? Door de Surinaamse politiek word ik niet gehoord, mijn brieven worden niet beantwoord. Ik denk dat dat komt omdat ik scherp ben en zwart-wit. En dat kan op papier hard aankomen. De kleur grijs ken ik wel, maar een juridisch ambtenaar begeeft zich niet op het grijze vlak. Iets is goed of fout, niet een klein beetje fout.’ Als de kleinkinderen mij in een colbert zien, weten ze dat opa weer een belangrijke meeting heeft ‘Daarom ben ik ook nog niet klaar met de AOW-kwestie. Het gat is nog niet volledig gedicht. Ik heb voormalig minister Carola Schouten ook persoonlijk gesproken over dit onrecht. Pas als de overheid mij en mijn medestanders kan tonen dat de AOW alleen bedoeld was voor mensen in het Koninkrijk bínnen Nederland, sluit ik het dossier. Mijn kleinkinderen kennen me als geen ander. Als ze mij in een colbert zien, roepen ze dat opa een meeting heeft bij de Tweede Kamer. Ik heb vier kleinzonen in de leeftijd van zes tot negentien jaar. Ik probeer hen op het spoor van Sewa te brengen: wees dienstbaar aan je medemens en leefomgeving. Help anderen, ook al ken je ze niet. Dat vind ik heel belangrijk. Stiekem hoop ik dat ze politicologie gaan studeren en in de Tweede Kamer gaan pleiten voor achttien miljoen mensen. Dat zou ik fantastisch vinden.’ Ram Rambaratsingh (Paramaribo, 1948) groeide op in een levendige volkswijk van de stad. Daar woonde hij met veel familie bij oma op het erf. Hij beleefde hier fi jne kinderjaren. Na school startte hij in het vervoer- en transportbedrijf van zijn vader en ooms. Maar Ram wilde meer en solliciteerde bij de politie. Hij werd een trotse gezagsdrager! Toch vertrok hij kort voor de Onafhankelijkheid naar Nederland. Hier werkte Ram tot 2013 voor twee ministeries. In de avonduren streed hij voor de rechten van Surinaamse Nederlanders. Hij maakte zich sterk voor zaken als het AOW-gat, de 100% controle op Schiphol en onder meer Gezinshereniging van ouderen en visumvrij reizen. Daarbij wist hij ook successen te boeken.
1 Online Touch